Ware Christelijke Religie #537

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 853  
  

537. Men moet weten, dat zij, die het goede uit louter natuurlijke goedheid en niet tevens uit godsdienst doen, na de dood niet worden aangenomen, aangezien in hun naastenliefde alleen het natuurlijk goede en niet tevens het geestelijk goede is gelegen, en het geestelijke is datgene wat de Heer met de mens verbindt en niet het natuurlijke zonder dit. De natuurlijke goedheid behoort alleen tot het vlees, zij is aangeboren uit de ouders, maar de geestelijke goedheid behoort tot de geest, zij is opnieuw geboren uit de Heer. Zij die de goedheden van de naastenliefde uit godsdienst doen en vandaar geen boosheden, voordat zij de leer van de Nieuwe kerk over de Heer hebben aangenomen, kunnen vergeleken worden met bomen, die goede vruchten, hoewel weinige, dragen, en ook met bomen die edele vruchten dragen, hoewel kleine, en die niettemin in de tuinen worden onderhouden; en ook kunnen zij vergeleken worden met olijf- en vijgenbomen in de wouden; verder ook met geurige kruiden en struiken die balsem leveren, op de heuvels. Zij zijn zoals kleine kapelletjes of kerkjes, waarin een vrome eredienst wordt gehouden; want zij zijn de schapen aan de rechterzijde, en de rammen die door de bokken worden aangevallen, volgens, (Daniël 8:2-14). In de hemel zijn zij bekleed met klederen van rode kleur en nadat zij zijn ingewijd in de goedheden van de Nieuwe Kerk, worden zij bekleed met purperkleurige klederen, welke, naarmate zij ook de waarheden opnemen, mooi opblinken.

  
/ 853  
  

Swedenborg Boekhuis Baarle Nassau, Netherlands Nederlandse vertaling door Henk Weevers 2010. Link markup by NCBSP.