The Bible

 

Hosea 13

Study

   

1 Als Efraim sprak, zo beefde men, hij heeft zich verheven in Israel; maar hij is schuldig geworden aan den Baal en is gestorven.

2 En nu zijn zij voortgevaren te zondigen, en hebben zich van hun zilver een gegoten beeld gemaakt, afgoden naar hun verstand, die altemaal smedenwerk zijn; waarvan zij nochtans zeggen: De mensen, die offeren, zullen de kalveren kussen.

3 Daarom zullen zij zijn als een morgenwolk, en als een vroegkomende dauw, die henengaat; als kaf van den dorsvloer, en als rook uit den schoorsteen wordt weggestormd.

4 Ik ben toch de HEERE, uw God, van Egypteland af; daarom zoudt gij geen God kennen dan Mij alleen, want er is geen Heiland dan Ik.

5 Ik heb u gekend in de woestijn, in een zeer heet land.

6 Daarna zijn zij, naardat hunlieder weide was, zat geworden; als zij zat zijn geworden, heeft zich hun hart verheven; daarom hebben zij Mij vergeten.

7 Dies werd Ik hun als een felle leeuw; als een luipaard loerde Ik op den weg.

8 Ik ontmoette hen als een beer, die van jongen beroofd is, en scheurde het slot huns harten; en Ik verslond ze aldaar als een oude leeuw; het wild gedierte des velds verscheurde hen.

9 Het heeft u bedorven, o Israel! want in Mij is uw hulp.

10 Waar is uw koning nu? Dat hij u behoude in al uw steden! En uw richters, waar gij van zeidet: Geef mij een koning en vorsten?

11 Ik gaf u een koning in Mijn toorn en nam hem weg in Mijn verbolgenheid.

12 Efraims ongerechtigheid is samengebonden, zijn zonde is opgelegd.

13 Smarten ener barende vrouw zullen hem aankomen; hij is een onwijs kind; want anders zou hij geen tijd in de kindergeboorte blijven staan.

14 Doch Ik zal hen van het geweld der hel verlossen, Ik zal ze vrijmaken van den dood: o dood! waar zijn uw pestilentien? hel! waar is uw verderf? Berouw zal van Mijn ogen verborgen zijn,

15 Want hij zal vrucht voortbrengen onder de broederen; doch er zal een oostenwind komen, een wind des HEEREN, opkomende uit de woestijn; en zijn springader zal uitdrogen, diezelve zal den schat van alle gewenste huisraad roven.

   

From Swedenborg's Works

 

Ware Christelijke Religie #294

Study this Passage

  
/ 853  
  

294. De geestelijke zin van dit gebod is deze, dat men geen andere God dan de Heer Jezus Christus zal vereren, omdat Hij Jehovah is, die in de wereld kwam en de verlossing volbracht, zonder welke niet enig mens noch enig engel behouden had kunnen worden. Dat er naast Hem geen andere God is, blijkt uit de volgende plaatsen in het Woord:

‘Men zal te dien dage zeggen: Ziet, deze is onze God, die wij verwacht hebben, dat Hij ons bevrijde; deze is Jehovah, die wij verwacht hebben, laat ons opspringen en ons verblijden in Zijn heil’, (Jesaja 25:9).

‘Een stem van een roepende in de woestijn: bereidt de weg voor Jehovah, effent in de verlatenheid een pad voor onze God; want de heerlijkheid van Jehovah zal geopenbaard worden, en zij zullen zien, alle vlees tegelijk; ziet, de Heer Jehovih zal in sterkte komen; gelijk een herder zal Hij Zijn kudde weiden’, (Jesaja 40:3, 5, 10-11);

‘Alleen tussen u is God, anders is er geen God meer; voorwaar, Gij zijt een verborgen God, de God van Israël, de Heiland’, (Jesaja 45:14-15);

‘Ben ik niet Jehovah, en er is geen God meer behalve Mij’, (Jesaja 43:11; Hosea 13:4).

‘Opdat alle vlees wete, dat Ik, Jehovah, uw Heiland en uw Verlosser ben’, (Jesaja 49:26; 60:16);

‘Wat onze Verlosser betreft, Jehovah Zebaoth is Zijn naam’, (Jesaja 47:4; Jeremia 50:34); ‘Jehovah, mijn Rotssteen en mijn Verlosser’, (Psalm 19:14 1 );

‘Alzo zei Jehovah, uw Verlosser, de Heilige Israëls, Ik ben Jehovah, uw God’, (Jesaja 48:17; 43:14; 49:7; 54:8).

‘Alzo zei Jehovah, uw Verlosser, Ik ben Jehovah, die alle dingen maak en alleen uit Mijzelf’, (Jesaja 44:24);

‘Alzo zei Jehovah, de Koning van Israël, en zijn Verlosser Jehovah Zebaoth: Ik ben de Eerste en de Laatste, en behalve Mij is er geen God’, (Jesaja 44:6);

‘Jehovah Zebaoth is Zijn naam, en de Heilige Israëls is uw Verlosser; Hij zal de God van de ganse aarde genoemd worden’, (Jesaja 54:5, 8);

‘Abraham kent ons niet, Israël erkent ons niet, Gij, Jehovah, zijt onze Vader, Verlosser is van de eeuw aan Uw naam’, (Jesaja 63:16);

‘Een Knaap is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, Wiens naam is Wonderlijk, Raad, God, Held, Vader der eeuwigheid, Vredevorst’, (Jesaja 9:5);

‘Ziet, de dagen komen, dat Ik aan David een rechtvaardige spruit zal verwekken, die als Koning regeren zal; en dit is Zijn naam: Jehovah onze Gerechtigheid’, (Jeremia 23:5-6; 33:15-16);

‘Filippus zei tot Jezus: toon ons de Vader, Jezus zei tot hem: die Mij ziet, ziet de Vader; gelooft gij niet, dat Ik in de Vader ben, en de Vader in Mij is’, (Johannes 14:8-9);

‘In Jezus Christus woont al de volheid van de Godheid lichamelijk’, (Colossenzen 2:9);

‘Wij zijn in de Waarheid in Jezus Christus; deze is de ware God, en het eeuwige leven; kinderkens, bewaart uzelven van de afgoden’, (Johannes 5:20, 21). Hieruit blijkt duidelijk, dat de Heer onze Heiland Jehovah Zelf is, die tevens Schepper, Verlosser en Wederverwekker is. Dit is de geestelijke zin van dit gebod.

Footnotes:

1. NCBS Editor's Note: Original text references Psalm 19 verse 15, however at the time of this note verse 15 is found under verse 14 on our site.

  
/ 853  
  

Swedenborg Boekhuis Baarle Nassau, Netherlands Nederlandse vertaling door Henk Weevers 2010. Link markup by NCBSP.