Goddelijke Voorzienigheid #94

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 340  
  

94. De verbinding van de Heer met de mens en de wederkerige verbinding van de mens met de Heer geschiedt door de naaste lief te hebben zoals zichzelf en de Heer lief te hebben boven alle dingen. De naaste liefhebben zoals zichzelf is niet iets anders dan: niet onoprecht en ongerecht met hem handelen, niet haten en op wraak zinnen tegen hem, hem niet lasteren en te schande maken, niet echtbreken met de echtgenote van hem en andere dergelijke dingen niet tegen hem doen. Wie kan niet zien dat zij die zulke dingen doen, niet de naaste zoals zichzelf liefhebben, maar zij die zulke dingen niet doen omdat het boze dingen tegen de naaste zijn en tegelijk zonden tegen de Heer, handelen oprecht, gerecht, vriendschappelijk en getrouw jegens de naaste, en omdat de Heer evenzo doet, geschiedt de wederkerige verbinding. Wanneer die verbinding wederkerig is, dan doet de mens al wat hij de naaste doet, uit de Heer, en al wat de mens uit de Heer doet, is het goede. Dan is de naaste voor hem niet de persoon, maar het goede in de persoon. De Heer boven alle dingen liefhebben is niet iets anders dan niet het boze doen aan het Woord, omdat in het Woord de Heer is, noch het boze doen aan de heilige dingen van de Kerk, omdat in de heilige dingen van de Kerk de Heer is; noch het boze doen aan iemands ziel, omdat de ziel van ieder mens in de hand van de Heer is. Zij die deze boze dingen schuwen zoals buitensporige zonden, hebben de Heer lief boven alle dingen. Maar dit kunnen geen anderen dan zij die de naaste liefhebben als zichzelf; het zijn immers verbonden dingen.

  
/ 340  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, 2017, op www.swedenborg.nl