Hemel en Hel #202

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 603  
  

202. Nu zal eerst gezegd worden, wat het betekent in de vorm van de hemel te zijn. De mens is naar het beeld van de hemel en naar het beeld van de aarde geschapen. Zijn innerlijk naar het beeld van de hemel en zijn uiterlijk naar het beeld van de aarde (zie nr. 57). f men zegt naar het beeld ofnaar de vorm, is hetzelfde. Daar echter de mens door het kwade van zijn wil en dientengevolge door het valse van zijn denken het beeld van de hemel, bijgevolg de vorm ervan bij zich zelf vernietigd heeft en in plaats daarvan het beeld en de vorm van de hel heeft gesteld, is zijn innerlijk van zijn geboorte af gesloten. Dit is oorzaak dat de mens, geheel verschillend van alle dieren, in louter onwetendheid geboren wordt. Opdat echter in hem het beeld of de vorm van de hemel weer kan worden hersteld, moet hij onderwezen worden in hetgeen tot de orde behoort, want zoals boven werd gezegd is de vorm volgens de orde. Het Woord nu bevat alle wetten van de Goddelijke orde; want zijn voorschriften zijn de wetten van de Goddelijke orde. Naarmate de mens ze dus kent en er naar leeft, wordt in hem het innerlijk ontsloten, en wordt daarin opnieuw de orde of het beeld van de hemel gevormd. Hieruit wordt duidelijk, wat het betekent, in de vorm van hemel te zijn, namelijk, dat het is: te leven volgens de voorschriften van het Woord.

  
/ 603  
  

Thanks to the Swedenborg Boekhuis NL and Guus Janssens for their permission to use this translation.