Echtelijke Liefde #44

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

      |   
/ 535  
  

44. De tweede gedenkwaardigheid.

Eens zag ik drie geesten die pas uit de wereld waren aangekomen en rondzwierven, rondkeken en navorsten; zij waren verwonderd dat zij leefden als mensen precies zoals tevoren en dat zij dezelfde dingen zagen zoals vroeger.

Want zij wisten dat zij uit de vorige of de natuurlijke wereld waren verscheiden; en daar hadden zij geloofd dat zij niet eerder als mensen zouden leven dan na de dag van het Laatste Oordeel, waarna zij zouden worden bekleed met het vlees en de beenderen die in de graven waren opgeborgen.

Om dan ook van alle twijfel bevrijd te zijn of zij werkelijk mensen waren, inspecteerden zij zichzelf en raakten zichzelf en de anderen om beurten aan; bovendien betastten zij voorwerpen en door duizend bewijzen bevestigden zij zich dat zij nu mensen waren zoals in de vorige wereld; alleen zagen zij elkaar nu in een duidelijker licht en de voorwerpen met een hogere glans en zo volmaakter.

Toen kwamen juist twee engelgeesten hen tegemoet en zij hielden hen staande en vroegen: 'Waar komt u vandaan?'

Zij antwoordden: 'Wij zijn uit een wereld verscheiden en leven opnieuw in een wereld; wij zijn dus verhuisd van de ene in de andere wereld; daarover zijn wij nu verwonderd. '

Toen stelden de drie nieuwkomers aan de twee engelgeesten vragen over de hemel en omdat twee van de drie nieuwelingen jeugdig waren en uit hun ogen als het ware het vuur glinsterde van de lust voor de andere sekse, zeiden de engelgeesten: 'Heeft u soms vrouwen gezien?'

Zij antwoordden daarop: 'Ja, die hebben wij gezien. '

En omdat zij vragen hadden gesteld over de hemel zeiden zij dat in de hemel alle dingen prachtig en schitterend zijn, zodanig als het oog nog nooit had gezien; en dat daar maagden en jongemannen zijn, maagden van zo’n schoonheid dat zij schoonheden in vorm kunnen worden genoemd en de jongemannen van zo’n zedelijkheid zijn dat zij zedelijkheden in vorm kunnen worden genoemd; en dat de schoonheden van de maagden en de zedelijkheden van de jongemannen met elkaar overeenstemmen zoals wederzijdse vormen die elkaar precies aanvullen.

De twee nieuwelingen vroegen of in de hemel de menselijke vormen volstrekt gelijksoortig waren aan die welke in de natuurlijke wereld zijn en zij kregen als antwoord dat zij volstrekt gelijksoortig waren: ‘Er wordt niets afgenomen van de man en niets van de vrouw; in één woord, de man is man en de vrouw is vrouw, in alle volmaaktheid van de vorm waarin zij geschapen zijn; zo u wilt, treedt terzijde en onderzoek uzelf of er wat dan ook ontbreekt en of u geen man bent als tevoren. '

Weer vroegen de nieuwelingen: 'Wij hebben gehoord in de wereld vanwaar wij zijn heengegaan dat er in de hemel niet wordt getrouwd omdat zij engelen zijn; bestaat er dan wel seksuele liefde?'

En de engelgeesten antwoordden: 'Uw liefde tot het gehele andere geslacht bestaat daar niet, maar wel de engelenliefde van het geslacht, die kuis is en vrij van elke verlokking uit lust. '

Hierop vroegen de nieuwelingen: 'Als er een geslachtelijke liefde bestaat zonder enige verlokking, wat is dan die liefde van het geslacht?'

En toen zij over deze liefde nadachten, zuchtten zij en zeiden: 'O, hoe dor is de vreugde van de hemel; welke jongeman kan zich dan de hemel wensen? Is zo'n liefde niet onvruchtbaar en van leven verstoken?'

De engelgeesten gaven lachend ten antwoord: 'Dezelfde geslachtelijke liefde zoals die in de hemel is, is vol van innerlijke verrukkingen; het is de liefelijkste uitbreiding van alle dingen van het gemoed en vandaar van alle dingen van de borst; het is binnenin de borst of het hart speelt met de long, van welk spel een ademhaling, een klank en een spraak uitgaat; deze genietingen maken dat de verkeringen tussen de geslachten of tussen de maagden en de jongmannen de hemelse zoetheden zelf zijn die zuiver zijn.

Alle nieuwelingen die tot de hemel opklimmen worden daar onderzocht naar hun mate van kuisheid, zij worden immers binnengelaten in de gezelschappen van de maagden; dezen zijn de schoonheden van de hemel en verstaan uit de klank, uit de spraak, uit het aangezicht, uit de ogen, uit het gebaar en uit de uitstralende sfeer, hoedanig zij zijn ten aanzien van de liefde tussen de geslachten; als deze onkuis is vluchten zij weg en vertellen aan de anderen dat zij wellustige saters of priapen hebben gezien.

Bovendien worden die nieuwelingen voor de ogen van de engelen veranderd, zij verschijnen dan ruigharig met voeten zoals van kalveren of luipaarden en kort daarop worden zij neergeworpen opdat zij niet met hun lust de aura daar bezoedelen. '

Toen de twee nieuwelingen dit hadden vernomen zeiden zij opnieuw: 'Dus er is geen seksuele liefde in de hemel; wat is kuise liefde tussen de geslachten anders dan een liefde ontdaan van het wezen van het leven ervan?

Zijn dan niet de verkeringen tussen de jonge mannen en vrouwen daar een droge vreugde? Wij zijn geen stenen of rotsen, maar inzichten en aandoeningen van het leven. '

Toen zij dit hoorden antwoordden de twee engelgeesten verontwaardigd; 'U weet in het geheel niet wat de kuise liefde tussen de geslachten is, omdat u nog niet kuis bent; maar die liefde is de verrukking van het gemoed en vandaar van het hart en niet tegelijk van het vlees onder het hart.

De kuisheid van de engelen die eigen is aan beide geslachten, verhindert de doorlating van die liefde voorbij de slagboom van het hart; maar vóór die slagboom en erboven wordt de zedelijkheid van de jongeman verrukt door de schoonheid van de maagd.

De verrukkingen van de kuise liefde tussen de geslachten zijn zo innerlijk en zo overvol van bekoorlijkheid dat zij niet met woorden kunnen worden beschreven; engelen hebben deze geslachtelijke liefde omdat zij in de echtelijke liefde zijn en dit kan niet bestaan tegelijk met een onkuise liefde; de waarlijk echtelijke is een kuise liefde dus slechts met één van het geslacht met uitsluiting van alle anderen; het is immers een liefde van de geest en daaruit van het lichaam; en niet een liefde van het lichaam en daaruit van de geest, dat wil zeggen niet een liefde die de geest bestookt. '

Toen de beide jonge nieuwelingen dit hoorden waren zij verheugd en zeiden: 'Er is daar toch een seksuele liefde, wat anders kan de echtelijke liefde zijn?'

Maar hierop antwoordden de engelgeesten: 'Denkt dieper door, overweegt en u zult begrijpen dat uw liefde tussen de geslachten een buitenechtelijke liefde is, en dat de echtelijke een geheel andere liefde is; deze is van de andere onderscheiden zoals de tarwe van het kaf of meer nog zoals het menselijke van het wilde dier; indien u de vrouwen in de hemel zou vragen wat buitenechtelijke liefde is, dan geef ik u de verzekering dat zij zullen antwoorden: 'Wat is dat? Waar spreekt u over? Hoe kan zoiets dat kwetsend voor de oren is uit uw mond komen? Hoe kan een niet geschapen liefde in de mens worden verwekt? Als u haar dan zou vragen wat de waarlijk echtelijke liefde is, zo weet ik dat zij zullen antwoorden dat zij niet is de geslachtelijke liefde voor allen van het geslacht, maar de liefde voor één van het geslacht; deze ontstaat niet anders dan wanneer een jongeman de maagd ziet in wie door de Heer is voorzien en de maagd de jongeman.

Van beide kanten voelen zij het echtelijke in hun harten ontbranden en zij beseffen dit; hij weet dat zij de zijne is en zij weet dat hij de hare is; want als de liefde de liefde tegemoet komt zal deze zichzelf herkennen en verbindt terstond de zielen en daarna hun gemoed. Daaruit treedt het bij beiden de borst binnen en na de bruiloft steeds verder en zo wordt het een volle liefde, die van dag tot dag groeit, totdat deze niet langer twee zijn maar zoals één.

Ik weet ook dat zij zullen zweren dat zij van geen andere liefde van het geslacht weten; ze zeggen immers: 'Hoe kan de geslachtelijke liefde bestaan tenzij deze zo wederzijds en wederkerig is dat deze naar de eeuwige eenwording smacht, die hieruit bestaat dat twee één vlees mogen zijn. '

Hieraan voegden de engelgeesten toe: 'In de hemel weet men in het geheel niet wat losbandigheid is, noch dat het bestaat, noch dat het bestaanbaar is; de engelen worden over hun hele lichaam koud bij een onkuise of buitenechtelijke liefde en omgekeerd worden zij met hun hele lichaam warm door de kuise of echtelijke liefde.

Bij de mannen daar verslappen alle zenuwen bij de aanblik van een zedeloos mens en zij spannen zich bij de aanblik van de echtgenote. '

Nadat zij deze dingen hadden gehoord vroegen de drie nieuwelingen of het eenzelfde soort liefde was tussen gehuwden in de hemelen als op aarde; de twee engelen antwoordden dat die volstrekt eender is; en omdat zij aanvoelden dat de drie wilden weten of daar eendere ultieme genietingen waren, zeiden zij dat die volstrekt eender waren, maar veel gezegender omdat het begrip van een engel en de zinlijke gewaarwording veel fijner is dan het menselijk begrip en zinlijke gewaarwording.

'Wat is het leven van die liefde als die niet is uit de bron van de potentie; indien deze in gebreke blijft, blijft dan niet de liefde in gebreke en verkilt zij dan niet? Is die manlijkheid niet de maat zelf, de graad zelf en de basis zelf van die liefde? Is die er niet het begin van, het firmament en het complement?

Het is een universele wet dat het eerste bestaat, blijft bestaan en standhoudt door het laatste, zo ook die liefde; daarom zouden er indien er geen laatste verrukkingen waren, ook geen van de echtelijke liefde zijn. ’

De nieuwelingen vroegen toen of uit die ultieme genietingen van die liefde nakomelingen kwamen en als er geen kroost wordt geboren, welk nut die genietingen dan hebben; de engelgeesten antwoordden dat er geen natuurlijk kroost wordt geboren, maar geestelijk. Zij vroegen: 'Wat zijn geestelijke nakomelingen?'

En zij antwoordden: 'De twee echtelieden worden door deze uiterste genietingen meer verenigd in het huwelijk van het goede en het ware en het huwelijk van het goede en het ware is het huwelijk van de liefde en de wijsheid.

Het is de liefde en de wijsheid die als de nakomelingen worden geboren uit dat huwelijk; en omdat de echtgenoot daar de wijsheid is en de echtgenote daar de liefde van die wijsheid is en omdat die beide geestelijk zijn, kunnen daaruit geen andere nakomelingen ontvangen en geboren worden dan geestelijke; vandaar komt het dat de engelen na de genietingen niet droevig worden zoals sommigen op aarde dat hebben, maar verheugd; dit komt door de voortdurende invloeiing van frisse krachten na de vorige die tegelijkertijd verlichten en vernieuwen, want allen die in de hemel komen, keren terug tot de lente van hun jeugd en tot de kracht van die leeftijd en zo blijven zij tot in het eeuwige. '

Nadat de drie nieuwelingen dit hadden gehoord zeiden zij: 'Leest men niet in het Woord dat zij in de hemel niet ter bruiloft worden gegeven, omdat zij engelen zijn?'

Hierop antwoordden de engelgeesten: Kijkt omhoog tot de hemel en u zult antwoord ontvangen. '

Zij vroegen waarom zij omhoog zouden kijken tot de hemel; zij zeiden: 'Omdat daar vandaan alle uitleggingen van het Woord komen, het Woord is door en door geestelijk en de engelen zullen, omdat zij geestelijk zijn het geestelijk begrijpen, en deze geestelijke betekenis onderwijzen. '

Na korte tijd opende zich de hemel boven hen en twee engelen werden zichtbaar die zeiden: 'Er zijn bruiloften in de hemel zoals op aarde, maar alleen voor hen die in het huwelijk van het goede en het ware zijn, maar niet voor anderen want deze zijn geen engelen; dus met een geestelijke bruiloft wordt hier verstaan; het huwelijk van het goede en het ware; dit vindt plaats op aarde en niet na het overlijden, dus niet in de hemel.

Zoals wordt gezegd van de vijf dwaze maagden die ook tot de bruiloft waren uitgenodigd, maar waar zij niet konden binnengaan omdat zij niet het huwelijk van het goede en het ware hadden; zij hadden immers geen olie, maar alleen lampen; onder de olie wordt het goede verstaan en onder de lampen het ware en ter bruiloft gegeven worden is binnentreden in de hemel waar dat huwelijk is. '

De drie nieuwkomers waren zeer blij toen zij dit hoorden en vol verlangen naar de hemel en hoopten op hun bruiloft daar en zij zeiden: 'Wij zullen de zedelijkheid en het deugdzaamheid van het leven nastreven, opdat wij onze wensen mogen bereiken'.

Hoofdstuk 3. DE STAAT VAN ECHTELIEDEN NA DE DOOD

  
/ 535  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, 2017, op www.swedenborg.nl