Leer over het Geloof #20

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

      |   
/ 72  
  

20. Omdat de naastenliefde de liefde jegens de naaste is, zal ook gezegd worden wat de naaste is. De naaste in de natuurlijke zin is de mens, collectief en als individu: de mens collectief is de Kerk, het vaderland en de maatschappij; en de mens als individu is de medeburger, die in het Woord wordt genoemd broeder en genoot. Maar de naaste in de geestelijke zin is het goede en omdat het nut het goede is, is de naaste in de geestelijke zin het nut. Dat het nut de geestelijke naaste is, zal iedereen erkennen; wie immers heeft een mens lief alleen als persoon; maar hij heeft hem lief uit hoofde van dat wat in hem is, van waaruit hij zodanig is, dus vanuit diens hoedanigheid, want dit is de mens. Dit hoedanige dat geliefd wordt, is het nut en het wordt het goede genoemd; vandaar is dit de naaste. Omdat het Woord in zijn boezem geestelijk is, is daarom dit goede liefhebben de naaste liefhebben in de geestelijke zin van het Woord.

  
/ 72  
  

Published by Swedenborg Boekhuis.