Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus#2497

原作者: 伊曼纽尔斯威登堡

学习本章节

  
/10837  
  

2497. Er wordt gehandeld over de staat van de Heer, waarin Hij was, toen Hij Zichzelf eerst onderrichtte in de leerstellige dingen van de naastenliefde en het geloof; de staat zelf wordt aangeduid door Kadesh en Schur; de leer van het geloof door Abimelech, koning van Gerar, vers 1, 2.

Dat Hij eerst dacht over het redelijke, dat het geraadpleegd moest worden, vers 2. Dat het toch niet geraadpleegd werd, vers 3, 4, 8, 9.

De reden, waarom Hij zo dacht, vers 5, 6, 10-13.

Dat de leer van de naastenliefde en het geloof geestelijk is uit hemelse oorsprong, vers 7. Dat Hij zo dus was onderricht; en dat toen alle redelijke dingen, alsmede alle wetenschappelijke Hem dienden als een bedekking of kleed, vers 14 – 16. En dat op deze wijze de leer volmaakt was, vers 17. Dat het anders zou gegaan zijn, wanneer de leer uit het redelijke was voortgekomen, vers 18.

  
/10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl