Ware Christelijke Religie #417

Study this Passage

        
/ 853  
  

417. Wie weet niet dat de mens niet mens is door het menselijk aangezicht en door het menselijk lichaam, maar door de wijsheid van zijn verstand en door de goedheid van zijn wil, waarvan de hoedanigheid naarmate die stijgt, maakt dat hij meer mens is? Wanneer de mens geboren is, is hij bruter dan enig dier, maar hij wordt mens door onderwijzingen, die, naarmate die worden opgenomen, zijn gemoed vormen, waardoor en overeenkomstig waarvan de mens werkelijk mens is. Er zijn beesten van wie het aangezicht op dat van de mens lijken, maar zij verheugen zich niet in het bezit van enig vermogen om te verstaan en uit het verstand iets te doen, maar zij handelden uit instinct, dat door hun natuurlijke liefde wordt opgewekt. Het onderscheid is, dat het beest in klanken de aandoeningen van zijn liefde uit, terwijl de mens ze, nadat hij ze in gedachten heeft omkleed, uitspreekt. Ook, dat het beest met neergebogen gezicht naar de aarde ziet, de mens echter met opgeheven aangezicht naar de hemel rondom ziet. Hieruit kan men de gevolgtrekking maken, dat de mens voor zoveel mens is, als hij uit gezonde rede spreekt en zijn verblijf in de hemel voor ogen heeft, en dat hij voor zoveel geen mens is, als hij uit verkeerde rede spreekt, en alleen zijn verblijf in de wereld voor ogen heeft; maar toch zijn al dezen, mensen, echter niet in werkelijkheid, maar naar vermogen; want elk mens beschikt over het vermogen tot verstaan van waarheden en tot het willen van goedheden; maar voor zoveel hij de goedheden niet doen noch de waarheden verstaan wil, kan hij in uitwendige dingen de mens nabootsen en diens aap spelen.

  
/ 853  
  
   Study this Passage
Other New Christian Commentary

Swedenborg Boekhuis Baarle Nassau, Netherlands Nederlandse vertaling door Henk Weevers 2010. Link markup by NCBSP.


Vertalen: