Ware Christelijke Religie #738

Ware Christelijke Religie (Weevers vertaling)      

Study this Passage

Ga naar sectie / 853  

← Vorige   Volgende →

738. Daarna keerde de engelgids naar het gebouw terug, naar hen die de vaste overtuiging hadden, dat de hemelse vreugde en de eeuwige gelukzaligheid bestaat in een voortdurende verheerlijking van God, en in een eeuwigdurend feest. Zij hadden namelijk in de wereld geloofd dat ze dan God zouden zien, omdat het hemelse leven vanuit de eredienst van God, een voortdurende Sabbat wordt genoemd. De engel zei tot hen: ‘Volgt mij en ik zal u in uw vreugden binnenleiden.’ Hij bracht hen in een kleine stad waarin in het midden een tempel stond; alle huizen daar werden heilige kapellen genoemd. In deze stad zagen ze een menigte die was samengestroomd uit alle hoeken van het omliggende land. Daaronder waren tal van priesters die de nieuw-aangekomenen ontvingen, groetten en hen bij de hand namen en naar de deuren van de tempels geleidden en daar vandaan naar enkele kapellen die rondom de tempel stonden. Deze priesters wijdden hen in, in de voortdurende eredienst van God en zeiden: ‘Deze stad is de voorhof tot de hemel en de tempel van deze stad is de ingang tot de prachtige en grootse tempel die in de hemel is. De tempel waar God door de engelen tot in eeuwigheid verheerlijkt wordt met gebeden en lofprijzingen. De voorschriften hier en daar luiden dat men eerst de tempel moet binnengaan en daar drie dagen en drie nachten moeten verblijven, en dat men na deze inwijding de huizen van de stad binnengaat. Deze huizen zijn eigenlijk door ons geheiligde kapellen, en van kapel tot kapel, en in gemeenschap met degenen die daar aanwezig zijn, zal men bidden en luid uitroepen en hardop zeggen wat gepredikt is. Denkt er vooral om, dat u niet bij uzelf iets anders denkt en met uw gezellen iets anders te spreken dan heilige, vrome en godsdienstige dingen.’ Hierna leidde de engel zijn gezelschap in de tempel die vol was met een opeengedrongen menigte, waaronder velen die in de wereld grote waardigheden hadden bekleed, maar ook velen uit het gewone volk. Er stonden wachters bij de deuren om te voorkomen dat iemand vóór het verblijf van drie dagen naar buiten zou gaan. De engel zei: ‘Het is heden de tweede dag sinds dezen zijn binnengetreden, slaat hen gade en u zult hun verheerlijking van God zien’. Ze sloegen hen gade en zagen dat de meesten sliepen, en hoe degenen die wakker waren, steeds maar geeuwden, en sommigen verschenen ten gevolge van de voortdurende verheffing van de gedachten tot God zonder een moment daarvan af te dwalen naar het lichaam, als van het lichaam afgescheiden. Zo verschenen ze aan zichzelf en vandaar ook aan de anderen; sommigen zelfs met verwilderde ogen vanwege het voortdurend omhoog richten daarvan. In één woord; allen hadden een beklemming op de borst en hun geest was afgemat van verveling, ze waren afgekeerd van de kansel en riepen: ‘Onze oren zijn verdoofd, houdt op met preken; we kunnen geen woord meer horen en we beginnen van de toon te walgen.’ Toen stonden ze op en stortten zich als één man op de deuren, braken ze open en wierpen zich op de wachters en verjoegen hen. Toen de priesters dit zagen volgden ze hen en sloten zich aan de zijkant bij hen aan en gingen door met onderwijzen, terwijl ze gebeden prevelden voortdurend zuchtten. Ze zeiden: ‘Viert het feest, verheerlijkt God, heiligt u; in deze voorhof van de hemel zullen wij u inwijden in de eeuwige verheerlijking van God in de prachtige en grootse tempel die in de hemel is, en zo zult u de eeuwige gelukzaligheid genieten.’ Maar ze verstonden dit niet en hoorden nauwelijks iets ten gevolge van de stompzinnigheid die over hen gekomen was. Hun gemoed had immers twee dagen in spanning verkeerd en was afgehouden van de alledaagse bezigheden. Maar toen ze probeerden zich van de priesters los te maken, grepen die hen bij de armen en bij hun kleding en drongen hen naar de kapellen, waar het gepredikte moest worden opgezegd. Echter tevergeefs, ze riepen uit: ‘Laat ons met rust, we voelen ons in ons lichaam of we flauwvallen’. Toen ze dit gezegd hadden, ziet, daar verschenen vier mannen in witte klederen en met mijters op het hoofd. Een van hen was in de wereld aartsbisschop geweest en de drie anderen bisschoppen; en nu waren zij engelen geworden. Deze riepen de priesters samen en spraken hen toe: ‘Wij hebben u vanuit de hemel met deze schapen gezien, hoe u hen wijdt; u wijdt hen tot waanzinnig worden toe; weet u niet wat onder de verheerlijking van God wordt verstaan? Daaronder wordt verstaan: vruchten van de liefde dragen, dat wil zeggen: getrouw, oprecht en nauwgezet het werk van zijn beroep verrichten, want dit behoort tot de liefde van God en tot de liefde jegens de naaste, en dit is de band van het gezelschap en het goede daarvan. Daardoor wordt God verheerlijkt en ook door de eredienst op gezette tijden. Hebt u niet deze woorden van de Heer gelezen:

‘Hierin wordt Mijn Vader verheerlijkt, dat u veel vrucht draagt, en dat u Mijn discipelen zult worden’, (Johannes 15:8).

U, priesters kunt u wijden aan verheerlijking door de eredienst, omdat dit uw ambt is, en u daardoor eer, roem en beloning ontvangt; niettemin kunt u niet in meerdere mate dan de anderen in de verheerlijking zijn, indien eer, roem en beloning niet samenvalt met uw ambt’. Na dit gezegd te hebben, geboden de bisschoppen de deurwachters allen vrij te laten om naar binnen of naar buiten te gaan, want er is een grote menigte van hen, die zich de hemelse vreugde niet anders kon voorstellen dan als een voortdurende eredienst van God, omdat ze niets over de staat van de hemel hebben geweten.

Ga naar sectie / 853  

← Vorige   Volgende →

   Study this Passage
From Swedenborg's Works

   Parallel Passages:

Echtelijke Liefde 9


Swedenborg Boekhuis Baarle Nassau, Netherlands Nederlandse vertaling door Henk Weevers 2010. Link markup by NCBSP.


Vertalen: