Ware Christelijke Religie #254

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 853  
  

254. X. Uit de zin van de letter van het Woord kunnen ketterijen gehaald worden, maar het is schadelijk deze te bevestigen.

Hierboven werd aangetoond, dat het Woord niet verstaan kan worden zonder de leer, en dat de leer is gelijk een lamp, opdat men de echte waarheden kan zien, en dit vanwege hiervan, dat het Woord in louter overeenstemmingen is geschreven. Vandaar komt het, dat daarin tal van dingen schijnbaarheden van het ware zijn, en niet naakte waarheden, en dat tal van dingen geschreven zijn naar het bevattingsvermogen van de louter natuurlijke mens, maar toch zo, dat de eenvoudigen het eenvoudig, en de inzichtsvollen het met inzicht, en de wijzen het wijs kunnen verstaan. Aangezien nu het Woord van dien aard is, kunnen de schijnbaarheden van het ware, die beklede waarheden zijn, voor naakte waarheden genomen worden, die, wanneer ze bevestigd worden, begoochelingen worden, die in zichzelf valsheden zijn. Hieruit, dat schijnbaarheden van het ware voor echte waarheden genomen werden en bevestigd, zijn alle ketterijen ontstaan, die in de christelijke wereld waren en nog zijn. De ketterijen zelf verdoemen de mensen niet, maar de bevestigingen van de valsheden, die in de ketterijen gelegen zijn, uit het Woord, en door redeneringen uit de natuurlijke mens, en het boze leven zijn het, die verdoemen. Want eenieder wordt geboren in de godsdienst van zijn vaderland of van zijn ouders; van kindsbeen af wordt hij daarin ingewijd, en daarna houdt hij deze vast, en kan zich niet zelf uit de valsheden ervan uitleiden, zowel vanwege zijn omgang in de wereld, als vanwege het onvermogen van zijn verstand in het doorzien van de waarheden van deze afstamming. Maar boos leven en valsheden bevestigen tot de vernietiging van het echte ware toe, dat is het, wat verdoemt. Want wie in zijn godsdienst blijft, en in God gelooft, en binnen de christenheid in de Heer gelooft en het Woord heilig houdt, en overeenkomstig de voorschriften van de Decaloog uit godsdienst leeft, zweert niet bij valsheden. Wanneer hij dan ook de waarheden hoort en die op zijn wijze gewaarwordt, kan hij ze omhelzen en op deze wijze uit de valsheden uitgeleid worden; niet echter diegene, die de valsheden van zijn godsdienst bevestigd heeft, want het bevestigde valse blijft en kan niet uitgeroeid worden. Want het valse is na de bevestiging alsof iemand daarop gezworen had, vooral wanneer het samenhangt met de eigenliefde of met de hoogmoed van het eigen inzicht.

  
/ 853  
  

Swedenborg Boekhuis Baarle Nassau, Netherlands Nederlandse vertaling door Henk Weevers 2010. Link markup by NCBSP.