Van Swedenborgs Werken

 

Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #8925

Bestudeer deze passage

  
/ 10837  
  

8925. En deswege dat Zijn vreze voor uw aangezichten zal zijn, opdat gij niet zondigt; dat dit betekent de heilige vreze vandaar voor het Goddelijke en vandaar de instandhouding van het geestelijk leven, staat vast uit de betekenis van de vreze Gods, dus de heilige vrees voor het Goddelijke, waarover hierna; uit de betekenis van de aangezichten, te weten de innerlijke dingen, nrs. 1999, 2434, 3527, 4066, 4796, 4797, 5102, 5585, 5592; vandaar is de vreze Gods voor de aangezichten, de heilige vrees voor het Goddelijke in de innerlijke dingen; en uit de betekenis van opdat gij niet zondigt, dus de instandhouding van het geestelijk leven, want het geestelijk leven wordt door niet te zondigen in stand gehouden; zondigen is het boze en het valse met opzet en vanuit de wil denken en doen, want wat met opzet en uit de wil plaatsvindt, zijn zulke dingen die uitgaan van het hart en maken de mens onrein, (Mattheüs 15:11,17-19), dus die het geestelijk leven bij hem vernietigen, zie nr. 8910.

Wat betreft de heilige vreze die met de vreze Gods in het Woord wordt aangeduid, moet men weten dat die vreze de liefde is, maar een liefde zodanig als die is van kleine kinderen jegens hun ouders en van de ouders jegens hun kleine kinderen en van de echtelieden onder elkaar, die vrezen om wat ook te doen wat mishaagt, dus wat de liefde op enigerlei wijze zou kwetsen.

Een zodanige vreze wordt aan de liefde ingeboezemd wanneer de mens wordt wederverwekt, en die vreze, omdat die samenstemt met de liefde en gelegen kan zijn in en daadwerkelijk is in of verenigd met de liefde, daarom heilige vreze wordt genoemd en het is de vreze om te zondigen of te handelen tegen de geboden, dus tegen de Heer; maar die vreze verschilt bij eenieder volgens de hoedanigheid en de hoeveelheid van de liefde; zie daarover de nrs. 2826, 3718, 3719, 5459, 7280, 7788.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl

Van Swedenborgs Werken

 

Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #7788

Bestudeer deze passage

  
/ 10837  
  

7788. En zich voor mij neerbuigen; dat dit het ontzag betekent uit de vrees voor het Goddelijk Ware, staat vast uit de uitbeelding van Mozes, namelijk het Goddelijk Ware, waarover meermalen eerder; en uit de betekenis van zich neerbuigen, dus de vernedering; hier is het echter het ontzag vanuit vrees, omdat het wordt gezegd van hen die in het boze zijn.

Er wordt gezegd het ontzag vanuit vrees, omdat de bozen niet enig ontzag voor het Goddelijk Ware hebben, zelfs niet voor het Goddelijke Zelf, dan dat wat zij hebben uit vrees.

Zij die in de hel zijn, hebben immers slechts zichzelf lief en degenen die slechts zichzelf liefhebben, hebben geen ontzag voor iemand anders, want al het ontzag voor anderen, ook voor het Goddelijke Zelf, keren zij naar zich toe; waar de liefde is, daar is het ontzag; waar de liefde niet is, daar is geen ontzag dan alleen vanuit vrees.

Vandaar komt het dat de bozen in het andere leven straffen ondergaan, totdat zij het tenslotte niet meer wagen om op te staan tegen de goeden en die te bestoken; want door geen ander middel dan door vrees voor straffen worden zij daarvan afgeschrikt kwaad te doen.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl