Farao

      

'Farao,' in Genesis 40, vertegenwoordigt het nieuwe natuurlijke zelf. Farao' en 'de Egyptenaren' in het Woord betekenen de zintuiglijke en wetenschappelijke principes. 'Laat Farao leven,' zoals in Genesis 42:16, is een uitdrukking die wordt gebruikt om iets nadrukkelijk te zeggen, dus om een zekerheid te stellen. Farao en zijn leger' betekent mensen die vanuit het kwaad in valsheden zijn. Farao' betekent valse ideeën die de waarheid van de kerk aantasten. Het betekent ook wetenschappelijke ideeën, of het natuurlijke principe in het algemeen.

(Referenties: Hemelse Verborgenheden 1487, Hemelse Verborgenheden 5192; Exodus 16; Genesis 40:1-2, 40:7, 40:11, 40:13-14, 40:17, 40:19-21)