Goddelijke Voorzienigheid #325

Study this Passage

        
/ 340  
  

325. 2. Het is vandaar vanuit de Goddelijke Voorzienigheid dat ieder mens gezaligd kan worden en dat diegenen gezaligd worden die God erkennen en goed leven.

Dat ieder mens gezaligd kan worden blijkt uit de boven aangetoonde dingen. Sommigen menen dat de Kerk van de Heer alleen in de Christelijke wereld is, omdat de Heer daar alleen bekend is en daar alleen het Woord is. Toch zijn er velen die geloven dat de Kerk van God algemeen is, of uitgestrekt en verspreid over de gehele aarde en dus ook bij hen die de Heer niet kennen en niet het Woord hebben. Dezen zeggen dat dit niet hun schuld is en dat zij een onoverkomelijke onwetendheid hebben en dat het tegen de liefde en de barmhartigheid van God is dat sommigen tot de hel worden geboren, terwijl zij toch evenzeer mensen zijn. Omdat nu de Christenen, zo niet allen dan toch velen, het geloof hebben dat de Kerk algemeen is en die ook de Gemeenschap wordt genoemd, volgt dat er meest algemene dingen van de Kerk zijn, die in alle godsdiensten binnengaan en die verbinding maken. Dat die meest algemene dingen de erkenning van God zijn en het goede van het leven, zal worden gezien in de volgende orde:

1. De erkenning van God maakt de verbinding van God met de mens en van de mens met God; en de ontkenning van God maakt de ontbinding.

2. Eenieder erkent God en wordt met Hem verbonden volgens het goede van zijn leven.

3. Het goede van het leven, of goed leven, is, de boze dingen schuwen omdat die tegen de godsdienst en dus tegen God zijn.

4. Deze dingen zijn de algemene dingen van alle godsdiensten, waardoor eenieder gezaligd kan worden.

  
/ 340  
  
   Study this Passage
Table of Contents
Opdat men kan verstaan wat de Goddelijke Voorzienigheid is, en dat dit de leiding is van de Goddelijke Liefde en de Goddelijke Wijsheid van de Heer, is het van belang de dingen te weten die over de Goddelijke Liefde en over de Goddelijke Wijsheid in de verhandeling daarover eerder zijn gezegd en 1-26 De hemel is niet vanuit enige engelen, van de aanvang geschapen, en de hel is niet vanuit enige duivel die als ‘engel des lichts’ geschapen en uit de hemel neergeworpen werd, maar zowel de hemel als de hel zijn vanuit het menselijk geslacht; de hemel vanuit hen die in de liefde van het goede 27-45 In de Christelijke wereld is het bekend dat God de Oneindige en de Eeuwige is, want in de Leer van de Drievuldigheid, die van Athanasius de naam heeft, wordt gezegd dat God de Vader oneindig, eeuwig en almachtig is, evenzo God de Zoon en God de Heilige Geest, en dat zij evenwel niet drie 46-69 De wetten van de Goddelijke Voorzienigheid zijn de mensen onbekend. 70 Het is een wet van de Goddelijke Voorzienigheid dat de mens vanuit het vrije volgens de rede zal handelen. 71-99 Het is de Wet van de Goddelijke Voorzienigheid dat de mens zoals vanuit zich de boze dingen als zonden in de uitwendige mens zal verwijderen, en dat zo en niet anders de Heer de boze dingen kan verwijderen in de innerlijke mens en dan tegelijk in de uitwendige. 100-128 Het is een wet van de Goddelijke Voorzienigheid dat de mens niet door uitwendige middelen zal worden gedwongen om te denken en te willen en dus zo om te geloven en lief te hebben die dingen die van de godsdienst zijn; maar dat de mens zichzelf daartoe zal leiden en soms zal dwingen. 129-153 Het is een Wet van de Goddelijke Voorzienigheid dat de mens uit de Heer vanuit de hemel geleid en geleerd zal worden, door het Woord, de Leer en de predikingen hieruit, en dit in alle schijn zoals uit zichzelf. 154-174 De natuurlijke mens die de Goddelijke Voorzienigheid niet gelooft, denkt bij zichzelf: wat is Goddelijke Voorzienigheid wanneer boze mensen tot ereposten worden verheven en schatten gewinnen meer dan de goede mens, en dat vele dergelijke dingen degenen gelukken die de Goddelijke Voorzienigheid 175-190 Er is niet iets zoals de eigen voorzichtigheid; het schijnt alleen dat die er is en ook schijnen moet of die er is; maar de Goddelijke Voorzienigheid is universeel omdat het is in de meest afzonderlijke dingen. 191-213 De Goddelijke Voorzienigheid beschouwt de eeuwige dingen en de tijdelijke dingen niet anders dan voor zoveel als die samenstemmen met de eeuwige. Dat de Goddelijke Voorzienigheid de eeuwige dingen beschouwt en de tijdelijke dingen niet anders dan voor zoveel als die één maken met de eeuwige, 214-220 De mens wordt niet innerlijk binnengelaten in de ware dingen van het geloof en in de goede dingen van de naastenliefde tenzij voor zoveel als hij daarin gehouden kan worden tot aan het einde van zijn leven. 221-233 De ‘wetten van de toelating’ zijn ook de wetten van de Goddelijke Voorzienigheid. 234-274 Boze dingen worden toegelaten ter wille van het einddoel en dit is de zaliging. Indien de mens in de liefde waarin hij geschapen is, geboren zou worden, zou hij niet in enig boze zijn, ja zelfs ook niet weten wat het boze is; want wie niet in het boze is geweest en vandaar niet in het boze is, 275-284 De Goddelijke Voorzienigheid is evenzeer bij de bozen als bij de goeden. 285-307 De Goddelijke Voorzienigheid eigent niemand het boze noch iemand het goede toe, maar de eigen voorzichtigheid eigent beide toe. Het wordt bijna door eenieder geloofd dat de mens denkt en wil vanuit zich en vandaar spreekt en handelt vanuit zich. 308-321 Elk mens kan hervormd worden en er is niet zoiets als een voorbeschikking. 322-330 De Heer kan niet handelen tegen de wetten van de Goddelijke Voorzienigheid, omdat daar tegen handelen zou zijn handelen tegen Zijn Goddelijke Liefde en tegen Zijn Goddelijke Wijsheid, en zo dus tegen Zichzelf. 331-340
Other New Christian Commentary


Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, 2017, op www.swedenborg.nl


Vertalen: