Leer des Levens #13

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

      |   
/ 114  
  

13. De mens die het geestelijk goede heeft is een zedelijk mens en eveneens een burgerlijk mens; maar de mens die het geestelijk goede niet heeft, verschijnt alsof hij een zedelijk en burgerlijk mens is, maar toch is hij het niet. Dat de mens die het geestelijk goede heeft een zedelijk en burgerlijk mens is, is omdat het geestelijk goede het wezen van het goede in zich heeft, en van hieruit het zedelijk en het burgerlijk goede is. Het wezen van het goede kan nergens anders vandaan zijn, dan uit Hem, Die het Goede Zelf is. Geef de gedachte hierover de wijdst mogelijke ruimte, span haar in tot het uiterste en onderzoek waarvandaan het goede goed is en u zult zien dat het is uit haar eigen 'zijn', en dat datgene goed is dat het 'zijn' van het goede in zich heeft. Dus dat datgene goed is, wat is uit het Goede Zelf, dus uit God. Hieruit volgt dat een goede dat niet uit God is, maar uit de mens, niet goed is.

  
/ 114  
  

Published by Swedenborg Boekhuis.