Hemel en Hel #596

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

      |   
/ 603  
  

596. Er zijn twee koninkrijken waarin de hemel onderscheiden is, namelijk het hemelse rijk en het geestelijke rijk (zie nr. 20-28). e hellen zijn eveneens in twee rijken onderscheiden, waarvan het een aan het hemelse en het andere aan het geestelijke rijk tegenovergesteld is. Het rijk dat tegenover het hemelse rijk staat, is in de westelijke streek, en zij die zich daarin bevinden heten genii of kwade geesten, maar het rijk dat tegenover het geestelijke staat, is in de noordelijke en zuidelijke streek, en zij die daar zijn heten geesten. Allen die zich in het hemelse rijk bevinden, zijn in de liefde tot de Heer, en allen die in het tegenovergestelde rijk zijn, zijn in de eigenliefde. Allen die in het geestelijk rijk zijn, verkeren in liefde tot de naasten, en allen in het tegenovergestelde rijk zijn, in de liefde tot de wereld. Hieruit blijkt dat de liefde tot de Heer tegenovergesteld is aan de eigenliefde, en eveneens dat de liefde tot de naasten tegenovergesteld is aan de liefde tot de wereld. Voortdurend wordt er door de Heer in voorzien dat er niets uitvloeit uit de hellen tegenover het hemelse rijk, naar hen die in het geestelijk rijk zijn, want als dat zou geschieden dan zou het geestelijk rijk vergaan (zie nr. 578, 579). it zijn twee algemene toestanden van evenwicht die door de Heer steeds onverbroken bewaard worden.

  
/ 603  
  

Thanks to the Swedenborg Boekhuis NL and Guus Janssens for their permission to use this translation.