Bible

 

Exodus 17:5

Studie

       

5 Toen zeide de HEERE tot Mozes: Ga heen voor het aangezicht des volks, en neem met u uit de oudsten van Israel; en neem uw staf in uw hand, waarmede gij de rivier sloegt, en ga heen.

Ze Swedenborgových děl

 

Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus # 8351

Prostudujte si tuto pasáž

  
/ 10837  
  

8351. En zij murmureerden, het volk, tegen Mozes; dat dit de neerslachtigheid betekent ten gevolge van de hardheid van de verzoeking, staat vast uit de betekenis van murmureren, namelijk de klacht, zodanig als die in een verzoeking is, dus de neerslachtigheid ten gevolge van de hardheid van de verzoeking.

De verzoekingen die degenen die van de geestelijke Kerk van de Heer waren, ondergingen nadat zij van het bestoken waren bevrijd en verder eveneens de verzoekingen die degenen zullen ondergaan die van de Kerk zijn, worden beschreven met het murmureren van de zonen Israëls in de woestijn; en omdat geestelijke verzoekingen doorgaans worden voortgeleid tot aan de wanhoop toe, nrs. 1787, 2694, 5279, 5280, 7147, 7166, 8165, wordt daarom met murmureren de klacht vanwege de neerslachtigheid in de verzoekingen aangeduid, zoals in (Exodus 16:2,3; 17:3; Numeri 14:27,29,36; 16:11).

Er wordt gezegd tegen Mozes, omdat het tegen het Goddelijke is, want door Mozes wordt het Goddelijk Ware uitgebeeld, nrs. 6723, 6752, 6771, 6827, 7010, 7014, 7089, 7382.

Voor wat betreft de verzoekingen die degenen die van de geestelijke Kerk waren, ondergingen en die degenen zullen ondergaan die van die Kerk zijn, moet men weten dat het geloof nooit bij hen die van de geestelijke Kerk zijn, kan worden ingeplant dan alleen door verzoekingen en dus ook niet de naastenliefde; want in de verzoekingen is de mens in de strijd tegen het valse en het boze en deze vloeien in de uiterlijke mens in vanuit de hellen; maar het goede en het ware vloeien in door de innerlijke mens uit de Heer; dus ten gevolge van de strijd van de innerlijke mens met de uiterlijke, die de verzoeking wordt genoemd; en voor zoveel als dan de uiterlijke mens tot gehoorzaamheid wordt gebracht onder de innerlijke mens, wordt het geloof en de naastenliefde ingeplant; het uiterlijk of het natuurlijke van de mens immers is de ontvanger van het ware en het goede vanuit het innerlijke; indien de ontvanger niet is aangepast, neemt hij niets op van hetgeen uit het innerlijke invloeit, maar òf hij verwerpt dat, òf hij blust het uit, òf verstikt het, waardoor er geen wederverwekking is.

Vandaar komt het, dat er verzoeking moet zijn, opdat de mens zal worden wederverwekt, wat plaatsvindt door de inplanting van geloof en naastenliefde en zo door de vorming van een nieuwe wil en een nieuw verstand; en daarom wordt ook de Kerk van de Heer een strijdende Kerk genoemd, zie de nrs. 3928, 4249, 4341, 4572, 5356, 6574, 6611, 6657, 7090, 7122, 8159, 8168, 8179, 8273, waar een en ander is gezegd hierover en getoond.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl

Ze Swedenborgových děl

 

Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus # 2822

Prostudujte si tuto pasáž

  
/ 10837  
  

2822. Dat de woorden ‘en zei: Abraham, Abraham; en hij zei: Zie, hier ben ik’ de innerlijke gewaarwording van de vertroosting in het Goddelijk Goede van het Redelijke na de verzoeking betekenen, kan blijken uit de betekenis van zeggen in de historische gedeelten van het Woord, namelijk innerlijk gewaarworden, waarover herhaalde malen eerder; dat het hier de innerlijke gewaarwording in het Goddelijk Goede van het Redelijke is, komt omdat hier door Abraham het Goddelijk Goede van het Redelijke, of van het Menselijke van de Heer wordt aangeduid. Wat de innerlijke gewaarwording in het Goddelijk Goede van het Redelijke is, kan niet bevattelijk worden uitgelegd, want alvorens het verklaard wordt, moet een voorstelling worden gevormd omtrent het Goddelijk Menselijke van de Heer vanuit de erkentenis van vele dingen en voordat deze gevormd is, zouden alle dingen, die tot de verklaring behoren, in ijle of duistere voorstellingen vallen, die de waarheden òf zouden verdraaien òf onder zaken brengen die daarmee niet samenstemmen. In dit vers wordt gehandeld over de eerste staat na de verzoeking van de Heer, die de staat van de vertroosting is; vandaar wordt nu niet langer gezegd God, maar Jehovah; want er wordt gezegd God, wanneer gehandeld wordt over het ware waaruit de strijd voortkomt, maar Jehovah, wanneer er gehandeld wordt over het goede, waaruit vertroosting voortkomt, nr. 2769. Alle vertroosting na de verzoeking wordt aan het goede ingegeven, want uit het goede komt alle vreugde voort, en uit het goede gaat zij in het ware over; daarom wordt hier door Abraham het Goddelijk Goede van het redelijke aangeduid, zoals ook hier en daar elders, en dan wanneer in hetzelfde vers Jehovah wordt genoemd.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl