A Bíblia

 

Exodus 31

Estude

   

1 Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

2 Zie, Ik heb met name geroepen Bezaleel, den zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda.

3 En Ik heb hem vervuld met den Geest Gods, met wijsheid, en met verstand, en met wetenschap, namelijk in alle handwerk;

4 Om te bedenken vernuftigen arbeid; te werken in goud, en in zilver, en in koper,

5 En in kunstige steensnijding, om in te zetten, en in kunstige houtsnijding, om te werken in alle handwerk.

6 En Ik, zie, Ik heb hem bijgevoegd Aholiab, den zoon van Ahisamach, van den stam van Dan; en in het hart van een iegelijk, die wijs van hart is, heb Ik wijsheid gegeven; en zij zullen maken al wat Ik u geboden heb.

7 Namelijk de tent der samenkomst, en de ark der getuigenis, en het verzoendeksel, dat daarop zal zijn, en al het gereedschap der tent;

8 En de tafel, met haar gereedschap; en den louteren kandelaar, met al zijn gereedschap; en het reukaltaar;

9 Ook des brandoffers altaar, met al zijn gereedschap; en het wasvat met zijn voet;

10 En de ambtsklederen, en de heilige klederen van den priester Aaron, en de klederen van zijn zonen, om het priesterambt te bedienen;

11 Ook de zalfolie, en het reukwerk van welriekende specerijen voor het heiligdom; naar alles, wat Ik u geboden heb, zullen zij het maken.

12 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

13 Gij nu, spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Gij zult evenwel mijn sabbatten onderhouden; want dit is een teken tussen Mij en tussen ulieden, bij uw geslachten; opdat men wete, dat Ik de HEERE ben, Die u heilige.

14 Onderhoudt dan den sabbat, dewijl hij ulieden heilig is! Wie hem ontheiligt, zal zekerlijk gedood worden; want een ieder, die op denzelven enig werk doet, die ziel zal uitgeroeid worden uit het midden harer volken.

15 Zes dagen zal men het werk doen; doch op den zevenden dag is de sabbat der rust, een heiligheid des HEEREN! Wie op de sabbatdag arbeid doet, zal zekerlijk gedood worden.

16 Dat dan de kinderen Israels de sabbat houden, de sabbat onderhoudende in hun geslachten, tot een eeuwig verbond.

17 Hij zal tussen Mij en tussen de kinderen Israels een teken in eeuwigheid zijn; dewijl de HEERE, in zes dagen, den hemel en de aarde gemaakt, en op den zevenden dag gerust en Zich verkwikt heeft.

18 En Hij gaf aan Mozes, als Hij met hem op den berg Sinai te spreken geeindigd had, de twee tafelen der getuigenis, tafelen van steen, beschreven met den vinger Gods.

   

Das Obras de Swedenborg

 

Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus # 8512

Estudar Esta Passagem

  
/ 10837  
  

8512. En Jehovah zei tot Mozes; dat dit de verduisterde verschijning van het Goddelijke betekent, staat vast uit de betekenis van Jehovah zei, namelijk dat het de dingen insluit die volgen, hier dat zij niet de geboden en de wetten bewaarden, dus dat de Goddelijke verschijning bij hen verduisterd werd; dit immers gebeurt als men niet leeft volgens de Goddelijke geboden; wanneer men immers daarnaar leeft, dan leeft men volgens de Goddelijke orde; want de Goddelijke geboden zijn de waarheden en de goedheden die volgens de orde zijn; en wanneer men leeft volgens de orde, dan leeft men in de Heer, want de Heer is de orde Zelf.

Daaruit volgt dat degene die niet leeft volgens de geboden en de wetten, die van de Goddelijke orde zijn, niet in de Heer leeft, dus dat dan bij hem het Goddelijke wordt verduisterd.

Onder leven volgens de orde, wordt hier verstaan: geleid worden door de Heer door het goede, maar nog niet volgens de orde leven, is geleid worden door het ware; en wanneer de mens door het ware wordt geleid, verschijnt de Heer niet; daarom gaat de mens dan ook in de duisternis, waarin hij het goede niet ziet; anders is het gesteld, wanneer de mens wordt geleid door het goede, dan ziet hij in het licht.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl