Hemel en Hel #123

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

      |   
/ 603  
  

123. Aangezien de Heer in de hemel als Zon verschijnt vanwege de Goddelijke liefde die in Hem en van Hem is, wenden allen die in de hemel zijn zich voortdurend naar Hem toe. Die in het hemelse koninkrijk zijn wenden zich naar Hem toe als naar een Zon, die in het geestelijke koninkrijk als naar een Maan. Maar zij in de hel keren zich naar de donkerte en dichte duisternis, wat in tegenovergestelde richting is, dus zij keren de Heer hun rug toe. Dit komt omdat allen die in de hel zijn, in eigenliefde en liefde voor de wereld verkeren, dus tegen de Heer zijn. Zij die zich naar de dichte duisternis wenden, dat wil zeggen naar de plaats waar de zon van de aarde is, zijn achter in de hel en worden genii genoemd, terwijl zij die zich naar het donkere wenden waar de maan is, meer voor in de hel zijn en geesten worden genoemd. Daarom wordt van hen die in de hel zijn gezegd dat zij in duisternis zijn en van hen die in de hemel zijn, dat zij in het licht zijn. Duisternis betekent valsheid uit het kwade en licht waarheid uit het goede. Dat zij zich zo wenden komt omdat iedereen in het andere leven zich richt tot hetgeen in zijn innerlijk heerst, dus tot zijn liefde, en het is het innerlijk dat vormgeeft aan het gelaat van een engel of geest. In de geestelijke wereld bestaan geen vaste windstreken zoals in de natuurlijke wereld, maar het aangezicht is wat de ligging daarvan bepaalt. Ook de mens wendt zich geestelijk op dezelfde manier als een geest dat doet. Iemand die in eigenliefde en liefde tot de wereld verkeert, wendt zich van de Heer af, en naar de Heer toe indien hij in liefde tot Hem en tot de naaste is. De mens weet dit echter niet omdat hij in de natuurlijke wereld is, waar de windstreken zijn bepaald door het op- en ondergaan van de zon. Daar dit echter door de mens moeilijk te begrijpen is, zal het later verder uitgelegd worden als we het hebben over richting, ruimte en tijd in de hemel.

  
/ 603  
  

Thanks to the Swedenborg Boekhuis NL and Guus Janssens for their permission to use this translation.