Hemel en Hel #54

Study this Passage

        
/ 603  
  

54. Het kan in geen geval gezegd worden dat de hemel buiten iemand is, wel in hem. Want afhankelijk van de hemel die in hem is, ontvangt iedere engel de hemel die buiten hem is. Hieruit blijkt duidelijk hoezeer iemand misleid is die gelooft dat om in de hemel te komen men slechts tot de engelen verheven moet worden, onafhankelijk hoe men in zijn innerlijke leven is. Dus dat iedereen uit onmiddellijke genade de hemel geschonken wordt, terwijl in wezen, behalve indien de hemel in iemand aanwezig is, niets van de hemel die buiten iemand is, invLoeit en opgenomen wordt. Er zijn vele geesten die deze mening zijn toegedaan. Vanwege hun geloof werden ze tot de hemel verheven; maar omdat hun innerlijke leven tegenovergesteld was aan het leven waarin de engelen waren, werden, toen ze daar kwamen, hun verstandelijke vermogens verblind, zodat ze als dwazen werden en ook werden zij in hun vermogen om iets te willen zo gepijnigd, dat ze zich uiteindelijk als waanzinnigen gedroegen. In het kort, zij die een slecht leven leiden, snakken naar adem als ze in de hemel terechtkomen en kronkelen als een vis op het droge en zijn als dieren in het vacuüm van een luchtpomp, nadat de lucht eraan onttrokken is. Hieruit kan men zien dat de hemel binnen in en niet buiten iemand is.

  
/ 603  
  
   Study this Passage

Thanks to the Swedenborg Boekhuis NL and Guus Janssens for their permission to use this translation.


Vertalen: