Leviticus 11

Studovat vnitřní smysl
← Leviticus 10   Leviticus 12 →         

1 En de HEERE sprak tot Mozes, en tot Aaron, zeggende tot hen:

2 Spreekt tot de kinderen Israels, zeggende: Dit is het gedierte, dat gij eten zult uit alle beesten, die op de aarde zijn.

3 Al wat onder de beesten de klauw verdeelt, en de kloof der klauwen in tweeen klieft, en herkauwt, dat zult gij eten.

4 Deze nochtans zult gij niet eten, van degenen, die alleen herkauwen, of de klauwen alleen verdelen: de kemel, want hij herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; die zal u onrein zijn;

5 En het konijntje, want het herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; dat zal u onrein zijn;

6 En den haas, want hij herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; die zal u onrein zijn.

7 Ook het zwijn, want dat verdeelt wel den klauw, en klieft de klove der klauwen in tweeen, maar herkauwt het gekauwde niet; dat zal u onrein zijn.

8 Van hun vlees zult gij niet eten, en hun dood aas niet aanroeren, zij zullen u onrein zijn.

9 Dit zult gij eten van al wat in de wateren is: al wat in de wateren, in de zeeen en in de rivieren, vinnen en schubben heeft, dat zult gij eten;

10 Maar al wat in de zeeen en in de rivieren, van alle gewemel der wateren, en van alle levende ziel, die in de wateren is, geen vinnen of schubben heeft, dat zal u een verfoeisel zijn.

11 Ja, een verfoeisel zullen zij u zijn; van hun vlees zult gij niet eten, en hun dood aas zult gij verfoeien.

12 Al wat in de wateren geen vinnen en schubben heeft, dat zal u een verfoeisel zijn.

13 En van het gevogelte zult gij deze verfoeien, zij zullen niet gegeten worden, zij zullen een verfoeisel zijn: de arend, en de havik, en de zeearend,

14 En de gier, en de kraai, naar haar aard;

15 Elke rave naar haar aard;

16 En de struis, en de nachtuil, en de koekoek, en de sperwer naar zijn aard;

17 En de steenuil, en het duikertje, en de schuifuit,

18 En de kauw, en de roerdomp, en de pelikaan,

19 En de ooievaar, de reiger naar zijn aard, en de hop, en de vledermuis.

20 Alle kruipend gevogelte, dat op vier voeten gaat, zal u een verfoeisel zijn.

21 Dit nochtans zult gij eten van al het kruipend gevogelte, dat op vier voeten gaat, hetwelk boven aan zijn voeten schenkelen heeft, om daarmede op de aarde te springen;

22 Van die zult gij deze eten: de sprinkhaan naar zijn aard, en de solham naar zijn aard, en den hargol naar zijn aard, en den hagab naar zijn aard.

23 En alle kruipend gevogelte, dat vier voeten heeft, zal u een verfoeisel zijn.

24 En aan deze zult gij verontreinigd worden; zo wie hun dood aas zal aangeroerd hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.

25 Zo wie van hun dood aas gedragen zal hebben, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond.

26 Alle beest, dat den klauw verdeelt, doch de klove niet in tweeen klieft, en niet herkauwt, zal u onrein zijn; zo wie hetzelve aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn.

27 En al wat op zijn poten gaat onder alle gedierte, op vier voeten gaande, die zullen u onrein zijn; al wie hun dood aas aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.

28 Ook die hun dood aas zal gedragen hebben, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond; zij zullen u onrein zijn.

29 Verder zal u dit onder het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, onrein zijn: het wezeltje, en de muis, en de schildpad, naar haar aard;

30 En de zwijnegel, en de krokodil, en de hagedis, en de slak, en de mol;

31 Die zullen u onrein zijn onder alle kruipend gedierte; zo wie die zal aangeroerd hebben, als zij dood zijn, zal onrein zijn tot aan den avond.

32 Daartoe al hetgeen, waarop iets van dezelve vallen zal, als zij dood zijn, zal onrein zijn, hetzij van alle houten vat, of kleed, of vel, of zak, of alle vat, waarmede werk gedaan wordt; het zal in het water gestoken worden, en onrein zijn tot aan den avond; daarna zal het rein zijn.

33 En alle aarden vat, waarin iets van dezelve zal gevallen zijn, al wat daarin is, zal onrein zijn, en gij zult dat breken.

34 Van alle spijze, die men eet, waarop het water zal gekomen zijn, die zal onrein zijn; en alle drank, die men drinkt, zal in alle vat onrein zijn.

35 En waarop iets van hun dood aas zal vallen, zal onrein zijn; de oven en de aarden pan zal verbroken worden; zij zijn onrein, daarom zullen zij u onrein zijn.

36 Doch een fontein, of put van vergadering der wateren, zal rein zijn; maar wie hun dood aas zal aangeroerd hebben, zal onrein zijn.

37 En wanneer van hun dood aas zal gevallen zijn op enig zaaibaar zaad, dat gezaaid wordt, dat zal rein zijn.

38 Maar als water op het zaad gedaan zal worden, en van hun dood aas daarop zal gevallen zijn, dat zal u onrein zijn.

39 En wanneer van de dieren, die u tot spijze zijn, iets zal gestorven zijn, wie deszelfs dood aas zal aangeroerd hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.

40 Ook die van hun dood aas gegeten zal hebben, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond; en die hun dood aas zal gedragen hebben, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond.

41 Voorts alle kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, zal een verfoeisel zijn; het zal niet gegeten worden.

42 Al wat op zijn buik gaat, en al wat gaat op zijn vier voeten, of al wat vele voeten heeft, onder alle kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, die zult gij niet eten, want zij zijn een verfoeisel.

43 Maakt uw zielen niet verfoeilijk aan enig kruipend gedierte, dat kruipt; en verontreinigt u niet daaraan, dat gij daaraan verontreinigd zoudt worden.

44 Want Ik ben de HEERE, uw God; daarom zult gij u heiligen, en heilig zijn, dewijl Ik heilig ben; en gij zult uw ziel niet verontreinigen aan enig kruipend gedierte, dat zich op de aarde roert.

45 Want Ik ben de HEERE, Die u uit Egypteland doe optrekken, opdat Ik u tot een God zij, en opdat gij heilig zijt, dewijl Ik heilig ben.

46 Dit is de wet van de beesten, en van het gevogelte, en van alle levende ziel, die zich roert in de wateren, en van alle ziel, die kruipt op de aarde;

47 Om te onderscheiden tussen het onreine en tussen het reine, en tussen het gedierte, dat men eten, en tussen het gedierte, dat men niet eten zal.

← Leviticus 10   Leviticus 12 →
   Studovat vnitřní smysl

Explanation of Leviticus 11      

Napsal(a) Henry MacLagan

Verses 1-8. Instruction concerning good affections that may be appropriated by the man of the church, and evil affections that may not be appropriated on account of their impurity

Verses 9-12. Also concerning the truths of the Word in the memory that may be appropriated or not

Verses 13-19. The evil thoughts that ought not to be appropriated are next particularized

Verses 20-23. Then the appropriation of sensual and corporeal things is considered

Verses 24-28. Certain other causes of spiritual impurity are specified which ought to be avoided

Verses 29-38 and 41-43. And sensual and corporeal affections of the lowest kind, which are causes of impurity, ought not to be appropriated

Verses 39-40. Also every affection which, in its orderly state, may be appropriated, becomes impure if it be vastated of good and truth, and contact therewith produces impurity which must be removed by a change of state

Verses 44-45. For the Lord is holiness and purity in themselves, and by delivering mankind has made it possible for every one who chooses to become holy and pure

Verses 46-47. These are the laws of Divine Order relating to purity and impurity in the feeling's and thoughts; and also to the appropriation or non-appropriation of good or evil.

Swedenborg

Hlavní výklad ze Swedenborgových prací:

Apocalypse Explained 617


Další odkazy Swedenborga k této kapitole:

Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus 944, 994, 3147, 5954, 7643, 10130, 10296

Apocalyps Onthuld 166, 378, 417

Ware Christelijke Religie 288, 506, 670


Odkazy ze Swedenborgových nevydaných prací:

Apocalypse Explained 79, 195, 388, 475, 543, 622, 650, ...

Jiný komentář

  Příběhy:


  Biblická studia:  (see all)



Skočit na podobné biblické verše

Genesis 7:2, 3

Exodus 19:6, 20:2, 22:30

Leviticus 5:2, 6:21, 7:21, 10:10, 14:46, 15:5, 6, 7, 8, 10, 11, 15, 21, 22, 23, 27, 16:26, 28, 17:15, 18:2, 19:2, 3, 4, 10, 36, 20:7, 26, 22:5, 6, 33, 25:38, 26:45

Numeri 15:40, 19:7, 8, 10, 15

Deuteronomium 14:4, 21

Jozua 24:19

I Samuël 2:2

Proverbs 30:26, 28

Jesaja 65:4, 66:17

Ezechiël 4:14

Mattheüs 3:4

1 Thessalonicenzen 4:3, 7

Hebreeuwen 9:10

1 Peter 1:15, 16

Významy biblických slov

heere
The Lord, in the simplest terms, is love itself expressed as wisdom itself. In philosophic terms, love is the Lord's substance and wisdom is His...

sprak
Like "say," the word "speak" refers to thoughts and feelings moving from our more internal spiritual levels to our more external ones – and ultimately...

mozes
Moses's name appears 814 times in the Bible (KJV), third-most of any one character (Jesus at 961 actually trails David at 991). He himself wrote...

aaron
Aaron was de broer van Mozes. Hij symboliseert twee dingen, een tijdens het eerste deel van de exodus, toen hij woordvoerder van Mozes was, en...

spreekt
Like "say," the word "speak" refers to thoughts and feelings moving from our more internal spiritual levels to our more external ones – and ultimately...

kinderen
A child is a young boy or girl in the care of parents, older than a suckling or an infant, but not yet an adolescent....

israels
'Israel,' in Jeremiah 23:8, signifies the spiritual natural church. The children of Israel dispersed all the literal sense of the Word by falsities. 'The children...

eten
When we eat, our bodies break down the food and get from it both energy and materials for building and repairing the body. The process...

beesten
"Beasts" represent the affection for doing good things, a true desire to do them from the heart. In the negative sense, "beasts" stand for the...

aarde
"Aarde" in de Bijbel kan een persoon of een groep gelijkgestemden betekenen als in een kerk. Maar het verwijst specifiek naar de buitenkant van de...

kemel
A camel (Matt. 22:24) signifies scientific knowledge. Camels are confirming scientifics, and cattle are the knowledges of good and truth (Jer. 49:32.)

onrein
'Pollution' denotes the truth of faith defiled.

vlees
Flesh has several meanings just in its most obvious form. It can mean all living creatures as when the Lord talks about the flood "destroying...

aas
A carcass (Matt. 24:28) signifies the church void of the life of charity and faith.

wateren
Water was obviously of tremendous importance in Biblical times (and every other time). It is the basis of life, the essential ingredient in all drinks,...

vinnen
'The scales of a fish,' as in Ezekiel 29:4, signify scientific ideas of the lowest order, such as the fallacies of the senses.

schubben
'The scales of a fish,' as in Ezekiel 29:4, signify scientific ideas of the lowest order, such as the fallacies of the senses.

ziel
The nature of the soul is a deep and complicated topic, but it can be summarized as "spiritual life," who we are in terms of...

gevogelte
Fowl signify spiritual truth; a bird, natural truth; and a winged thing, sensual truth. Fowl signify intellectual things. Fowl signify thoughts, and all that creeps...

gegeten
When we eat, our bodies break down the food and get from it both energy and materials for building and repairing the body. The process...

arend
Eagle wings, referred to in Daniel 7:3, signify rational principles grounded in man's proprium.

nachtuil
'A hawk' represents the natural self separated from the spiritual self.

roerdomp
'A pelican,' as in Zephaniah 2:14, signifies affections for falsity.

pelikaan
'A pelican,' as in Zephaniah 2:14, signifies affections for falsity.

vier
The number "four" in the Bible represents things being linked together or joined. This is partly because four is two times two, and two represents...

voeten
Our feet are the lowest and most utilitarian parts of our bodies, and in the Bible they represent the lowest and most utilitarian part of...

sprinkhaan
'Locusts' signify falsities in the extremes, which consume the truths and goods of the church in a person. 'The locusts' which John the Baptist ate...

avond
Since the light and warmth of the sun represent the Lord’s wisdom and love, it makes sense that evening, a time when the light and...

beest
"Beasts" represent the affection for doing good things, a true desire to do them from the heart. In the negative sense, "beasts" stand for the...

muis
'Mice,' as in 1 Samuel 6:1-21, signify the falsities of the sensory human.

dood
Dead (Gen. 23:8) signifies night, in respect to the goodnesses and truths of faith.

vallen
Like other common verbs, the meaning of "fall" is highly dependent on context in regular language, and is highly dependent on context in a spiritual...

kleed
It is said, in Deuteronomy 22:11, "Thou shalt not wear a garment of diverse sorts; as of woolen and linen together…”. This means that the...

zak
'A sack' in Genesis 42:25, means a receptacle, and here 'a receptacle' on the natural level, because it is a story about the truths and...

werk
'Works,' as in Genesis 46:33, denote goods, because they are from the will, and anything from the will is either good or evil, but anything...

water
'Waters' signify truths in the natural self, and in the opposite sense, falsities. 'Waters' signify particularly the spiritual parts of a person, or the intellectual...

breken
To “break” something creates an image that is much different from “attacking,” “destroying,” or “shattering.” It is less emotional, less violent in its intent; it...

eet
When we eat, our bodies break down the food and get from it both energy and materials for building and repairing the body. The process...

drinkt
Food in the Bible represents the desire for good, and water and other drinks represent the understanding and true ideas we need to recognize what...

oven
'An oven,' as in Malachi 4:1, signifies hell, where the people live who confirm themselves in false doctrines and evils of life from earthly and...

fontein
A fountain signifies the Lord and the Word. A fountain signifies superior truth, and well, inferior truth. A fountain, as in Psalm 104:10, denotes knowledges....

zaad
'A seed' signifies love, and everyone who has love, as in Genesis 12:7. 8:15, 16. 'A seed' signifies faith grounded in charity. 'A seed' signifies...

dieren
"Beasts" represent the affection for doing good things, a true desire to do them from the heart. In the negative sense, "beasts" stand for the...

zielen
The nature of the soul is a deep and complicated topic, but it can be summarized as "spiritual life," who we are in terms of...

god
De Heer is de liefde zelf, uitgedrukt in de vorm van de wijsheid zelf. Liefde is dan ook zijn essentie, zijn in wezen. Wijsheid -...

heilig
'To sanctify' denotes being led by the Lord. 'To sanctify' denotes being incapable of being violated.

heiligen
'To sanctify' denotes being led by the Lord. 'To sanctify' denotes being incapable of being violated.


Přeložit: