Engelenwijsheid over de Goddelijke Liefde en de Goddelijke Wijsheid #47

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

      |   
/ 432  
  

47. GODDELIJKE LIEFDE EN GODDELIJKE WIJSHEID KAN NIET ANDERS DAN ZIJN EN BESTAAN IN ANDERE, UIT ZICH GESCHAPENEN.

Het is het wezen van de liefde zichzelf niet lief te hebben, maar het is anderen liefhebben, en met die door de liefde verbonden worden. Het zelf van de liefde is ook uit anderen liefgehad te worden, want zo wordt het verbonden. Het wezen van alle liefde bestaat in de verbinding, ja zelfs het leven ervan, dat: verkwikking, liefelijkheid, verrukking, zoetheid, gezegendheid, heilzaam en gelukzaligheid wordt genoemd. De liefde bestaat hierin dat wat van haar is ook van de ander zal zijn en dat beide het verkwikkelijke van de ander als het verkwikkelijke in zichzelf gewaarworden; dit is liefhebben. Maar het eigen verkwikkelijke in een ander gewaarworden, en niet het verkwikkelijke van de ander in zich, is niet liefhebben, want dit is zichzelf liefhebben, het eerstgenoemde echter is de naaste liefhebben. Die twee geslachten van liefde zijn lijnrecht aan elkaar tegenovergesteld; het ene en het andere verbindt weliswaar, en het schijnt niet dat zichzelf liefhebben, dat wil zeggen, zichzelf in de ander, ontbindt; maar toch ontbindt dit zodanig, dat voor zoveel als iemand een ander op die wijze heeft liefgehad, hij die daarna voor zoveel haat; want zo’n verbinding wordt uit zich achtereenvolgens geslaakt, en dan wordt de liefde haat in een eendere graad.

  
/ 432  
  

Published by Swedenborg Boekhuis.