Engelenwijsheid over de Goddelijke Liefde en de Goddelijke Wijsheid #156

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

      |   
/ 432  
  

156. Van de schepping van het heelal en van alle dingen ervan kan niet worden gezegd dat zij is geschied uit de ruimte tot de ruimte, noch uit de tijd tot de tijd en dus voortschrijdend en achtereenvolgens, maar uit het Eeuwige en uit het Oneindige; niet uit een eeuwige van tijd, omdat dit er niet is, maar uit het eeuwige ‘niet van tijd’, want dit is hetzelfde met het Goddelijke; noch uit een oneindige van ruimte, omdat dit er ook niet is, maar uit het oneindige ‘niet van ruimte’, wat ook hetzelfde is met het Goddelijke. Ik weet dat deze dingen de ideeën van het denken dat in het natuurlijk licht is, overstijgen, maar zij overstijgen niet de ideeën van het denken van hen die in het geestelijk licht zijn; want daarin is niets van ruimte en tijd; ja, zelfs overstijgen zij ook niet geheel de ideeën in het natuurlijk licht, want wanneer wordt gezegd dat een oneindige van ruimte er niet is, bevestigt ieder dit vanuit de rede; het eendere is het met het eeuwige, want dit is een oneindige van tijd; indien gezegd wordt in het eeuwige, wordt dit uit de tijd begrepen, niet echter uit het eeuwige tenzij de tijd verwijderd wordt.

  
/ 432  
  

Published by Swedenborg Boekhuis.