Engelenwijsheid over de Goddelijke Liefde en de Goddelijke Wijsheid #424

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 432  
  

424. 19. De liefde die bezoedeld is ín het verstand en úit dat, wordt natuurlijk, zinlijk en lichamelijk. De natuurlijke liefde gescheiden van de geestelijke liefde is tegenovergesteld aan de geestelijke liefde; de oorzaak is omdat de natuurlijke liefde zelfliefde en wereldliefde is, en de geestelijke liefde de liefde van de Heer en de liefde van de naaste is; en de zelf- en wereldliefde ziet naar beneden en naar buiten en de liefde van de Heer schouwt naar boven en naar binnen. Daarom kan de natuurlijke liefde wanneer zij gescheiden is van de geestelijke liefde, niet opgeheven worden uit het eigene van de mens, maar blijft daarin gedompeld, en voor zoveel zij dat liefheeft daaraan vast gelijmd. Indien dan het verstand opklimt en vanuit het licht van de hemel zulke dingen ziet die van de wijsheid zijn, trekt zij de wijsheid terug en verbindt die met zichzelf in haar eigene, en daar, ofwel verwerpt zij die dingen die van de wijsheid zijn, ofwel vervalst die, ofwel stelt die rondom zich, opdat zij die kan spreken omwille van de faam. Zoals de natuurlijke liefde door graden kan opklimmen, en geestelijk en hemels worden, kan zij zo eveneens door graden afdalen en zinlijk en lichamelijk worden; en zij daalt voor zoveel af als zij de heerschappij vanuit geen liefde van nut, maar vanuit de zelfliefde alleen liefheeft; deze liefde is het die de duivel wordt genoemd. Degenen die in die liefde zijn, kunnen eender spreken en handelen zoals degenen die in de geestelijke liefde zijn, maar dan ofwel vanuit het geheugen, ofwel vanuit het verstand dat uit zich is opgeheven in het licht van de hemel, toch zijn de dingen die zij spreken en doen, vergelijkenderwijs zoals aan de buitenkant schoon schijnende vruchten die van binnen geheel rot zijn, of zoals de dop van amandelen die gaaf aan de buitenkant verschijnen, maar van binnen door wormen geheel verknaagd. Deze dingen noemen zij in de geestelijke wereld fantasieën waardoor de hoeren, die daar sirenen worden genoemd, zich mooi maken en zich met fraaie klederen versieren, maar als eenmaal de fantasie is opgelost, verschijnen zij als spoken, en zijn zoals duivels die zich engelen van het licht maken. Want wanneer die lichamelijke liefde haar verstand uit de opheffing terugtrekt, wat geschiedt wanneer hij alleen is en dan vanuit zijn liefde denkt, dan denkt hij tegen God voor de natuur, tegen de hemel voor de wereld en tegen de ware en goede dingen van de Kerk, en voor de valse en boze dingen van de hel en zo dus tegen de wijsheid. Vanuit deze dingen kan vaststaan hoedanig zij zijn die lichamelijke mensen worden genoemd, want zij zijn niet lichamelijk naar het verstand, maar zij zijn lichamelijk naar de liefde, dat wil zeggen, zij zijn niet lichamelijk naar het verstand als zij spreken in een gezelschap, maar wanneer zij met zichzelf spreken in de geest; en omdat zij in de geest zodanig zijn, worden zij daarom na de dood naar het een en het ander zowel naar de liefde als naar het verstand, geesten, die lichamelijk geesten worden genoemd. Dan verschijnen zij die in de hoogste liefde van heersen vanuit de zelfliefde in de wereld zijn geweest en tegelijk in een verheffing van het verstand boven de anderen, naar het lichaam zoals Egyptische mummies en naar het gemoed grof en dwaas. Wie weet heden in de wereld dat de liefde in zich zodanig is? Maar toch is er een liefde van heersen vanuit de liefde van het nut, maar vanuit de liefde van het nut niet om zich, maar om het algemeen goede. Maar de mens kan bezwaarlijk tussen deze beide een onderscheid maken, maar toch is het verschil ertussen zodanig als het verschil tussen hemel en hel. De verschillen tussen dat tweetal liefden van heersen kunnen worden gezien in het werk ‘Hemel en Hel’, n. 551-565.

  
/ 432  
  

Published by Swedenborg Boekhuis.