Goddelijke Voorzienigheid #330

Goddelijke Voorzienigheid (Weevers vertaling)      

Study this Passage

Ga naar sectie / 340  

← Vorige   Volgende →

330. Maar opdat duidelijk zal worden hoe schadelijk het geloof in de voorbeschikking is zoals het gewoonlijk verstaan wordt, moeten die vier stellingen opnieuw opgevat en bevestigd worden.

Ten eerste: dat een andere voorbeschikking dan tot de hemel tegen de Goddelijke Liefde is, die oneindig is.

Dat Jehovah of de Heer de Goddelijke Liefde is en dat die oneindig is en het Zijn van alle leven, voorts dat de mens geschapen is in het beeld van God volgens de gelijkenis van God, is in de verhandeling ‘over de Goddelijke Liefde en de Goddelijke Wijsheid’ aangetoond. En omdat elk mens in de baarmoeder wordt gevormd in dat beeld volgens de gelijkenis uit de Heer, zoals eveneens is aangetoond, volgt dat de Heer de hemelse Vader is van alle mensen en dat de mensen zijn geestelijke zonen zijn; zo wordt Jehovah of de Heer ook genoemd in het Woord en zo worden de mensen daar genoemd; en daarom zegt Hij: ‘Noemt uw vader niet uw vader op aarde, want Éen is uw Vader, die in de hemelen is’, (Mattheüs 23:9), waaronder wordt verstaan dat Hij alleen de Vader is naar het leven en dat de vader op aarde alleen de vader is naar het bekleedsel van het leven, wat het lichaam is; daarom wordt in de hemel niet een ander vader genoemd dan de Heer. Dat die mensen zonen worden genoemd en uit Hem geborenen, die dat leven niet omkeren, blijkt ook uit vele plaatsen in het Woord. Daaruit kan vaststaan dat de Goddelijke Liefde is in elk mens, zowel in de bozen als in de goeden, bijgevolg dat de Heer, die de Goddelijke Liefde is, niet anders kan handelen met hen dan zoals een vader op aarde met zijn kinderen, en oneindig meer, omdat de Goddelijke Liefde oneindig is; verder ook dat Hij uit niemand kan terugtreden, omdat het leven van ieder uit Hem is. Het schijnt alsof Hij terugtreedt uit de boze mens, maar de bozen treden zelf terug, niettemin leidt Hij hen vanuit de liefde. Daarom zegt de Heer: ‘Vraagt en u zal gegeven worden, zoekt en gij zult vinden, klop en u zal opengedaan worden. Wie is van u de mens die, indien zijn zoon brood zal vragen, hem een steen zal geven; indien derhalve gij, die boos zijt, weet uw zonen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, die in de hemelen is, goede dingen geven hun die Hem vragen’, (Mattheüs 7:7-11). Elders: ‘Dat Hij Zijn zon doet opgaan over bozen en goeden en regen zendt over gerechten en ongerechten’, (Mattheüs 5:45). Bekend is het ook in de Kerk dat de Heer het heil van allen wil en de dood van niemand. Hieruit kan men zien dat een andere voorbeschikking dan tot de hemel tegen de Goddelijke Liefde is.

Ten tweede: dat een andere voorbeschikking dan tot de hemel tegen de Goddelijke Wijsheid is, die oneindig is.

De Goddelijke Liefde voorziet door haar Goddelijke Wijsheid in de middelen waardoor elk mens behouden kan worden; daarom is zeggen dat er een andere voorbeschikking is dan tot de hemel, zeggen dat zij niet kan voorzien in de middelen waardoor de zaliging is. Terwijl toch allen de middelen hebben, zoals boven is getoond, en deze zijn vanuit de Goddelijke Voorzienigheid, die oneindig is. Dat er echter zijn die niet worden gezaligd, hiervan is de oorzaak dat de Goddelijke Liefde wil dat de mens de gelukzaligheid en de gezegendheid van de hemel in zich zal voelen, want anders zou het voor hem niet de hemel zijn en dit kan niet gebeuren tenzij het de mens toeschijnt dat hij denkt en wil vanuit zich, zonder die schijn immers zou niets hem worden toegeëigend, noch zou hij een mens zijn, ter wille hiervan is de Goddelijke Voorzienigheid, die de Goddelijke Wijsheid vanuit de Goddelijke Liefde is. Maar dit neemt de waarheid niet weg dat allen zijn voorbeschikt tot de hemel en niemand tot de hel; maar indien de middelen tot behoud ontbraken, zou het deze wegnemen. Dat er echter in de middelen tot zaliging voor eenieder is voorzien, en dat de hemel zodanig is dat allen die goed leven, uit welke godsdienst zij ook mogen zijn, daar een plaats hebben, is boven aangetoond. De mens is zoals een land dat vruchten van elk geslacht voortbrengt, vanuit welk vermogen het land land is; dat het ook boze vruchten voortbrengt, neemt niet weg dat het ook goede kan voortbrengen, maar het zou dit wegnemen indien het niet dan boze had kunnen voortbrengen. De mens is ook zoals een object dat de stralen van het licht in zich schakeert, indien zo’n object slechts onaantrekkelijke kleuren vertoont, is niet het licht in de oorzaak; want de stralen van het licht kunnen ook geschakeerd worden in liefelijke kleuren.

Ten derde: het is een waanzinnige ketterij, dat alleen diegenen worden gezaligd die binnen de Kerk geboren zijn.

Zij die buiten de Kerk geboren zijn, zijn evenzeer mensen als zij die binnen haar geboren zijn en van eendere hemelse oorsprong en evenzeer levende en onsterfelijke zielen. Zij hebben eveneens godsdienst waar vanuit zij erkennen dat God is en dat men goed moet leven; en wie God erkent en goed leeft, wordt geestelijk in zijn graad en wordt gezaligd, zoals boven werd getoond. Er wordt gezegd dat zij niet gedoopt zijn, maar de doop zaligt niet anderen dan hen die geestelijk worden gewassen, dat wil zeggen, wederverwekt; de doop is immers tot teken en gedachtenis ervan. Dat de Heer hun niet bekend is en er zonder Heer geen heil is, wordt gezegd; maar er is geen heil voor iemand omdat aan hem de Heer bekend is, maar daarom dat hij leeft volgens Zijn geboden; en Hij is bekend aan eenieder die God erkent, want de Heer is de God van hemel en aarde, zoals Hijzelf leert, (Mattheüs 28:18) en elders. Bovendien hebben zij die buiten de Kerk zijn, de voorstelling van God als mens, meer dan de Christenen, en zij die de voorstelling van God als Mens hebben en goed leven, worden aanvaard door de Heer. Ook erkennen zij God als één van persoon en wezen, anders dan de Christenen. Eveneens denken zij over God in hun leven, want zij achten de boze dingen als zonden tegen God en zij die dit doen, denken over God in hun leven. De geboden van de godsdienst hebben de Christenen vanuit het Woord, maar weinigen zijn er die enige geboden van het leven daaruit putten. De pauselijken lezen dat niet en de gereformeerden die in het van de naastenliefde gescheiden geloof zijn, letten niet op die dingen daar die het leven betreffen, maar alleen op die welke het geloof betreffen. Toch is het gehele Woord niets anders dan de Leer van het leven. Het Christendom is slechts in Europa; het Mohammedaanse en het heidendom is in Azië, de Indiën, Afrika en Amerika; en het menselijk geslacht in deze werelddelen overtreft tien malen in menigte dat menselijk geslacht dat in het Christelijk werelddeel is, en daar zijn er maar weinigen die de godsdienst in het leven stellen. Wat is daarom waanzinniger dan te geloven dat alleen dezen gezaligd worden en die anderen verdoemd, en dat de hemel voor de mens is vanuit geboorte en niet vanuit het leven. Daarom zegt de Heer: ‘Ik zeg u, dat velen uit het oosten en het westen zullen komen en aanzitten met Abraham, Izak en Jakob, in het koninkrijk der hemelen; maar zonen des koninkrijks zullen uitgeworpen worden’, (Mattheüs 8:11, 12).

Ten vierde: het is een wrede ketterij dat enigen uit het menselijk geslacht vanuit het voorbeschikte verdoemd zijn.

Want het is wreed te geloven dat de Heer, die de Liefde zelf en de Barmhartigheid zelf is, duldt dat zo’n ontzaglijke menigte van mensen tot de hel wordt geboren, of dat zo vele myriaden van myriaden verdoemd en vervloekt worden geboren, dat wil zeggen, dat zij als duivels en satans worden geboren; en dat Hij niet vanuit Zijn Goddelijke Wijsheid daarin voorziet dat niet zij die goed leven en God erkennen in het eeuwige vuur en de eeuwige marteling worden geworpen. Niettemin is de Heer de Schepper en Zaliger van ons allen, en Hij alleen leidt allen en wil de dood van niemand. Daarom is het wreed te geloven en te denken dat zo’n grote menigte van naties en volken onder Zijn beleid en onder Zijn toezicht vanuit een voorbeschikking de duivel ten prooi zou worden overgeleverd.

Ga naar sectie / 340  

← Vorige   Volgende →

   Study this Passage
Other New Christian Commentary
Resources for parents and teachers

The items listed here are provided courtesy of our friends at the General Church of the New Jerusalem. You can search/browse their whole library by following this link.


 Everyone Can Go to Heaven
Spiritual tasks offer a reflection on a Biblical story and suggest a task for spiritual growth.
Activity | Ages over 18

 How Am I Saved?
The Lord wants to save all people but gives people the freedom to reject His love and choose the selfishness of hell instead, if they wish to.
Sunday School Lesson | Ages 11 - 17

 Marriage and Family
The highest purpose of marriage is the nurturing of new human beings. The growth that comes from this work is a blessing from the Lord.
Sunday School Lesson | Ages 11 - 17

 True Freedom
Nothing is more important to the Lord than human freedom. Freedom to choose good or evil is one kind of freedom, but true freedom is experienced once a person chooses to be led by the Lord.
Sunday School Lesson | Ages 11 - 17

 What Is Heaven Like?
A lesson and activities about heaven. What is it like? And who can go to heaven?
Religion Lesson | Ages over 15

 What Is Heaven Like?
Emanuel Swedenborg visited heaven. His vivid accounts describe the nature of angels and the communities they live in.
Sunday School Lesson | Ages 11 - 17


Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, 2017, op www.swedenborg.nl


Vertalen: