Hemel en Hel #529

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

      |   
/ 603  
  

529. Als men een verstandige blik op het leven van de mensen slaat en het onderzoekt, dan zal men merken dat het drievoudig is; namelijk dat er een geestelijk, zedelijk en een burgerlijk leven bestaat, elk van het andere onderscheiden. Er zijn mensen die een burgerlijk leven leiden zonder een zedelijk en geestelijk; anderen die zedelijk leven, maar niet geestelijk, en weer anderen die burgerlijk en zedelijk en tegelijk geestelijk leven. De laatsten leiden een hemels leven, maar de twee anderen leiden alleen een werelds leven, afgescheiden van het hemels leven. Hieruit mag duidelijk zijn dat geestelijk leven niet van natuurlijk leven of het leven van de wereld gescheiden is, maar dat er een vereniging tussen hen bestaat, zoals tussen de ziel en het lichaam, en dat hen scheiden, zoals reeds is opgemerkt, gelijk zou zijn aan het leven in een huis zonder fundament. Zedelijk en burgerlijk leven is de werkzaamheid van het geestelijk leven; want goed te willen behoort tot het geestelijk leven en wel te handelen behoort tot het zedelijk en burgerlijk leven. Zonder deze laatste is het geestelijk leven niets dan denken en spreken, en de wil treedt terug omdat die geen grondslag heeft om op te rusten; en toch is de wil het eigenlijke geestelijke bestaan van de mensen.

  
/ 603  
  

Thanks to the Swedenborg Boekhuis NL and Guus Janssens for their permission to use this translation.