Bible

 

Ezechiël 11

Dutch Staten Vertaling         

Studovat vnitřní smysl

← Předchozí   Další →

1 Toen hief mij de Geest op, en bracht mij tot de Oostpoort van het huis des HEEREN, dewelke ziet oostwaarts; en ziet, aan de deur der poort waren vijf en twintig mannen, en in het midden van hen zag ik Jaazanja, den zoon van Azzur, en Pelatja, den zoon van Benaja, vorsten des volks.

2 En Hij zeide tot mij: Mensenkind, deze zijn de mannen, die ongerechtigheid bedenken, en die kwaden raad raden in deze stad.

3 Die zeggen: Men moet geen huizen nabij bouwen; deze stad zou de pot, en wij het vlees zijn.

4 Daarom profeteer tegen hen; profeteer, o mensenkind!

5 Zo viel dan de Geest des HEEREN op mij, en Hij zeide tot mij: Zeg: Zo zegt de HEERE: Alzo zegt gijlieden o huis Israels! want Ik weet elkeen der dingen, die in uw geest opklimmen.

6 Gij hebt uw verslagenen in deze stad vermenigvuldigd, en gij hebt derzelver straten met de verslagenen vervuld.

7 Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Uw verslagenen, die gij in het midden derzelve nedergelegd hebt, die zijn dat vlees, en deze stad is de pot; maar ulieden zal Ik uit het midden derzelve doen uitgaan.

8 Gijlieden hebt het zwaard gevreesd; en het zwaard zal Ik over u brengen, spreekt de Heere HEERE.

9 Ook zal Ik ulieden uit het midden derzelve doen uitgaan, en Ik zal u overgeven in de hand der vreemden; en Ik zal recht onder u doen.

10 Gij zult door het zwaard vallen; in de landpale Israels zal Ik u richten, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.

11 Deze stad zal ulieden niet tot een pot zijn, en gij zult in het midden derzelve niet tot vlees zijn; in de landpale Israels zal Ik u richten.

12 En gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, omdat gij in Mijn inzettingen niet gewandeld, en Mijn rechten niet gedaan hebt, maar naar de rechten der heidenen, die rondom u zijn, gedaan hebt.

13 Het geschiedde nu, als ik profeteerde, dat Pelatja, de zoon van Benaja, stierf. Toen viel ik neder op mijn aangezicht, en riep met luider stem; en zeide: Ach, Heere HEERE! zult Gij gans een voleinding maken met het overblijfsel van Israel?

14 Toen geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

15 Mensenkind, het zijn uw broederen, uw broederen, de mannen uwer maagschap, en het ganse huis Israels, ja, dat ganse, tot welke de inwoners van Jeruzalem gezegd hebben: Maakt u verre af van den HEERE, ditzelve land is ons tot een erfbezitting gegeven.

16 Daarom zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Hoewel Ik hen verre onder de heidenen weggedaan heb, en hoewel Ik hen in de landen verstrooid heb, nochtans zal Ik hun een weinig tijds tot een heiligdom zijn, in de landen, waarin zij gekomen zijn.

17 Daarom zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal ulieden vergaderen uit de volken, en Ik zal u verzamelen uit de landen, waarin gij verstrooid zijt, en Ik zal u het land Israels geven.

18 En zij zullen daarhenen komen, en al deszelfs verfoeiselen en al deszelfs gruwelen van daar wegdoen.

19 En Ik zal hun enerlei hart geven, en zal een nieuwen geest in het binnenste van u geven; en Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen, en zal hun een vlesen hart geven;

20 Opdat zij wandelen in Mijn inzettingen, en Mijn rechten bewaren, en dezelve doen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.

21 Maar welker hart het hart hunner verfoeiselen en hunner gruwelen nawandelt, derzelver weg zal Ik op hun hoofd geven, spreekt de Heere HEERE.

22 Toen hieven de cherubs hun vleugelen op, en de raderen tegenover hen; en de heerlijkheid des Gods van Israel was over hen van boven.

23 En de heerlijkheid des HEEREN rees op van het midden der stad, en stond op den berg, die tegen het oosten der stad is.

24 Daarna nam mij de Geest op, en bracht mij in gezicht door den Geest Gods in Chaldea tot de gevankelijk weggevoerden; en het gezicht, dat ik gezien had, voer van mij op.

25 En ik sprak tot de gevankelijk weggevoerden al de woorden des HEEREN, die Hij mij had doen zien.

← Předchozí   Další →

   Studovat vnitřní smysl
Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

Echtelijke Liefde 26

The Inner Meaning of the Prophets and Psalms 134


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 1250, 2921, 3813, 4503, 5922, 8408, 8427, ...

Apocalyps Onthuld 36, 501, 629, 832, 883, 945

Goddelijke Voorzienigheid 134

Leer Over De Heer 28, 39, 49, 52

Leer des Levens 86

Ware Christelijke Religie 93, 143, 157, 705


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 422, 577, 652, 746, 926, 946, 1045, ...

Coronis - Aanhangsel tot Ware Christelijke Religie 58

Marriage 93

Scriptural Confirmations 2, 4, 22, 52

Jiný komentář

  Příběhy:


Hop to Similar Bible Verses

Genesis 17:8

Deuteronomium 4:27, 12:30, 28:36, 30:3, 6

2 Kings 18:12, 21:2, 9

1 Chronicles 28:9

2 Chronicles 36:14

Ezra 9:7

Nehemiah 33

Psalm 36:5, 139:2

Proverbs 6:15, 10:24

Jesaja 60:21

Jeremia 1:13, 24:5, 7, 29:10, 30:22, 31:33, 32:39, 42:16, 17, 52:10

Lamentations 4:13

Ezechiël 2:2, 3:4, 12, 14, 5:6, 8, 15, 7:3, 8, 8:3, 6, 9:3, 8, 10:19, 11:1, 24, 14:3, 11, 18:31, 20:23, 34, 41, 24:3, 6, 28:25, 33:24, 34:13, 36:26, 37:1, 23, 27, 40:6, 43:2

Hosea 14:9

Zacharia 8:7, 14:4

Acts of the Apostles 1:12

2 Corinthians 3:3

Hebrews 4:13

Word/Phrase Explanations

poort
"Gates" in ancient times had a significance that does not hold in the modern world. Cities then were enclosed by walls for protection; gates in...

huis
A "house" is essentially a container - for a person, for a family, for several families or even for a large group with shared interests...

heeren
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

deur
In a general sense, doors in the Bible represent the initial desires for good and concepts of truth that introduce people to new levels of...

Vijf
Five also signifies all things of one part.

twintig
'Twenty,' when referring to a quantity, signifies everything or fullness, because it is ten twice. 'Twenty,' as in Genesis 18:31, like all numbers occurring in...

mannen
The relationship between men and women is deep and nuanced, and one entire book of the Writings – Conjugial Love or Love in Marriage –...

Midden
'Middle' denotes what is primary, principal, or inmost.

zag
To look,' as in Genesis 18:22, signifies thinking, because seeing denotes understanding. Look not back behind thee,' as in Genesis 19:17, means that Lot, who...

Zoon
'A son,' as in Genesis 5:28, signifies the rise of a new church. 'Son,' as in Genesis 24:3, signifies the Lord’s rationality regarding good. 'A...

zeide
As with many common verbs, the meaning of “to say” in the Bible is highly dependent on context. Who is speaking? Who is hearing? What...

stad
Cities of the mountain and cities of the plain (Jer. 33:13) signify doctrines of charity and faith.

bouwen
wrought (also entwined or entwisted) is predicated of the natural scientific principle, and in Isaiah 45:13, of divine natural truth.

pot
There is an interesting relationship between facts and truth. It's necessary to have facts if we want to know the truth, but facts on their...

vlees
Flesh has several meanings just in its most obvious form. It can mean all living creatures as when the Lord talks about the flood "destroying...

viel
Like other common verbs, the meaning of "fall" is highly dependent on context in regular language, and is highly dependent on context in a spiritual...

israels
'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

weet
Like so many common verbs, the meaning of "know" in the Bible is varied and dependent on context. And in some cases – when it...

straten
The phrase 'in the streets and synagogues' in Matthew 6:2, 5, and Luke 8:26-27, refers to a representative rite amongst the Jews to teach in...

zwaard
A 'sword,' in the Word, signifies the truth of faith combating and the vastation of truth. In an opposite sense, it signifies falsity combating and...

brengen
As with common verbs in general, the meaning of “bring” is highly dependent on context, but in general it represents an introduction to a new...

hand
Scientists believe that one of the most crucial developments in the evolution of humans was bipedalism – walking on two legs. That left our hands...

heidenen
'Nations' signify people who are in the good of love and charity from the Lord. Two nations in the womb,' as in Genesis 25:23, signify...

riep
As with most common verbs, the spiritual meaning of “crying” or “crying out” (meaning a shout or wail, not weeping) is highly dependent on context....

stem
'Voice' signifies what is announced from the Word. 'Voice' often refers and is applied to things that cannot have a voice, as in Exodus 4,...

woord
'Word,' as in Psalms 119:6-17, stands for doctrine in general. 'The Word,' as in Psalms 147:18, signifies divine good united with divine truth. 'Word,' as...

inwoners
Inhabitants,' in Isaiah 26:9, signify the men of the church who are in good of doctrine, and thence in the good of life.

jeruzalem
Jerusalem first comes to or attention in II Samuel, chapter 5 where King David takes it from the Jebusites and makes it his capital. In...

Land
Land' in the Word, denotes the church, for the things which signify the church also signify the things relating to the church, for these constitute...

ons
Angels do give us guidance, but they are mere helpers; the Lord alone governs us, through angels and spirits. Since angels have their assisting role,...

verzamelen
To gather, as in Genesis 6:21, refers to those things which are in the memory of man, where they are gathered. It also implies that...

geven
Like other common verbs, the meaning of "give" in the Bible is affected by context: who is giving what to whom? In general, though, giving...

komen
Coming (Gen. 41:14) denotes communication by influx.

hart
The heart means love. A good heart means love to the Lord and to the neighbor while a hard or stony heart means the love...

een
A company might have executives setting policy and strategy, engineers designing products, line workers building them, managers handling personnel and others handling various functions. They...

stenen
Stones in the Bible in general represent truths, or things we know concerning the Lord and what He wants from us and for us in...

wandelen
To walk in the Bible represents living, and usually means living according to the true things taught to us by the Lord -- to "walk...

God
The Lord is love itself, expressed in the form of wisdom itself. Love, then, is His essence, His inmost. Wisdom - the loving understanding of...

weg
These days we tend to think of "roads" as smooth swaths of pavement, and judge them by how fast we can drive cars on them....

hoofd
The head is the part of us that is highest, which means in a representative sense that it is what is closest to the Lord....

cherubs
A Cherub has as its first definition in the dictionary, “A winged heavenly creature.” Cherubim is the plural of cherub. In the Word, the words...

raderen
'Wheels,' as in Exodus 14:25, signify the power of proceeding and divine intelligence. 'Wheels,' as in Isaiah 5:28, signify the doctrine of natural truth. 'Wheels,'...

stond
'To stand,' and 'come forth' as in Daniel 7:10, refers to truth. In Genesis 24:13, it signifies a state of conjunction of divine truth with...

berg
'Hills' signify the good of charity.

Geest Gods
'The spirit of God,' as in Genesis 1:2, signifies the divine mercy of the Lord. 'The spirit of God' is His emanation. 'The spirit of...

chaldea
Chaldea was a land lying along the Euphrates river near its mouth, south of Babylon, part of what is now southern Iraq. It was a...

sprak
Like "say," the word "speak" refers to thoughts and feelings moving from our more internal spiritual levels to our more external ones – and ultimately...

Resources for parents and teachers

The items listed here are provided courtesy of our friends at the General Church of the New Jerusalem. You can search/browse their whole library by following this link.


 A Little Sanctuary
Why does the Lord allow parents to feel so helpless at times, when they’re trying to participate in something that is so important to Him?
Article | Ages over 18

Komentář

 

From East to West: How the Second Coming Unfolds      

By Rev. Jonathan Rose

This video is a part of the Spirit and Life Bible Study series, whose purpose is to look at the Bible, the whole Bible, and nothing but the Bible through a Swedenborgian lens.

Title: From East to West: How the Second Coming Unfolds

Topic: Second Coming

Summary: We look at the striking statement in Matthew 24:27 that the Second Coming will take place like lightning coming from the east and flashing to the west. What other clues does the Bible contain to what this might mean?

Use the reference links below to follow along in the Bible as you watch.

References:
Matthew 24:1, 27
Luke 17:20-30
Exodus 19:16; 20:18
2 Samuel 22:10-16
Matthew 28:2
Revelation 11:19
Numbers 3:23
Leviticus 16
Matthew 21:1
Luke 19:37
Numbers 34:6
Isaiah 9:2
Malachi 3:1; 4:1
Zechariah 14:1
Ezekiel 10:18; 11:22; 43; 44; 46; 48
Matthew 24:26-27
Hebrews 4:12
Luke 2:34-35

Abyste mohli dál prohlížet obsah, zatímco sledujete video, pusťte si video v novém okně

Spirit and Life Bible Study broadcast from 5/2/2012. The complete series is available at: www.spiritandlifebiblestudy.com

Ze Swedenborgových děl

 

Hemelse Verborgenheden in Genesis # 3813

Hemelse Verborgenheden in Genesis (Weevers vertaling)      

Study this Passage

Přejděte do sekce / 10837  

← Předchozí   Další →

3813. Wat het vlees betreft: dat betekent in de hoogste zin het Eigene van het Goddelijk Menselijke van de Heer, namelijk het Goddelijk Goede; in de betrekkelijke zin het eigene van de wil van de mens, levend gemaakt uit het Eigene van het Goddelijk Menselijke, dat wil zeggen, uit het Goddelijk Goede van Hem; het is dit eigene dat het hemels eigene wordt genoemd, dat in zich van de Heer alleen is, en wordt toegeëigend aan degenen die in het goede zijn en in het ware daaruit; zo’n eigene hebben de engelen die in de hemelen zijn en hebben de mensen die naar hun innerlijke dingen of naar de geest in het rijk van de Heer zijn; maar in de tegenovergestelde zin betekent het vlees het eigene van de wil van de mens dat in zich niets dan het boze is en omdat het niet uit de Heer is levend gemaakt, wordt het dood genoemd en vandaar wordt van die mens gezegd dat hij dood is. Dat het vlees in de hoogste zin het Eigene van het Goddelijk Menselijke van de Heer is, dus het Goddelijk Goede van Hem, blijkt uit de woorden van de Heer bij Johannes:

‘Jezus zei: Ik ben het levende brood hetwelk uit de hemel is neergedaald; zo iemand van dit brood zal eten, die zal tot in het eeuwige leven; het brood dat Ik u geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven van de wereld. De Joden dan streden onder elkaar, zeggende: Hoe kan ons Deze vlees te eten geven; daarom zei Jezus tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden; tenzij gij het vlees van de Zoon des Mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zult gij geen leven in uzelf hebben; die Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage; want Mijn vlees is waarlijk spijs en Mijn bloed is waarlijk drank; die Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij en Ik in hem; dit is het brood dat uit de hemel neergedaald is’, (Johannes 6:51-58);

dat hier het vlees het Eigene van het Goddelijk Menselijke van de Heer is, dus het Goddelijk Goede, blijkt duidelijk, en het is dat wat in het Heilig Avondmaal het Lichaam wordt genoemd; dat het Lichaam daar of het vlees, het Goddelijk Goede is en het bloed het Goddelijk Ware, zie de nrs. 1798, 2165, 2177, 3464, 3735;

en omdat het brood en de wijn hetzelfde betekenen als het vlees en het bloed, namelijk het brood het Goddelijk Goede van de Heer en de wijn het Goddelijk Ware van Hem, daarom werden deze in de plaats ervan geboden; vandaar is het, dat de Heer zegt:

‘Ik ben het levende brood; het brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees; die Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij en Ik in hem; dit is het brood dat uit de hemel nedergedaald is’; dat eten is vergemeenschapt, verbonden en toegeëigend worden, zie de nrs. 2187, 2343, 3168, 3513 aan het einde, 3596; hetzelfde werd in de Joodse Kerk daarmee uitgebeeld, dat Aharon, zijn zonen en degenen die offerden en anderen die rein waren, het vlees van de slachtoffers aten en dat dit heilig was, zie, (Exodus 12:7-9; 29:30-34; Leviticus 7:15-21; 8:31; Deuteronomium 12:27; 16:4);

indien dan ook een onreine van dat vlees at, zo zou hij van zijn volken uitgeroeid worden, zie, (Leviticus 7:21);

dat deze dingen brood werden genoemd, zie nr. 2165;

dat dit vlees ‘het vlees der heiligheid’ werd genoemd, (Jeremia 11:15; Haggai 2:13) en ‘het vlees der gave, dat op de tafelen in het rijk van de Heer is’, (Ezechiël 40:43), waar over de Nieuwe Tempel wordt gehandeld en dat door deze de eredienst van de Heer in Zijn rijk wordt aangeduid, is duidelijk. Dat het vlees in de betrekkelijke zin het eigene van de wil is bij de mens, dat is levend gemaakt uit het Goddelijk Goede van de Heer, staat ook vast uit de volgende plaatsen; bij Ezechiël:

‘Ik zal hun één hart geven en Ik zal een nieuwe geest geven in het midden van u, en Ik zal het hart van steen uit hun vlees verwijderen en Ik zal hun een hart van vlees geven’, (Ezechiël 11:19);

36:26);

het hart van steen uit hun vlees voor het niet levend gemaakte wilsdeel en eigene, het hart van vlees voor het levend gemaakte wilsdeel en eigene; dat het hart het uitbeeldende van het goede van de wil is, zie de nrs. 2930, 3313, 3635.

Bij David:

‘God, Gij mijn God, , ik zoek u in de morgen, mijn ziel dorst naar U, mijn vlees verlangt U in een land der droogte, en ik ben mat, zonder wateren’, (Psalm 63:2).

Bij dezelfde:

‘Mijn ziel verlangt naar de voorhoven van Jehovah, mijn hart en mijn vlees jubelen naar de levende God’, (Psalm 84:3).

Bij Job:

‘Ik heb mijn Verlosser gekend, Hij leeft, en ten laatste zal Hij over het stof opstaan en daarna zullen deze dingen met mijn huid omgeven worden en vanuit mijn vlees zal ik God zien, die ik voor mijzelf zal zien en mijn ogen zullen zien en niet een ander’, (Job 19:25-27);

met een huid omgeven worden, staat voor het natuurlijke zoals de mens dat na de dood bij zich heeft, waarover nr. 3539; vanuit het vlees God zien, voor: vanuit het levend gemaakte eigene; daarom zegt hij: Die ik voor mijzelf zal zien en mijn ogen zullen zien en niet een ander; omdat het aan de Kerken bekend was dat het vlees het eigene betekende en het Boek Job een Boek van de Oude Kerk is, nr. 3540 aan het einde, sprak hij over deze en ook over tal van andere dingen, vanuit het aanduidende, volgens de gewoonte van die tijd; wie dus daaruit afleiden dat het lijk zelf uit de vier windstreken verzameld zal worden en zo zal wederopstaan, kennen de innerlijke zin van het Woord niet; zij die de innerlijke zin wel kennen, weten dat zij in het andere leven zullen komen met een lichaam, maar met een zuiverder lichaam; want er zijn daar zuiverder lichamen, want zij zien elkaar wederzijds, spreken onder elkaar wederzijds, verheugen zich in elke zin hoedanig die in het lichaam was, maar veel fijner; het lichaam dat de mens op aarde ronddraagt, is voor de nutten daar en daarom bestaat het uit beenderen en vlees; en het lichaam dat de geest in het andere leven ronddraagt, is voor de nutten daar en bestaat niet uit beenderen en vlees, maar uit zulke dingen die daarmee overeenstemmen, zie nr. 3726.

Dat het vlees in de tegenovergestelde zin het eigene van de wil van de mens betekent, dat in zich niets dan het boze is, staat vast uit de volgende plaatsen; bij Jesaja:

‘Zij zullen eten, de man het vlees zijns arms’, (Jesaja 9:19).

Bij dezelfde:

‘Ik zal hun verdrukkers spijzen met hun eigen vlees en van hun bloed zullen zij dronken worden als van most’, (Jesaja 49:26).

Bij Jeremia:

‘Ik zal hen spijzen met het vlees van hun zonen en met het vlees van hun dochters en zij zullen eten, de man het vlees van zijn gezel’, (Jeremia 19:9).

Bij Zacharia:

‘De overgeblevenen zullen de ene het vlees der andere eten’, (Zacharia 11:9).

Bij Mozes:

‘Ik zal u zesvoudig om uw zonden tuchtigen en eet het vlees van uw zonen en het vlees van uw dochteren zult gij eten’, (Leviticus 26:28, 29);

het wilsdeel van het eigene of de natuur van de mens wordt zo beschreven, want het is niets dan het boze en het valse daaruit, dus haat tegen de goede en ware dingen, wat wordt aangeduid door het vlees zijns arms eten, het vlees van de zonen en van de dochters, het vlees van een ander.

Bij Johannes:

‘Ik zag een engel, staande in de zon, die riep met een grote stem, zeggende tot al de vogels die in het midden van de hemel vlogen: Komt en vergadert u tot het avondmaal van de grote God, opdat gij eet de vlezen der koningen en de vlezen der oversten over duizend en de vlezen der sterken en de vlezen der paarden en van degenen die daarop zitten en de vlezen van allen, vrijen en dienstknechten en kleinen en groten’, (Openbaring 19:17, 18; Ezechiël 39:17-20);

het kan voor eenieder duidelijk zijn, dat door de vlezen van koningen, oversten van duizend, sterken, paarden en van hen die daarop zitten, van vrijen en dienstknechten, niet zulke dingen worden aangeduid, dus dat door de vlezen andere dingen worden aangeduid, die tot dusver onbekend waren; dat de boze dingen worden aangeduid die vanuit de valse dingen zijn en de boze dingen vanuit welke de valse dingen zijn en die vanuit het wilsdeel van het eigene van de mens zijn, blijkt uit de afzonderlijke dingen. Omdat het valse dat uit het verstandelijk eigene van de mens voortspruit, in de innerlijke zin het bloed is en het boze dat vanuit het wilsdeel van het eigene van hem voortspruit, het vlees is, spreekt de Heer het volgende over de mens die moet worden wederverwekt:

‘Zo velen ontvangen hebben, die heeft Hij macht gegeven zonen Gods te zijn, hun die in Zijn naam geloven, die niet uit de bloeden, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil des mans, maar uit God geboren zijn’, (Johannes 1:12, 13);

vandaar is het, dat onder het vlees in het algemeen elk mens wordt verstaan, zie de nrs. 574, 1050; want het is hetzelfde als men zegt ‘mens’ dan wel het ‘eigene van de mens’. Dat door het vlees in de hoogste zin het Goddelijk Menselijke van de Heer wordt aangeduid, blijkt uit de hiervoor aangehaalde plaats en ook uit het volgende bij Johannes:

‘Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Enigverwekte uit de Vader’, (Johannes 1:14);

vanuit dit vlees wordt alle vlees levend gemaakt, dat wil zeggen, vanuit het Goddelijk Menselijke van de Heer elk mens door de toe-eigening van Zijn liefde, welke toe-eigening wordt aangeduid door ‘het vlees van de Zoon des Mensen eten’, (Johannes 6:51-58);

en door het brood eten in het Heilig Avondmaal, want het brood is het lichaam of het vlees, (Mattheüs 26:26, 27).

Přejděte do sekce / 10837  

← Předchozí   Další →

   Study this Passage
From Swedenborg's Works

Inbound References:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 3863, 4060, 4211, 4303, 4581, 4735, 4745, 4754, 4844, 4876, 5078, 5147, 5157, 5200, 5365, 5405, 5576, 5673, 5826, 6106, 6135, 6409, 6791, 6968, 7231, 7356, 7850, 7966, 7978, 8409, 8431, 8432, 8464, 8904, 9003, 9068, 9323, 9412, ...

Over het Nieuwe Jeruzalem en haar Hemelse Leer 121, 216, 218


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 109, 295

Other New Christian Commentary

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2017 op www.swedenborg.nl


Přeložit: