Van Swedenborgs Werken

 

Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #7795

Bestudeer deze passage

  
/ 10837  
  

7795. Daarom omdat Mijn wonderen in het land van Egypte vermenigvuldigd worden; dat dit betekent opdat zij daarover worden bevestigd dat zij in geen geloof zijn geweest, maar in het boze, staat vast uit de betekenis van de wonderen en van de tekenen, die in Egypte werden gedaan, namelijk de verwoestingen en de bevestigingen daaruit dat zij in het boze zijn, nr. 7633; die wonderen immers betekenden evenzovele graden van verwoesting van hen die binnen de Kerk in de wetenschap van geloofszaken waren geweest en toch boos hadden geleefd; en omdat die het zijn die de rechtschapenen in het andere leven bestoken, is het de staat van hen nu, die hier wordt aangeduid, nr. 7465.

Met het vermenigvuldigd worden van de wonderen worden de opeenvolgende graden van hun staten aangeduid.

De oorzaak van het evenzovele graden zijn, is deze: opdat de bozen daarover worden bevestigd dat zij in het boze zijn en eveneens opdat de goeden worden verlicht ten aanzien van de staat van hen die binnen de Kerk boos hebben geleefd, nr. 7633; indien het die oorzaken niet waren, zouden de bozen zonder zoveel opeenvolgende veranderingen van staten terstond verdoemd of in de hel neergelaten hebben kunnen worden.

Dat de bozen voordat zij verdoemd en in de hel worden neergelaten, zoveel staten ondergaan, is in de wereld volslagen onbekend; men gelooft dat de mens òf verdoemd òf gezaligd wordt en dat dit plaatsvindt zonder enig proces; maar het is hiermee anders gesteld: daar regeert de gerechtigheid; iemand wordt niet verdoemd voordat hij zelf weet en innerlijk daarvan is overtuigd, dat hij in het boze is en dat hij in het geheel niet in de hemel kan zijn; voor hem worden eveneens zijn boosheden geopend, volgens de woorden van de Heer bij Lukas: ‘Er is niets verheeld, dat niet zal onthuld worden, of verborgen, dat niet zal gekend worden; daarom, al wat gij in de duisternis gezegd zult hebben, zal in het licht gehoord worden en wat gij in het oor gesproken zult hebben in de binnenkamers, zal op de daken gepredikt worden’, (Lucas 12:2,3,9; Mattheüs 10:26; Marcus 4:22); en wat meer is, hij wordt ook vermaand om van het boze af te laten, maar omdat hij dit niet kan vanwege de heerschappij van het boze, wordt hem dan de macht afgenomen van het kwaad te doen door vervalsingen van het ware en het veinzen van het goede, dit vindt achtereenvolgens plaats van de ene graad tot de andere; en tenslotte volgt de verdoemenis en het neerlaten in de hel; dit vindt plaats, wanneer hij komt in het boze van zijn leven.

Het boze van het leven is het boze van de wil en van het denken daaruit; dus hoedanig de mens innerlijk is en hoedanig de mens uiterlijk zou zijn, indien de wetten niet in de weg stonden, noch de vrees voor het verlies van gewin, eer, faam en eveneens van zijn leven; dit is het leven dat eenieder na zijn dood volgt, niet echter het uiterlijke leven, tenzij dit voortgaat vanuit het innerlijke; de mens veinst immers in zijn uiterlijke het tegendeel; en daarom blijkt het, wanneer de mens na de dood ten aanzien van zijn uiterlijke wordt verwoest, dan hoedanig hij is geweest, zowel naar zijn wil als naar zijn denken; tot deze staat wordt ieder boos mens door de graden van verwoesting gebracht; alle verwoesting immers in het andere leven gaat voort vanuit het uiterlijke tot het innerlijke.

Hieruit kan vaststaan hoedanig de gerechtigheid is in het andere leven en hoedanig het proces voordat de boze wordt verdoemd.

Daaruit blijkt dat met Mij wonderen vermenigvuldigd in het land van Egypte, wordt aangeduid opdat zij daarover worden bevestigd dat zij in geen geloof zijn geweest, maar in het boze; dat zij die in het boze zijn, geen geloof hebben, zie nr. 7778.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl

Van Swedenborgs Werken

 

Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #7778

Bestudeer deze passage

  
/ 10837  
  

7778. En alle eerstgeborene in het land van Egypte zal sterven; dat dit de verdoemenis betekent van het van de naastenliefde gescheiden geloof, staat vast uit de betekenis van sterven, namelijk de verdoemenis, nrs. 5407, 6119; en uit de betekenis van de eerstgeborene, dus het geloof van de Kerk, waardoor de naastenliefde is, nrs. 352, 2435, 6344, 7035; de eerstgeborene echter in het land van Egypte, is het geloof zonder de naastenliefde, nr. 7766.

Voor wat betreft het geloof zonder de naastenliefde moet verder worden gezegd: het geloof dat zonder de naastenliefde is, is geen geloof, maar slechts een wetenschap van zulke zaken die van het geloof zijn; de waarheden immers van het geloof beogen de naastenliefde als hun laatste doel en daarna gaan zij vanuit de naastenliefde voort zoals uit haar eerste doel; daaruit blijkt, dat de geloofszaken niet bestaan bij hen die niet in de naastenliefde zijn; dat er evenwel een wetenschap van de waarheden van het geloof bij hen bestaat, is bekend; het is deze wetenschap die door hen het geloof wordt genoemd; en wanneer de wetenschappelijke dingen van het ware en het goede van het geloof door hen worden aangewend om valsheden en boosheden te bevestigen, dan zijn zij niet langer bij hen, waarheden en goedheden van het geloof, want zij treden toe tot de valsheden en boosheden, waaraan zij van dienst zijn, want daarin worden dan die valsheden en boosheden zelf beoogt, die zij bevestigen.

De echte dingen van het geloof schouwen omhoog tot de hemel en tot de Heer, maar de zaken die van het van de naastenliefde gescheiden geloof zijn, schouwen omlaag en wanneer zij die boosheden en valsheden bevestigen, zien zij tot de hel.

Daaruit blijkt eveneens dat het van de naastenliefde gescheiden geloof geen geloof is.

Hieruit kan vaststaan wat er wordt verstaan onder de verdoemenis van het van de naastenliefde gescheiden geloof, namelijk dat het de verdoemenis is van het vervalste ware en van het geschonden goede, die van het geloof zijn; want het ware is, wanneer het is vervalst, niet langer het ware maar het valse en het goede is, wanneer het is geschonden, is niet langer het goede maar het boze; en het geloof zelf is niet langer het geloof van het ware en het goede, maar van het valse en het boze, hoe het ook in de uiterlijke vorm mag verschijnen en klinken; en wat een verborgenheid is: eenieder heeft een zodanig geloof als zijn leven is; indien dus het leven verdoemd is, is ook het geloof verdoemd; het is immers het geloof van het valse, wanneer het leven een leven van het boze is.

Dat dit zo is, verschijnt niet in de wereld, maar het wordt geopenbaard in het andere leven; wanneer daar de bozen worden beroofd van de kennis van het ware en het goede, dan gaat uit dat kwade het valse voort, dat bij hen verborgen lag.

Bij sommige bozen is er een overreding dat het ware van het geloof het ware is; van dit overredende meent men ook dat het geloof is, maar het is het geloof niet; het werd immers ingeprent vanwege het einddoel dat het als middel van dienst kan zijn om gewin, eerbewijzen en roem te behalen; zolang die waarheden als middelen van dienst zijn, worden zij geliefd ter wille van een einddoel, dat boos is; maar wanneer zij niet langer van dienst zijn, worden zij verlaten, ja zelfs als valsheden beschouwd; het is deze overreding die het overredende geloof wordt genoemd en het is datgene wat wordt verstaan onder de woorden van de Heer bij Mattheüs: ‘Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd en door Uw Naam demonen uitgeworpen en in Uw Naam vele krachten gedaan. Maar dan zal Ik hun belijden: Ik ken u niet, gaat weg van Mij, gij die ongerechtigheid werkt’, (Mattheüs 7:22,23); hetzelfde geloof wordt ook verstaan onder de lampen zonder olie bij de vijf dwaze maagden, die ook zeiden: Heer, Heer, doe ons open; maar antwoordende zei Hij: Voorwaar, Ik zeg u, Ik ken u niet’, (Mattheüs 25:11,12); met de lampen worden de waarheden van het geloof aangeduid en met de olie het goede van de naastenliefde, dus met de lampen zonder olie, de waarheden van het geloof zonder het goede van de naastenliefde.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl