Ware Christelijke Religie #565

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

      |   
/ 853  
  

565. Nu volgt een korte beschrijving van de louter natuurlijk redelijke en zedelijke mens, die op zichzelf beschouwd, zinnelijk is, en wanneer hij doorgaat zo te zijn, lichamelijk of vleselijk wordt. Maar deze beschrijving zal in een uit verschillende delen bestaande schets worden gegeven. Het zinnelijke is het laatste van het leven van het gemoed van de mens, hangend aan en samenhangend met de vijf zinnen van zijn lichaam. Diegene wordt een zinnelijk mens genoemd, die alle dingen beoordeelt naar de zinnen van het lichaam en die niets gelooft dan wat hij met de ogen zien en met de handen betasten kan; daarvan zegt hij dat het iets is; het overige verwerpt hij. De innerlijke dingen van zijn gemoed, die vanuit het licht van de hemel zien, zijn gesloten, zodat hij niets van

het ware ziet, dat tot de hemel en tot de Kerk behoort. zo'n mens denkt op een meest uitwendige wijze en niet innerlijk uit enig geestelijk licht, omdat hij in het grove natuurlijke schijnsel is. Vandaar komt het, dat hij innerlijk tegen de dingen is die van de hemel en van de Kerk zijn, hoewel hij uiterlijk daarvóór kan spreken, vurig al naar de hoop op heerschappij en rijkdom door middel daarvan. De geleerden en de ontwikkelden die zich diep in de valsheden hebben bevestigd, en nog meer zij, die zich tegen de waarheden van het Woord bevestigd hebben, zijn meer dan de overigen zinnelijk. Zinnelijke mensen redeneren scherp en bedreven, omdat hun gedachte dicht bij de spraak ligt, zodat zij bijna daarin is en als het ware in de lippen is, en omdat zij alle inzicht stellen in het spreken uit het blote geheugen; voorts kunnen zij handig valsheden bevestigen, en ze na de bevestiging voor waarheden houden. Maar zij redekavelen en bevestigen uit begoochelingen van de zinnen, waardoor het gewone volk wordt ingepalmd en overreed. Zinnelijke mensen zijn sluwer en boosaardiger dan de overigen. De vrekken, de echtbrekers en de arglistigen zijn voornamelijk zinnelijk, hoewel zij voor de wereld als vernuftig verschijnen. De innerlijke dingen van hun gemoed zijn afschuwelijk en vuil; door middel daarvan staan zij in verbinding met de hellen; in het Woord worden zij ‘doden’ genoemd. Zij die in de hel zijn, zijn zinnelijk en des te meer naarmate zij dieper daarin zijn. De sfeer van de helse geesten verbindt zich met het zinnelijke van de mens van achteren, en in het licht van de hemel verschijnt hun achterhoofd uitgehold. Zij die uit louter zinnelijke dingen redeneerden, werden door de Ouden ‘slangen van de boom der kennis’ genoemd. De zinnelijke dingen moeten de laatste plaats innemen en niet de eerste, en bij de wijze en inzichtsvolle mens nemen zij de laatste plaats in en zijn onderworpen aan de innerlijke dingen, maar bij de onwijze mens nemen zij de eerste plaats in en overheersen. Wanneer de zinnelijke dingen de laatste plaats innemen, dan wordt door middel daarvan de weg tot het verstand geopend en worden de waarheden gereinigd door de methode van uittrekking. Deze zinnelijke dingen staan het dichtst bij de wereld en laten de dingen toe die uit de wereld aanspoelen en zeven die als het ware. De mens heeft door de zinnelijke dingen verbinding met de wereld en door de redelijke dingen met de hemel. De zinnelijke dingen bedienen die dingen die de innerlijke dingen van het gemoed van dienst zijn. Er zijn zinnelijke dingen die het verstandsdeel bedienen en zinnelijke dingen die het wilsdeel bedienen. Wanneer de gedachte niet boven de zinnelijke dingen wordt verheven, heeft de mens slechts weinig wijsheid. De mens komt, wanneer zijn gedachte boven de zinnelijke dingen verheven wordt, in een helderder schijnsel en tenslotte in het hemels licht en dan wordt hij zulke dingen gewaar als uit de hemel neervloeien. Het laatste van het verstand is de natuurlijke kennis, en het laatste van de wil is de zinnelijke verlustiging.

  
/ 853  
  

Swedenborg Boekhuis Baarle Nassau, Netherlands Nederlandse vertaling door Henk Weevers 2010. Link markup by NCBSP.