Leer des Levens #13

Study this Passage

        
/ 114  
  

13. De mens die het geestelijk goede heeft is een zedelijk mens en eveneens een burgerlijk mens; maar de mens die het geestelijk goede niet heeft, verschijnt alsof hij een zedelijk en burgerlijk mens is, maar toch is hij het niet. Dat de mens die het geestelijk goede heeft een zedelijk en burgerlijk mens is, is omdat het geestelijk goede het wezen van het goede in zich heeft, en van hieruit het zedelijk en het burgerlijk goede is. Het wezen van het goede kan nergens anders vandaan zijn, dan uit Hem, Die het Goede Zelf is. Geef de gedachte hierover de wijdst mogelijke ruimte, span haar in tot het uiterste en onderzoek waarvandaan het goede goed is en u zult zien dat het is uit haar eigen 'zijn', en dat datgene goed is dat het 'zijn' van het goede in zich heeft. Dus dat datgene goed is, wat is uit het Goede Zelf, dus uit God. Hieruit volgt dat een goede dat niet uit God is, maar uit de mens, niet goed is.

  
/ 114  
  
   Study this Passage
Table of Contents
1. Alle godsdienst is van het leven, en het leven ervan is het goede te doen. 1 Niemand kan het goede doen, wat werkelijk goed is, uit zichzelf. 9 Voor zoveel de mens de boze dingen schuwt als zonden, voor evenzoveel doet hij de goede dingen niet uit zich, maar uit de Heer. 18 I. Dat als de mens goede dingen wil en doet, voordat hij de boze dingen als zonden schuwt, de goede dingen geen goede dingen zijn, is omdat hij voordien niet in de Heer is, zoals eerder werd gezegd: zoals, als hij geeft aan de armen, de behoeftigen te hulp komt, bijdraagt aan kerken en 24 II. Dat als de mens vrome dingen denkt en spreekt en niet de boze dingen als zonden schuwt, de vrome dingen geen vrome dingen zijn, is, omdat hij niet in de Heer is; zoals, als hij geregeld de kerken bezoekt, devoot naar de preken luistert, het Woord en vrome boeken leest, deelneemt aan het 25 III. Dat de mens, als hij veel dingen weet en daarin wijs is, en niet de boze dingen als zonden schuwt, toch niet wijs is, is vanwege een eendere oorzaak, waarover eerder, namelijk dat hij wijs is uit zich en niet uit de Heer; zoals dat hij de leer van zijn Kerk weet en alles wat er betrekking 27 Voor zoveel iemand boze dingen als zonden schuwt, voor evenzoveel heeft hij waarheden lief. 32 Voor zoveel de mens de boze dingen schuwt als zonden, voor evenzoveel heeft hij geloof en wordt geestelijk. 42 De Decaloog leert welke boosheden zonden zijn. 53 Moorden, echtbreuken, diefstallen en valse getuigenissen, van elk geslacht, met de begerigheden daartoe, zijn boze dingen, die als zonden moeten worden beschouwd. 62 Voor zoveel iemand alle soorten moord als zonden schuwt, voor evenzoveel heeft hij liefde jegens de naaste. 67 Voor zoveel iemand elke vorm van echtbreuk als zonde schuwt, voor evenzoveel heeft hij de kuisheid lief. 74 Voor zoveel iemand elke vorm van diefstal als zonde schuwt, voor evenzoveel heeft hij de oprechtheid lief. 80 Voor zoveel iemand valse getuigenissen als zonden schuwt, voor evenzoveel heeft hij de waarheid lief. 87 Niemand kan boosheden als zonden schuwen, zodat hij zich daarvan innerlijk kan afwenden, tenzij door gevechten daartegen. 92 De mens moet de boze dingen schuwen als zonden en ertegen strijden, zoals uit zichzelf. 101 Als iemand de boze dingen schuwt vanuit andere redenen, welke dan ook, dan omdat het zonden zijn, hij deze niet schuwt, maar slechts maakt dat ze niet verschijnen voor de wereld. 108
From Swedenborg's Works

References from Swedenborg's unpublished works:

Charity 9


   Parallel Passages:

Last Judgment (Posthumous) 266


   Swedenborg onderzoeksmiddelen


Published by Swedenborg Boekhuis.


Vertalen: