Hemel en Hel #556

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 603  
  

556. Liefde voor zichzelf is voor zichzelf alleen het goede willen en voor anderen niet dan alleen om eigen wil, zelfs niet voor de kerk, het vaderland of enig gezelschap van mensen; ook het aan hen bewijzen van weldaden alleen terwille van eigen naam of eer of roem, want tenzij deze gezien worden in de diensten die een mens aan anderen bewijst, zegt hij in zijn hart: 'Waartoe dient dit? Waarom zou ik het doen? Wat voordeel brengt het mij?' en zo laat hij het na. Hieruit volgt dat hij die in liefde voor zichzelf is, de kerk niet liefheeft noch zijn vaderland noch de maatschappij noch enig nut, maar alleen zichzelf. Zijn enige genoegen is het genieten van zijn eigenliefde en aangezien het genoegen dat uit liefde voortkomt, het leven van een mens uitmaakt, is zijn leven een leven voor zichzelf en een leven voor zichzelf is een leven uit hetgeen de mens eigen is, en het eigene in de mens, in zichzelf gezien, is niets dan kwaad. Hij die zichzelf liefheeft, heeft ook de zijnen lief, die in het bijzonder zijn kinderen en kleinkinderen zijn en in het algemeen allen die hetzelfde met hem doen als zij, die hij de zijnen noemt. Deze liefhebben is ook zichzelf liefhebben, want hij beschouwt hen als in zichzelf en zichzelf als in hen; onder degenen die hij de zijnen noemt, zijn ook allen die hem prijzen, eren en vleien.

  
/ 603  
  

Thanks to the Swedenborg Boekhuis NL and Guus Janssens for their permission to use this translation.