Hemel en Hel #349

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

        |   
/ 603  
  

349. Allen die verstand en wijsheid in de wereld gekregen hebben, worden in de hemel opgenomen en worden engelen, een ieder naar de hoedanigheid en de mate van zijn verstand en van zijn wijsheid. Want wat de mens aan verstand in de wereld verkrijgt, blijft hem bij en neemt hij mee na de dood, en wordt vermeerderd en aangevuld; echter binnen de graad van zijn genegenheid en van het verlangen naar de waarheid en het goede daarvan, niet buiten die graad. Zij die weinig genegenheid en verlangen gehad hebben, ontvangen weinig en toch ontvangen zij zoveel, als zij bekwaam zijn te ontvangen binnen de graad van hun neiging en van hun verlangen; maar zij die veel van die neiging en dat verlangen gehad hebben, ontvangen veel. De werkelijke graad van genegenheid en verlangen is als de maat, die ten volle gevuld wordt; aan hem die grote maat heeft, wordt veel gegeven, en hij die een kleine maat heeft, ontvangt minder er bij. De reden hiervan is, dat de liefde van een mens, waartoe genegenheid en verlangen behoren, alles ontvangt wat haar zelf past, en daarom ontvangt hij zoveel als met zijn liefde overeenkomt. Dit wordt met de woorden van de Heer bedoeld: Want wie heeft die zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben. (Mattheüs 13:12 en 25:29)Een goede neer gedrukte en geschudde en overlopende maat zal men in zijn schoot geven. (Lucas 6:38)

  
/ 603  
  

Thanks to the Swedenborg Boekhuis NL and Guus Janssens for their permission to use this translation.