Van Swedenborgs Werken

 

De Goddelijke Wijsheid #1

De Goddelijke Wijsheid (Zelling Janssens vertaling)      

Study this Passage

Ga naar sectie / 12  

Volgende →

DE GODDELIJKE WIJSHEID
(De Divina Sapientia)
door Emanuel Swedenborg

Inhoudsopgave

1. De Goddelijke Wijsheid in de hemelen verschijnt voor de ogen van de engelen als Licht.
2. De Heer heeft de mens geschapen als een ontvanger van de liefde, die zijn wil is, en daaraan toegevoegd het receptakel van de wijsheid, dat zijn verstand is.
3. Over de formering van de mens in de baarmoeder uit de Heer door invloed in die beide receptakels.
3A. Dat de Heer Zich verbindt met de mens in de baarmoeder van de moeder van de eerste ontvangenis aan, en hem formeert.
3B. Dat Hij Zich verbindt in die beide receptakels, in het ene door de liefde, in het andere door de wijsheid.
3C. Dat de liefde en de wijsheid tegelijk en unaniem alle en de afzonderlijke dingen formeren, maar nochtans zich van elkaar onderscheiden in deze.
3D. Dat de receptakels in drie graden zijn onderscheiden bij de mens, de ene binnen de anderen, en dat de beide hogere de habitakels [woningen] van de Heer zijn, maar niet de laagste.
3E. Dat het ene receptakel is voor de toekomstige wil van de mensen, en het andere voor het verstand van hem, en dat evenwel volstrekt niets van wil en van verstand van hem in de formering aanwezig is.
3F. Dat in het embryo vóór de baring het leven is, maar dat het embryo niet ervan bewust is.
4. Er is gelijkenis en analogie tussen de formering van de mens in de baarmoeder en tussen de hervorming en de wederverwekking van hem.
5. De wil van de mens wordt na de baring het receptakel van de liefde, en het verstand het receptakel van de wijsheid.
6. Er is een overeenstemming van het hart met de wil, en van de long met het verstand, is een onbekende zaak in de wereld, omdat het onbekend was wat overeenstemming is, en dat er een overeenstemming is van alle dingen in de wereld met alle dingen in de hemel.
7. De verbinding van het lichaam en de geest bij de mens is door de hartbewegingen en de longbewegingen van hem, en de scheiding geschiedt wanneer die bewegingen ophouden.
7A. Dat de geest van de mens evenzeer mens is.
7B. Dat hij evenzeer een hart en vandaar een pols heeft, en een long en vandaar ademhaling.
7C. Dat de pols van zijn hart en de ademhaling van zijn long invloeien in de pols van het hart en in de ademhaling van de longen bij de mens in de wereld.
7D. Het leven van het lichaam, wat natuurlijk is, ontstaat en blijft bestaan door die invloed, en het houdt op door de verwijdering ervan, aldus door de scheiding.
7E. Dat de mens dan van natuurlijk geestelijk wordt.
8. Er bestaat niet één engel of geest, noch kan die bestaan, die niet als mens geboren is in de wereld.
8A. Dat in de mens een engellijk gemoed is.
8B. Dat een zodanig gemoed niet kan worden geformeerd tenzij in de mens.
8C. Noch kan het voortgeschapen worden, en door voortscheppingen vermenigvuldigd worden.
8D. Dat de geesten en de engelen het daaraan ontlenen dat zij kunnen blijven bestaan en leven tot in het eeuwige.
8E. En dat zij aan het menselijke geslacht kunnen worden aangebonden en daarmede verbonden.
8F. En zo de hemel kan bestaan, wat het einddoel van de schepping is geweest.
9. De Goddelijke Liefde is het Goddelijk Goede, en de Goddelijke Wijsheid is het Goddelijk Ware.
10. Er is een wederkerige verbinding van de liefde en de wijsheid.
10A. Dat het leven van de wil zich verbindt met het leven van het verstand.
10B. Dat de verbinding wederkerig is, en hoedanig zij is.
10C. Dat het leven van het verstand het leven van de wil zuivert; dat het dit ook vervolmaakt en verhoogt.
10D. Dat het leven van de wil samenwerkt met het leven van het verstand in elke beweging, en omgekeerd het leven van het verstand met het leven van de wil in elke zin.
10E. Eender in de klank en de spraak ervan.
10F. Eender bij de goeden en bij de bozen, met dit verschil, dat bij de bozen het leven van de wil door het leven van het verstand niet wordt gezuiverd, vervolmaakt en verhoogd, maar wordt bezoedeld, bedorven, en verdierlijkt.
10G. Dat de liefde, zijnde het leven van de wil, het gehele leven van de mens maakt.
11A. De liefde tot de Heer uit de Heer bestaat in de naastenliefde, en de wijsheid in het geloof.
11B. OVER DE LIEFDE EN DE NAASTENLIEFDE
11B.1. Dat de liefde tot het nut de naastenliefde is.
11B.2. Dat het de Heer is uit Wie, en dat het de naaste is tot wie.
11B.3. Dat de liefde tot de Heer bestaat in de naastenliefde, omdat zij in nut bestaat.
11B.4. Dat het nut is naar behoren getrouw, oprecht en gerecht zijn ambt uitoefenen, en zijn werk doen.
11 B.5. Dat er algemene nutten zijn, die ook nutten van de naastenliefde zijn.
11B.6. Dat de nutten geen nutten van de naastenliefde worden bij een ander, dan bij hem die strijdt tegen de boze dingen, die vanuit de hel zijn.
11B.7. Aangezien die zijn tegen de liefde tot de Heer, en tegen de naastenliefde.
11B.8. Dat nutten die tot eerste en laatste doel het eigen goede hebben, geen nutten van de naastenliefde zijn.
11C. OVER DE WIJSHEID EN OVER HET GELOOF
11C.1. Dat het geloof niet iets anders is dan de waarheid.
11C.2. Dat de waarheid pas waarheid wordt wanneer zij wordt doorvat en geliefd, en dat zij geloof wordt genoemd wanneer zij wordt geweten en gedacht.
11C.3. Dat de ware dingen van het geloof enerzijds de Heer betreffen, anderzijds de naaste.
11C.4. Kortom, hoe tot de Heer moet worden gegaan, opdat er verbinding geschiedt, en daarna hoe de Heer door de mens nutten doet.
11C.5. Het ene en het andere leren de geestelijke, de zedelijke en de burgerlijke ware dingen.
a) Eerst zal gezegd worden wat geestelijke ware dingen, zedelijke ware dingen, en burgerlijke ware dingen zijn;
b) ten tweede, dat de geestelijke mens ook een zedelijk en burgerlijk mens is;
c) ten derde, dat het geestelijke is in het zedelijke en het burgerlijke;
d) ten vierde, dat er, als zij worden gescheiden, geen verbinding is met de Heer.
11C.6. Geloof is die dingen weten en denken; naastenliefde is die dingen willen en doen.
11C.7. Daarom wanneer de Goddelijke Liefde van de Heer ontstaat bij de mens in de naastenliefde, zijnde die dingen willen en doen, zo ontstaat bij de mens de Goddelijke Wijsheid in het geloof, zijnde de ware dingen weten en denken.
11C.8. Dat de verbinding van de naastenliefde en het geloof wederkerig is.
12. Dat de Heer door Zijn Goddelijke Liefde en Zijn Goddelijke Wijsheid alle dingen in de hemel en alle dingen in de wereld bezielt tot aan de laatste ervan toe, sommige opdat zij leven en sommige opdat zij zijn en bestaan.
12.1. Dat de Heer is de Zon in de engellijke hemel.
12.2. Dat vanuit die Zon de oorsprong van alle dingen is.
12.3. Dat van uit die Zon de alomtegenwoordigheid van de Heer is.
12.4. Alle dingen die er zijn, zijn geschapen tot volgzaamheid aan het Leven zelf, zijnde de Heer.
12.5. Dat de zielen van het leven, en de levende zielen, en de plantaardige zielen, uit het leven dat uit de Heer is, worden bezield door nutten en volgens deze.
13. De ideeën van de engelen over de schepping van het heelal uit de Heer.

* * *

1. De Goddelijke Wijsheid in de hemelen verschijnt voor de ogen van de engelen als Licht.

In de Heer is de Liefde en is de Wijsheid.

De Liefde in Hem is Zijn, en de Wijsheid in Hem is Bestaan.

Echter zijn die in Hem niet twee, maar één.

De wijsheid immers is van de liefde, en de liefde is van de wijsheid, van waaruit beiden één zijn, hetgeen wederkerig is, want het éne wordt, en dit éne is de Goddelijke Liefde, die in de hemelen voor de engelen verschijnt als Zon.

Het wederkerige één zijn van de Goddelijke Wijsheid en de Goddelijke Liefde wordt verstaan onder deze woorden van de Heer: “Gelooft gij niet, Filippus, dat Ik in de Vader en de Vader in Mij is. Gelooft Mij, dat Ik in de Vader en de Vader in Mij is” Joh. 14:10-11; en onder deze: “Ik en de Vader zijn één”, Joh. 10:30.

Die twee echter, die één in de Heer zijn, gaan voort als onderscheiden twee uit Hem als Zon, de wijsheid als Licht, en de liefde als Warmte; maar zij gaan onderscheiden voort naar de schijn; in zich evenwel zijn zij niet onderscheiden, want het licht is van de warmte, en de warmte is van het licht.

Zij zijn immers in het kleinste punt één, zoals het is in de zon; wat immers voortgaat uit de zon, dit is eveneens de zon in kleinsten, en vandaar universeel in alles.

Gezegd wordt: elk punt en het kleinste, maar er wordt niet verstaan een punt of een kleinste van ruimte, want die zijn er immers niet in het Goddelijke, omdat het geestelijk en niet natuurlijk is.

Aangezien de wijsheid en de liefde als onderscheiden twee naar de schijn voortgaan uit de Heer als Zon, de wijsheid onder de gedaante van licht, en de liefde onder de doorvatting van warmte, worden zij derhalve als onderscheiden twee opgenomen door de engelen.

Door sommigen meer vanuit de warmte, die de liefde is, en door sommigen meer vanuit het licht, dat de wijsheid is: en daarom ook worden de engelen van alle hemelen onderscheiden in twee Rijken.

Zij die meer vanuit de warmte, die de liefde is, dan vanuit het licht, dat de wijsheid is, hebben opgenomen, maken het ene Rijk, en worden hemelse engelen genoemd; vanuit hen zijn de hoogste hemelen.

Zij echter die meer van uit het licht, dat de wijsheid is, dan vanuit de warmte, die de liefde is, hebben opgenomen, maken het andere Rijk, en worden geestelijke engelen genoemd; vanuit dezen zijn de lagere hemelen.

Gezegd wordt dat dezen meer hebben opgenomen vanuit het licht, dat de wijsheid is, dan vanuit de warmte, die de liefde is, maar dit méér is schijnbaar méér.

Zij zijn immers niet méér wijs dan al naar gelang de liefde bij hen één maakt met de wijsheid; en daarom ook worden de geestelijke engelen niet genoemd wijzen, maar inzichtvollen.

De Goddelijke Wijsheid, die in de hemelen verschijnt als licht, is in zijn wezen niet licht, maar bekleedt zich met licht, opdat zij voor het gezicht van de engelen ook verschijnt.

De wijsheid in haar wezen is het Goddelijk Ware, en het licht is daarvan de schijn en de overeenstemming.

Met het licht van de wijsheid is iets eenders het geval als met de warmte van de liefde, waarover boven.

Aangezien het Licht overeenstemt met de Wijsheid, en de Heer de Goddelijke Wijsheid is, wordt dan ook de Heer in het Woord op vele plaatsen het Licht genoemd, zoals in de volgende: “Hij was het ware Licht, hetwelk beschijnt elk mens komende in de wereld”. Johannes 1:9. “Jezus zei: Ik ben het Licht van de wereld, wie Mij volgt, zal niet wandelen in de duisternis, maar zal het licht van het leven hebben”, Johannes 8:12. “Jezus zei: Een weinig nog is het Licht met u, wandelt terwijl gij het licht hebt, opdat de duisternis u niet bevangt; terwijl gij het Licht hebt, gelooft in het Licht, opdat gij zonen des Lichts zult zijn. Ik, het Licht, in de wereld ben Ik gekomen, opdat al wie in Mij gelooft, niet in de duisternis blijft”, Johannes 12:35-36,46; en meermalen elders.

Zijn Goddelijke Wijsheid werd ook uitgebeeld door Zijn klederen, toen Hij van gedaante was veranderd, namelijk dat “zij verschenen zoals het Licht, schitterend en blank zoals sneeuw, zoals een voller het op aarde niet kan wit maken”, Marcus 9:3; Mattheüs 17:2.

De klederen in het Woord betekenen de ware dingen van de wijsheid, en daarom verschijnen alle engelen in de hemelen bekleed volgens de ware dingen van hun wetenschap, inzicht, en wijsheid.

Dat het Licht de verschijning van de wijsheid is, en dat zij daarvan de overeenstemming is, blijkt in de hemel, en niet in de wereld; in de hemel immers is geen ander licht dan geestelijk licht, dat het licht van de wijsheid is, alle dingen verlichtend die vanuit de Goddelijke Liefde daar ontstaan.

De wijsheid bij de engelen geeft het die dingen in hun wezen te verstaan, en het licht geeft het die dingen in hun vorm te zien; en daarom is het licht in de hemelen in gelijken graad met de wijsheid bij de engelen.

In de hoogste hemelen is het licht vlammend, schitterend zoals van het meest flonkerende goud; de oorzaak hiervan is deze, dat zij in de wijsheid zijn.

In de lagere hemelen is het licht blank, glanzend zoals van het meest blinkende zilver; de oorzaak hiervan is deze, dat zij in het inzicht zijn.

Het licht in de laagste Hemelen is zoals het middaglicht in de wereld; de oorzaak hiervan is deze, dat zij in de wetenschap zijn.

Het licht van de hogere hemelen is blank; het verschijnt geheel en al zoals een ster die in de nacht flitst en blinkt.

En het is een aanhoudend licht, omdat de zon daar niet ondergaat.

Het is datzelfde licht dat in de wereld het verstand van die mensen verlicht die het liefhebben wijs te zijn; maar het verschijnt niet aan hen, omdat zij natuurlijk zijn, en niet geestelijk.

Het kan wel verschijnen, want het is mij verschenen, maar voor de ogen van mijn geest.

Het is ook gegeven te doorvatten dat ik in het licht van de hoogste hemel in de wijsheid was, in het licht van de tweede hemel in het inzicht, en in het licht van de laatste hemel in de wetenschap, en dat ik wanneer ik alleen in het natuurlijke licht was, in onwetendheid omtrent de geestelijke dingen verkeerde.

Opdat ik zou weten in welk licht heden ten dage de geleerden van de wereld zijn, verschenen mij twee wegen; de ene werd die van de wijsheid genoemd, en de andere die van de dwaasheid.

Aan het einde van de weg van de wijsheid was een paleis in het licht; aan het einde echter van de weg van de dwaasheid was iets dat leek op een paleis, maar in de schaduw.

Er verzamelden zich 300 geleerden, en de keuze werd aan hen overgelaten welke weg zij zouden willen gaan; en het werd gezien dat 260 de weg van de dwaasheid in gingen, en slechts 40 de weg van de wijsheid.

Zij die de weg van de wijsheid gingen, traden het paleis binnen in het licht, waar prachtige dingen waren; en hun werden klederen uit fijn linnen gegeven, en zij werden engelen.

Degenen echter die de weg van de dwaasheid gingen, wilden datgene binnengaan wat eender aan een paleis verscheen, in de schaduw; maar zie, het was een theater van toneelspelers, waar zij toneelkostuums aantrokken en gemaskerd aan het bazelen sloegen, en dwaas werden.

Gezegd werd mij daarna, dat zo talrijk en zodanig tegenwoordig de dwaze geleerden zijn, die in het natuurlijke licht zijn, ten opzichte van de wijze geleerden, die in het geestelijke licht zijn, en dat diegenen het geestelijke licht hebben, die het liefhebben om te verstaan of het waar is wat door een ander wordt gezegd; maar dat diegenen het natuurlijke licht hebben, die het alleen liefhebben om datgene te bevestigen wat door een ander is gezegd.

Ga naar sectie / 12  

Volgende →

   Study this Passage
Other New Christian Commentary

Nederlandse tekst door Guus Janssens. Digitale uitgave - Swedenborg Boekhuis 2007.

De Bijbel

 

Johannes 1:9

Dutch Staten Vertaling         

Bestudeer de innerlijke betekenis

← Vorige    volledig hoofdstuk    Volgende →

9 Dit was het waarachtige Licht, Hetwelk verlicht een iegelijk mens, komende in de wereld.

   Bestudeer de innerlijke betekenis

Explanation of John 1      

By Rev. John Clowes M.A.

Explaining the Inner Meaning of John 1

Verses 1:1, 2. That the Lord, as to his Divine Human [principle], which is divine truth, existed from eternity, in undivided union with the divine good, which is Jehovah.

Verse 1:3. That by divine truth from the Lord was effected the all of creation, both natural and spiritual, thus the production of the all of outward nature, and likewise the regeneration of man, and the establishment of the church.

Verse 1:4. That divine truth is always in union with divine love, and by virtue of that union is the source of all wisdom, intelligence, and rationality, amongst mankind.

Verse 1:5. But that mankind had so immersed themselves in external and natural things, and thus in false principles, that they no longer acknowledged divine truth.

Verses 1:6, 7, 8, 9. That divine truth has its appointed representatives here on earth, amongst those who are principled in charity and faith, whose office it is to testify concerning the Lord's Divine Humanity, and thus to lead mankind to acknowledge and receive it, as the only source of all wisdom, intelligence, and rationality.

Verses 1:10, 11, 12, 13. That the Lord, by his divine truth, or the Word, was present with the Jewish church, but that he was not in general known and acknowledged, yet that all, who did know and acknowledge him, were made regenerate, and thus delivered from the guilt of doing violence to charity, and of profaning truth, being cleansed from all the principles of evil and error.

Verse 1:14. That the Lord, by assuming the human nature, and thus becoming a man, made himself divine truth in ultimates, as he had before been divine truth in first principles, and thus gained fuller access to man, by imparting a fuller measure of his divine love and wisdom.

Verses 1:15, 16, 17. Therefore all, who are principled in charity and faith, acknowledge from the heart, that the Lord in his Divine Humanity is the eternal God, and that all good and truth are from him, and that he came into the world to open those interior things of his Word, for the benefit of mankind.

Verse 1:18. They acknowledge also, that no right apprehension can be had of the invisible Jehovah, but by or through the visible humanity, which he assumed and glorified for that purpose.

Verses 1:19, 20, 21, 22. 23. Thus they testify concerning themselves, to those of the perverted church who are inquisitive about them, that they possess no truth or good of themselves, but only from the Word, and that from the Word all in the vastated church are admonished to prepare themselves to receive the Lord in his Divine Humanity.

Verses 1:24, 25, 26. They testify further, that they can teach only external truth, but that the truth itself is the Lord as to his Divine Humanity, who is yet unacknowledged, although he is the very central life of all truths.

Verse 1:27. And has thus pre-eminence over all, since the lowest order of internal truth is above the highest of what is external.

Verses 1:28, 29. Such is the testimony of external truth, derived from the letter of the Word, which testimony presently conducts to a view of internal truth as it is in connection with the Lord's Divine Humanity, by virtue of which internal truth confession is made that the Lord in his Divine Humanity is the purest innocence, and that human disorder can never be removed, only so far as that innocence is implanted in human minds.

Verses 1:30, 31. Confession is further made from internal truth, that the Lord, in his Divine Humanity, is the eternal god, and that all good and truth are from him, and that he is to be made known to the church by the teaching of external truth from the Word.

Verses 1:32, 33, 34, 35. Which truth testifies, that all the good and truth of faith, thus all purification and regeneration, are from the Divine Humanity of the Lord, and that consequently all internal truth is from the same source.

Verses 1:35, 36, 37. That they who are principled in charity, and in the faith of charity, have their spiritual sight opened to behold and to confess the Lord in his Divine Humanity, whom therefore they immediately acknowledge and obey as the only God.

Verses 1:38, 39. And being led by an internal dictate in their own minds to explore and examine the end of all truth, or knowledge, they are led further to inquire after the good of love and charity, to which all truth and knowledge point, and thus attain conjunction with the Lord in that good.

Verses 1:40, 41, 42. That they who are principled in the good of charity instruct those who are principled in the good of faith, concerning the Lord in his Divine Humanity, and thus conduct them to the Incarnate God, by whom they are taught that they, who are principled in truth derived from good, ought to attach themselves to divine truth, or to truth proceeding from, and in conjunction with, the Lord's Divine Humanity.

Verses 1:43, 44, 45. That they of the church, who are principled in intelligence, are next instructed to acknowledge all intelligence to be derived from the Lord's Divine Humanity, and that when they are so instructed, they again instruct those who are principled in charity and its faith, that the Lord is manifested in his Divine Humanity, as was predicted.

Verses 1:46, 47, 48, 49. Which instruction is received with doubt, until conviction is worked of the divine wisdom of that Humanity, by the distinction which it makes between spiritual good and natural good, and by setting the former above the latter.

Verses 1:50, 51. That this distinction, however, does not produce a conviction equal to that which arises in the course of regeneration, when the internal man is opened to see the several orders of truth in their connection with their divine source, by virtue of which man's ascent to God is first effected, and afterwards the descent of God to man.

From Swedenborg's Works

Toelichting(en) of referenties van Swedenborgs werken:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 20, 1069, 2349, 3195, 4180, 4415, 5922, ...

Apocalyps Onthuld 6, 200, 490, 629, 796, 954

Beknopte Uiteenzetting vd Leer van de Nieuwe Kerk 63, 98

Echtelijke Liefde 129

Leer over de Gewijde Schrift 109

Aardbollen in het Heelal 122

Hemel en Hel 129, 137

Over de Gemeenschap Tussen Ziel en Lichaam 5, 6

Ware Christelijke Religie 59, 85, 176, 269, 354, 761, 776, ...


References from Swedenborg's unpublished works:

Apocalypse Explained 27, 151, 186, 196, 294, 392, 1069

Over het Woord (Janssens vertaling) 17

De Goddelijke Wijsheid 1

Marriage 59, 85

Scriptural Confirmations 2, 14, 86

Andere commentaar

  Verhalen:


  Spirituele onderwerpen:



Hop to Similar Bible Verses

Job 25:3

Psalm 27:1

Betekenissen van Bijbelse woorden

wereld
The term "world" has both general and more specific meanings in the Bible, including the relatively literal sense of the natural, physical world. In more...

Resources for parents and teachers

The items listed here are provided courtesy of our friends at the General Church of the New Jerusalem. You can search/browse their whole library by following this link.


 Baptism and Discipleship
John the Baptist prepared the way for Jesus' ministry. What, like John, prepares us to accept Jesus and become His disciples?
Sunday School Lesson | Ages 11 - 17

 Behold His Glory
Worship Talk | Ages over 18

 Books of the Word Flashcards with Introduction
An article about the Word and flashcards to help you learn books of the Old and New Testaments.
Activity | Ages 11 - 14

 Christmas Light
Worship Talk | Ages 7 - 14

 Does God Exist?
Evidence for God's existence is abundant, but God leaves people in freedom confirm or deny that His life is the source of everything in creation.
Sunday School Lesson | Ages 11 - 17

 In the Beginning Was the Word
Quotation from John 1 showing with a simple illustration showing the idea that the Lord is the Word made flesh.
Picture | Ages 4 - 14

 Introducing John's Gospel
A brief overview of the four gospels of the New Testament and an introduction to the Gospel of John.
Sunday School Lesson | Ages 11 - 17

 Memory Verse: Jacob's Ladder
Activity | Ages 4 - 14

 Memory Verse: Power of the Lord's Word
Activity | Ages 4 - 14

 Memory Verse: The Word of God
Activity | Ages 4 - 14

 Names of the Lord
Sunday School Lesson | Ages 9 - 12

 Prophecies of the Advent
Prophecies of Jesus' advent on earth often use the image of new light dawning in darkness to describe the spiritual impact His birth would have on the world.
Sunday School Lesson | Ages 11 - 17

 Quotes: Giving Thanks for Creation
Teaching Support | Ages over 15

 Quotes: The Word of God
Teaching Support | Ages over 15

 Return to Love
Worship Talk | Ages over 18

 The Incarnation and Being Human
Article | Ages 15 - 17

 The Light of Men
Spiritual tasks offer a reflection on a Biblical story and suggest a task for spiritual growth.
Activity | Ages over 18

 The Light Shineth in Darkness
Article | Ages 15 - 17

 The Lord as the Word
The Word is the Lord, talking to you, teaching you, helping you to understand what is good and right.
Worship Talk | Ages 7 - 14

 The Lord Gave the Word
Coloring Page | Ages 7 - 14

 The Power Of Showing Up
Spiritual tasks offer a reflection on a Biblical story and suggest a task for spiritual growth.
Activity | Ages over 18

 The Wonder of the Lord's Word
When we read the Word, we have to reflect on what we have read and try to live according to it. Only this will lead to our happiness, which is why the Word has been given.
Article | Ages 15 - 17

 The Word
Coloring Page | Ages 7 - 14

 The Word
This lesson discusses a story from the Word and suggests projects and activities for young children.
Sunday School Lesson | Ages 4 - 6

 The Word Made Flesh
A New Church Bible story explanation for teaching Sunday school. Includes lesson materials for Primary (3-8 years), Junior (9-11 years), Intermediate (12-14 years), Senior (15-17 years) and Adults.
Teaching Support | Ages over 3

 The Word Made Flesh
Worship Talk | Ages over 18

 The Word Made Flesh
Like Genesis, the Gospel of John begins with creation. While Genesis describes the creation of natural light, John describes a second creation into spiritual light.
Sunday School Lesson | Ages 11 - 17

 The Word Made Flesh (3-5 years)
Project | Ages 4 - 6

 The Word Made Flesh (6-8 years)
Project | Ages 7 - 10

 The Word Made Flesh (9-11 years)
Project | Ages 11 - 14

 The Word Project
A lesson for younger children with discussion ideas and a project.
Sunday School Lesson | Ages 4 - 6

 To Learn About the Lord, Look in the Word
Spiritual tasks offer a reflection on a Biblical story and suggest a task for spiritual growth.
Activity | Ages over 18

 True Light Giving Light to All
Two project ideas for picturing the Lord as the source of Light for every person.
Project | Ages 4 - 10

 Why Is the Word Holy?
Article | Ages 15 - 17

 Why the Lord Was Born on Our Earth
Five reasons why the Lord came on earth and what it means for us. Sample from the Jacob's Ladder Program, Level 4, for ages 9-10.
Religion Lesson | Ages 9 - 10

 You Are My Beloved Son (sheet music)
Sheet music for a beautiful song about the Lord’s baptism.
Song | Ages over 11


Vertalen: