Goddelijke Voorzienigheid #106

Ngu Emanuel Swedenborg

Funda lesi Sigaba

  
Yiya esigabeni / 340  
  

106. 2. Het uitwendige van het denken van de mens is zodanig in zich als het innerlijke denken van hem is.

Dat de mens van hoofd tot hiel zodanig is als de liefde van het leven van hem is, werd eerder getoond. Hier zal dus eerst iets gezegd worden ten aanzien van de liefde van het leven van de mens, aangezien eerder niet iets gezegd kan worden over de aandoeningen die tezamen met de inzichten het innerlijk van de mens maken en over de verkwikkelijke dingen van de aandoeningen tezamen met het denken, die het uitwendige van hem maken. Die liefden zijn veelvoudig, maar een tweetal ervan zijn zoals heren en koningen, de hemelse liefde en de helse liefde. De hemelse liefde is de liefde tot de Heer en jegens de naaste en de helse liefde is de liefde van zich en van de wereld. Deze liefden zijn aan elkaar tegenovergesteld zoals de hemel en de hel, want wie in de eigenliefde en de wereldliefde is, wil het goede voor niemand dan zichzelf, maar wie in de liefde tot de Heer en in de liefde jegens de naaste is, die wil voor allen het goede. Deze beide liefden zijn de liefden van het leven van de mens, maar met veel verscheidenheid: de hemelse liefde is de liefde van het leven van hen die de Heer leidt en de helse liefde is de liefde van het leven van hen die de duivel leidt. Maar de liefde van het leven van eenieder is niet bestaanbaar zonder de afleidingen, die aandoeningen worden genoemd; de afleidingen van de helse liefde zijn de aandoeningen van het boze en het valse, eigenlijk de begeerten. De afleidingen van de hemelse liefde zijn de aandoeningen van het goede en ware, eigenlijk vurig beminnen. De aandoeningen van de helse liefde, wat eigenlijk begeerten zijn, zijn er evenzovele als er boze dingen zijn; en de aandoeningen van de hemelse liefde, wat eigenlijk beminnen is, zijn er evenzovele als er goede dingen zijn. De liefde in haar aandoeningen woont zoals een heer in zijn domein of zoals een koning in zijn koninkrijk. Het domein en het koninkrijk ervan is over die dingen die van het gemoed zijn, dat wil zeggen, die zijn van de wil en het verstand van de mens en van het lichaam daaruit. De liefde van het leven van de mens regeert door haar aandoeningen en de inzichten daaruit en door haar verkwikkingen en het denken daaruit, de gehele mens; het innerlijke van zijn gemoed door de aandoeningen en inzichten daaruit en het uitwendige van het gemoed door de verkwikkingen van de aandoeningen en het denken daaruit.

  
Yiya esigabeni / 340  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, 2017, op www.swedenborg.nl