Hemel en Hel #236

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

      |   
/ 603  
  

236. In een gehele hemel bestaat een en dezelfde spraak voor allen; allen verstaan elkaar, uit welk gezelschap zij ook mogen zijn, hetzij naburig, hetzij verwijderd. De spraak wordt hier niet aangeleerd, maar is een ieder ingeplant, zij vloeit onmiddellijk voort uit hun neigingen en uit hun gedachten. De klank van de stem komt overeen met hun neiging en de delen van de klank die de woorden vormen, stemmen overeen met de denkbeelden die uit de genegenheden ontstaan, en daar de spraak met deze overeenstemt, is zij ook zelf geestelijk, want zij is de geluid gevende neiging en de sprekende gedachte. Wie er op let, kan weten dat elke gedachte uit een neiging van de liefde voortkomt en dat de denkbeelden van de gedachten verschillende vormen zijn, waarin zich de algemene genegenheid verdeeld heeft; want er bestaan volstrekt geen gedachten en geen denkbeelden zonder genegenheid, hun ziel en hun leven ontstaat daaruit. Daardoor komt het dat de engelen reeds aan de blote spraak bemerken van welke soort de anderen zijn, en wel aan de toon wat hun genegenheid is, en aan de stembuiging of de woorden wat hun geest is. De wijzere engelen bemerken door een enkele volzin wat de heersende genegenheid is, want hierop letten zij bijzonder. Dat eenieder verschillende neigingen heeft, is bekend. De neiging van de mens verschilt naarmate hij in vreugde of in droefheid, in zachtheid en barmhartigheid, of in oprechtheid en waarheid, of in liefde en naastenliefde, of in ijver en toorn, of in huichelarij en bedrog verkeert, of hij streeft naar roem en eer enz., maar de heersende neiging of liefde bevindt zich daar altijd in. Daarom bemerken de wijzere engelen, omdat zij deze heersende neiging waarnemen, reeds aan de spraak de gehele staat van hem die spreekt. Dat dit zo is, werd mij door veel ervaring geleerd. Ik hoorde hoe engelen het leven van een ander onthulden, zodra zij hem slechts gehoord hadden. Zij zeiden ook dat zij de gehele levensinhoud van een ander kenden uit enige van zijn denkbeelden, omdat zij daaraan zijn heersende liefde herkenden, waarin alles volgens orde ligt opgesloten en dat het boek van iemands leven ook niets anders is.

  
/ 603  
  

Thanks to the Swedenborg Boekhuis NL and Guus Janssens for their permission to use this translation.