Jozua 22

Studovat vnitřní smysl

← Jozua 21   Jozua 23 →         

1 Toen riep Jozua de Rubenieten, en de Gadieten, en den halven stam van Manasse,

2 En hij zeide tot hen: Gijlieden hebt onderhouden alles, wat u Mozes, de knecht des HEEREN, geboden heeft; en gij zijt mijner stem gehoorzaam geweest in alles, wat ik u geboden heb.

3 Gij hebt uw broederen niet verlaten nu langen tijd, tot op dezen dag toe; maar gij hebt waargenomen de onderhouding der geboden van den HEERE, uw God.

4 En nu, de HEERE, uw God, heeft uw broederen rust gegeven, gelijk Hij hun toegezegd had; keert dan nu wederom, en gaat gij naar uw tenten, naar het land uwer bezitting, hetwelk u Mozes, de knecht des HEEREN, gegeven heeft op gene zijde van de Jordaan.

5 Alleenlijk neemt naarstiglijk waar te doen het gebod en de wet, die u Mozes, de knecht des HEEREN, geboden heeft, dat gij den HEERE, uw God, liefhebt, en dat gij wandelt in al Zijn wegen, en Zijn geboden houdt, en Hem aanhangt, en dat gij Hem dient met uw ganse hart en met uw ganse ziel.

6 Alzo zegende hen Jozua, en hij liet hen gaan; en zij gingen naar hun tenten.

7 Want aan de helft van den stam van Manasse had Mozes een erfdeel gegeven in Bazan; maar aan de andere helft van denzelven gaf Jozua een erfdeel bij hun broederen, aan deze zijde van de Jordaan westwaarts. Verder ook als Jozua hen liet trekken naar hun tenten, zo zegende hij hen.

8 En hij sprak tot hen, zeggende: Keert weder tot uw tenten met veel rijkdom, en met zeer veel vee, met zilver, en met goud, en met koper, en met ijzer, en met zeer veel klederen; deelt den roof uwer vijanden met uw broederen.

9 Alzo keerden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse wederom, en togen van de kinderen Israels, van Silo, dat in het land Kanaan is, om te gaan naar het land van Gilead, naar het land hunner bezitting, in hetwelk zij bezitters gemaakt waren, naar den mond des HEEREN, door den dienst van Mozes.

10 Toen zij kwamen aan de grenzen van de Jordaan, die in het land Kanaan zijn, zo bouwden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse aldaar een altaar aan de Jordaan, een altaar groot in het aanzien.

11 En de kinderen Israels hoorden zeggen: Ziet, de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse hebben een altaar gebouwd, tegenover het land Kanaan, aan de grenzen van de Jordaan, aan de zijde der kinderen Israels.

12 Als de kinderen Israels dit hoorden, zo verzamelde de ganse vergadering der kinderen Israels te Silo, dat zij tegen hen optogen met een heir.

13 En de kinderen Israels zonden aan de kinderen van Ruben, en aan de kinderen van Gad, en aan den halven stam van Manasse, in het land Gilead, Pinehas, den zoon van Eleazar, den priester;

14 En tien vorsten met hem, van ieder vaderlijk huis een vorst, uit al de stammen van Israel; en zij waren een ieder een hoofd van het huis hunner vaderen over de duizenden van Israel.

15 Toen zij tot de kinderen van Ruben, en tot de kinderen van Gad, en tot den halven stam van Manasse kwamen, in het land Gilead, zo spraken zij met hen, zeggende:

16 Alzo spreekt de ganse gemeente des HEEREN: Wat overtreding is dit, waarmede gijlieden overtreden hebt tegen den God van Israel, heden afkerende van achter den HEERE, mits dat gij een altaar voor u gebouwd hebt, om heden tegen den HEERE wederspannig te zijn?

17 Is ons de ongerechtigheid van Peor te weinig, van dewelke wij niet gereinigd zijn tot op dezen dag, hoewel de plaag in de vergadering des HEEREN geweest is?

18 Dewijl gij u heden van achter den HEERE afkeert, het zal dan geschieden, als gij heden wederspannig zijt tegen den HEERE, zo zal Hij Zich morgen grotelijks vertoornen tegen de ganse gemeente van Israel.

19 Maar toch, indien het land uwer bezitting onrein is, komt over in het land van de bezitting des HEEREN, waar de tabernakel des HEEREN woont, en neemt bezitting in het midden van ons; maar zijt niet wederspannig tegen den HEERE, en zijt ook niet wederspannig tegen ons, een altaar voor u bouwende, behalve het altaar van den HEERE, onzen God.

20 Heeft niet Achan, de zoon van Zerah, overtreding begaan met het verbannene, en kwam er niet een verbolgenheid over de ganse vergadering van Israel? En die man stierf niet alleen in zijn ongerechtigheid.

21 Toen antwoordden de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de halve stam van Manasse, en zij spraken met de hoofden der duizenden van Israel:

22 De God der goden, de HEERE, de God der goden, de HEERE, Die weet het; Israel zelf zal het ook weten! Is het door wederspannigheid, of is het door overtreding tegen den HEERE, zo behoudt ons heden niet;

23 Dat wij ons een altaar zouden gebouwd hebben, om ons van achter den HEERE af te keren, of om brandoffer en spijsoffer daarop te offeren, of om dankoffer daarop te doen, zo eise het de HEERE.

24 En zo wij dit niet uit zorg vanwege deze zaak gedaan hebben, zeggende: Morgen mochten uw kinderen tot onze kinderen spreken, zeggende: Wat hebt gij met den HEERE, den God van Israel, te doen?

25 De HEERE heeft immers de Jordaan tot landpale gezet tussen ulieden, gij, kinderen van Ruben, en gij, kinderen van Gad! gij hebt geen deel aan den HEERE. Zo mochten uw kinderen onze kinderen doen ophouden, dat zij den HEERE niet vreesden.

26 Daarom zeiden wij: Laat ons toch voor ons maken, bouwende een altaar, niet ten brandoffer, noch ten offer.

27 Maar dat het een getuige zij tussen ons en tussen ulieden, en tussen onze geslachten na ons, opdat wij den dienst des HEEREN voor Zijn aangezicht dienen mochten met onze brandofferen, en met onze slachtofferen, en met onze dankofferen; en dat uw kinderen tot onze kinderen morgen niet zeggen: Gijlieden hebt geen deel aan den HEERE.

28 Daarom zeiden wij: Wanneer het geschiedt, dat zij morgen alzo tot ons en tot onze geslachten zeggen zullen; zo zullen wij zeggen: Ziet de gedaante van het altaar des HEEREN, hetwelk onze vaderen gemaakt hebben, niet ten brandoffer, noch ten offer; maar het is een getuige tussen ons en tussen ulieden.

29 Het zij verre van ons, van ons dat wij zouden wederspannig zijn tegen den HEERE, of dat wij te dezen dage ons van achter den HEERE afkeren zouden, bouwende een altaar ten brandoffer, ten spijsoffer, of ten slachtoffer, behalve het altaar van den HEERE, onzen God, dat voor Zijn tabernakel is.

30 Toen de priester Pinehas, en de oversten der vergadering, en de hoofden der duizenden van Israel, die bij hem waren, de woorden hoorden, die de kinderen van Ruben, en de kinderen van Gad, en de kinderen van Manasse gesproken hadden, zo was het goed in hun ogen.

31 En Pinehas, de zoon van den priester Eleazar, zeide tot de kinderen van Ruben, en tot de kinderen van Gad, en tot de kinderen van Manasse: Heden weten wij, dat de HEERE in het midden van ons is, dewijl gij deze overtreding tegen den HEERE niet begaan hebt; toen hebt gijlieden de kinderen Israel verlost uit de hand des HEEREN.

32 En Pinehas, de zoon van den priester Eleazar, keerde wederom met de oversten van de kinderen van Ruben, en van de kinderen van Gad, uit het land Gilead, naar het land Kanaan, tot de kinderen Israel; en zij brachten hun antwoord weder;

33 Het antwoord nu was goed in de ogen van de kinderen Israels, en de kinderen Israels loofden God, en zeiden niet meer van tegen hen op te trekken met een heir, om het land te verderven, waarin de kinderen van Ruben en de kinderen van Gad woonden.

34 En de kinderen van Ruben en de kinderen van Gad noemden dat altaar: Dat het een getuige zij tussen ons, dat de HEERE God is.

← Jozua 21   Jozua 23 →
   Studovat vnitřní smysl

Exploring the Meaning of Joshua 22      

Napsal(a) Rev. Julian Duckworth

Joshua 22: The tribes of Reuben, Gad and half Manasseh return.

With the land of Canaan now settled by Israel, the time had come for the men of Reuben, Gad, and one half of Manasseh to return to the other side of the Jordan, where their wives, children, cattle and sheep were left. The men of these two and a half tribes had been ordered to fight alongside the other tribes of Israel, and only then to return home.

They left, and when they came to the banks of the River Jordan, they built a large altar to the Lord. When the rest of Israel caught word of this, they wanted to go to war with these tribes, because they felt the altar was a sacrilege - Israel had the tabernacle for its worship of the Lord. They sent Phineas the priest to ask why they had built the altar. These tribes across the Jordan replied that in the future, the people of Israel may move against them, and reject them. They said the altar would serve as a witness to their worship of the Lord, just as the Israelites in Canaan worshiped. This answer pleased the priest, and when he told the leaders of Israel, it pleased them too.

The spiritual meaning of this episode is a very important one for us. The tribes living on the other side of the River Jordan stand for the worldly activities of our outward life, which in themselves are a very important part of our spiritual life. These actions make up the external part of spiritual life, in which we are able to do good (see Swedenborg’s work, Arcana Caelestia 9824[2]).

The tribes building an altar to God portrays our understanding that all the good we do, and all the use we provide, is possible because of the Lord. He is the giver of all good, which is why we must serve the Lord. Without use, spiritual thoughts and beliefs do not have a foundation (Arcana Caelestia 9473[3]).

Reuben, Gad and half of Manasseh said that the people of Israel might cut them off in the future. In spiritual terms, this would be to separate spiritual life and external life in daily living. This would result in such things as hypocrisy, and faith without charity, both of which are a threat to our spiritual well-being (see Swedenborg’s work, Doctrine of Life 4).

The altar, which was built on Canaan’s side of the Jordan before these tribes crossed over, was to stand as a witness to the union between the tribes within Canaan and the tribes across the Jordan, as one nation before the Lord (Arcana Caelestia 9714).

This unity means that we must be equally present in three areas of life: in the depths of our heart, in our worship and adoration of the Lord; in our mind, in our understanding and delight in the Lord’s Word with all its truth; and in our outward actions, where our acknowledgement of the Lord as our God leads us to be sincere, just, moral, fair, compassionate and dedicated to the service of God.

The answer from the three tribes pleased the priest and, in turn, the leaders of Israel. This reception represents our affirmation that ‘being spiritual’ does not take the place of helping others, but really demands that we serve the Lord in our daily actions (see Swedenborg’s work, Apocalypse Explained 325[4]).

Swedenborg

Výklad(y) nebo odkazy ze Swedenborgových prací:

Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus 1298, 3875, 4192, 4197, 8301, 8623


Odkazy ze Swedenborgových nevydaných prací:

Apocalypse Explained 434

Jiný komentář

  Příběhy:


Skočit na podobné biblické verše

Genesis 12:7, 8, 31:48, 52

Exodus 6:25, 15:17, 23:13, 39:43

Leviticus 17:8, 26:11

Numeri 1:4, 16:22, 25:3, 5, 31:27, 32:1, 15, 18, 20, 22, 29, 33

Deuteronomium 3:18, 20, 4:3, 6:5, 10:17, 12:11, 13, 14, 18:19, 34:1

Jozua 1:12, 13, 15, 3:10, 7:1, 24, 12:6, 17:5, 6, 18:1, 21:44, 23:8, 24:16, 27, 28

Rechters 20:1, 2

I Samuël 2:3, 10:25, 13:2, 20:16, 25:32

II Samuël 6:18, 19

I Koningen 8:39, 66

1 Kronieken 5:9, 9:20, 22:18

2 Kronieken 24:22

Job 31:5, 8

Psalm 16:5, 44:22, 136:2

Proverbs 25:25

Jesaja 19:19

Daniël 2:47

Lucas 24:50

Johannes 21:17

Handelingen van de Apostelen 11:23

2 Korintiërs 7:11

Filippijnen 2:12

Hebreeuwen 4:8

Významy biblických slov

riep
'To proclaim' signifies exploration from influx of the Lord.

jozua
Joshua is first mentioned in Exodus 17, where he is told to select men to fight for the children of Israel against the Amalekites in...

stam
'A tribe' signifies the church with respect to its truths and goods, and in the opposite sense, with respect to its falsities and evils. 'A...

manasse
'Manasseh' signifies the will of the spiritual church.

zeide
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

mozes
Moses's name appears 814 times in the Bible (KJV), third-most of any one character (Jesus at 961 actually trails David at 991). He himself wrote...

knecht
“Servant” literally means “a person who serves another,"" and its meaning is similar in reference to the spiritual meaninngs of the Bible. Our lives in...

heeren
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

stem
When the Lord speaks through the heaven, it descends into the lower spheres and is heard as thunder. As He speaks through the whole of...

dag
"Day" describes a state in which we are turned toward the Lord, and are receiving light (which is truth) and heat (which is a desire...

heere
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

god
De Heer is de liefde zelf, uitgedrukt in de vorm van de wijsheid zelf. Liefde is dan ook zijn essentie, zijn in wezen. Wijsheid -...

gegeven
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

tenten
'Tent' is used in the Word to signify the celestial and holy aspects of love, because in ancient time they performed holy worship in their...

land
Land' in the Word, denotes the church, for the things which signify the church also signify the things relating to the church, for these constitute...

de Jordaan
The river Jordan separates the land of Canaan from the lands to the east. This separation represents the division of the human mind into an internal...

jordaan
The river Jordan separates the land of Canaan from the lands to the east. This separation represents the division of the human mind into an internal...

gebod
To command is to give an order that something must be done, and is directed to an individual, or a group. It is an imperative,...

wet
All laws, even civil and judicial laws, which are in the Word, correspond to the laws of good and truth, which are in heaven.

wandelt
To walk in the Bible represents living, and usually means living according to the true things taught to us by the Lord -- to "walk...

wegen
These days we tend to think of "roads" as smooth swaths of pavement, and judge them by how fast we can drive cars on them....

houdt
To some degree, there really is no spiritual meaning to the word “love” in the Bible. Why? Because if you truly love another, that is...

ziel
The nature of the soul is a deep and complicated topic, but it can be summarized as "spiritual life," who we are in terms of...

sprak
Like "say," the word "speak" refers to thoughts and feelings moving from our more internal spiritual levels to our more external ones – and ultimately...

veel
Intellectual things – ideas, knowledge, facts, even insight and understanding – are more separate and free-standing than emotional things, and it’s easier to imagine numbering...

vee
Animals in the Bible generally refer to spiritual activity, the things we actually do on a spiritual level. "Cattle," as typically used in the Bible,...

rijkdom
'Wealth' signifies scientific knowledge, as seen in several passages in the Word.

zilver
'Money' relates to truth.

goud
Gold means good, and just as gold was the most precious metal known to ancient mankind so it represents the good of the highest and...

koper
Brass and iron as in Isaiah 48:4 and Daniel 7:19 signify what is hard.

ijzer
'Iron,' in Deuteronomy 8:9, signifies natural or rational truth. Iron' signifies natural truth, and consequently, the natural sense of the Word. At the same time,...

vijanden
An enemy in the Bible refers to people who are in the love of evil and the false thinking that springs from evil. On a...

kinderen
A child is a young boy or girl in the care of parents, older than a suckling or an infant, but not yet an adolescent....

ruben
'Reuben,' in the highest sense, signifies omniscience. In a spiritual sense, he signifies wisdom, intelligence, science, and faith. In a natural sense, he signifies sight....

israels
'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

kanaan
Canaan signifies a worship in things external without internals, which arose out of the internal church corrupted, called Ham. Thus it is that Ham is...

mond
In most cases, "mouth" in the Bible represents thought and logic, especially the kind of active, concrete thought that is connected with speech. The reason...

altaar
Het eerste altaar dat in het Woord wordt genoemd, is door Noach gebouwd nadat hij uit de ark kwam. Op dat altaar offerde hij schone...

zeggen
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

gebouwd
Er zijn echt twee betekenissen voor "bouwen" in de Bijbel. Wanneer iets voor het eerst wordt gebouwd, of gebouwd in de meest typische zin, betekent...

zoon
A child is a young boy or girl in the care of parents, older than a suckling or an infant, but not yet an adolescent....

priester
Priests' represent the Lord regarding His divine good. When they do not acknowledge the Lord, they lose their signification of the Lord.

tien
Most places in Swedenborg identify “ten” as representing “all,” or in some cases “many” or “much.” The Ten Commandments represent all the guidance we get...

huis
A "house" is essentially a container - for a person, for a family, for several families or even for a large group with shared interests...

een
A company might have executives setting policy and strategy, engineers designing products, line workers building them, managers handling personnel and others handling various functions. They...

israel
'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

hoofd
The head is the part of us that is highest, which means in a representative sense that it is what is closest to the Lord....

duizenden
As children, most of us at some point frustrated our mothers into using the phrase “if I've told you once, I've told you a thousand...

achter
Behind, or after, (Gen. 16:13), signifies within or above, or an interior or superior principle.

wederspannig
'Rebel,' as in Genesis 14:4, relates to evils pertaining to a person, or to evil spirits, when they begin to arise and infest, after they...

ons
Angels do give us guidance, but they are mere helpers; the Lord alone governs us, through angels and spirits. Since angels have their assisting role,...

ongerechtigheid
Punishment' is the consummation of evil, because after punishment, reformation succeeds. This is why it says in Deuteronomy 25:3, 'that no more than forty stripes...

morgen
'Tomorrow' signifies eternity.

onrein
'Pollution' denotes the truth of faith defiled.

midden
'Middle' denotes what is primary, principal, or inmost.

zerah
'Zarah,' as in Genesis 38:30, signifies the quality of good as actually being firstborn, and truth only seems to be. 'Zarah' in the original tongue...

man
In general, men are driven by intellect and women by affections, and because of this men in the Bible generally represent knowledge and truth and...

hoofden
The head is the part of us that is highest, which means in a representative sense that it is what is closest to the Lord....

goden
De Heer is de liefde zelf, uitgedrukt in de vorm van de wijsheid zelf. Liefde is dan ook zijn essentie, zijn in wezen. Wijsheid -...

weet
Like so many common verbs, the meaning of "know" in the Bible is varied and dependent on context. And in some cases – when it...

weten
Like so many common verbs, the meaning of "know" in the Bible is varied and dependent on context. And in some cases – when it...

spreken
Like "say," the word "speak" refers to thoughts and feelings moving from our more internal spiritual levels to our more external ones – and ultimately...

getuige
In court, a witness is someone who saw a crime being committed, or observed something that could help determine the guilt or innocence of the...

na
Behind, or after, (Gen. 16:13), signifies within or above, or an interior or superior principle.

dienen
Generally speaking, those who are at lower levels of an organization serve those at higher levels. Bosses boss and their employees serve; coaches devise strategy...

ziet
To look,' as in Genesis 18:22, signifies thinking, because seeing denotes understanding. Look not back behind thee,' as in Genesis 19:17, means that Lot, who...

dage
"Day" describes a state in which we are turned toward the Lord, and are receiving light (which is truth) and heat (which is a desire...

woorden
'Word,' as in Psalms 119:6-17, stands for doctrine in general. 'The Word,' as in Psalms 147:18, signifies divine good united with divine truth. 'Word,' as...

gesproken
Like "say," the word "speak" refers to thoughts and feelings moving from our more internal spiritual levels to our more external ones – and ultimately...

ogen
It’s common to say “I see” when we understand something. And indeed, “seeing” in the Bible represents grasping and understanding spiritual things. So it makes...

hand
Scientists believe that one of the most crucial developments in the evolution of humans was bipedalism – walking on two legs. That left our hands...

woonden
Many people were nomadic in Biblical times, especially the times of the Old Testament, and lived in tents that could be struck, moved and re-raised...

Zdroje pro rodiče a učitele

Zde uvedené položky jsou poskytnuty se svolením našich přátel z General Church of the New Jerusalem. Můžete prohledávat/procházet celou knihovnu kliknutím na odkaz this link.


 The Eastern Tribes Return Home Review Questions
Read Joshua 22 to answer questions about the eastern tribes returning home across the Jordan river.
Activity | All Ages


Přeložit: