Goddelijke Voorzienigheid #31

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

      |   
/ 340  
  

31. Vanuit deze dingen kan vaststaan dat de Heer de hemel is, niet slechts in het algemeen bij allen daar, maar ook in het bijzonder bij eenieder daar; want iedere engel is een hemel in kleinste vorm. Vanuit zovele hemelen als er engelen zijn, is de hemel samengesteld, dat dit zo is, zie men in het werk ‘Hemel en Hel’, n. 51-58. Aangezien dit zo is, moet niet iemand die dwaling koesteren die bij velen in het eerste denken valt, dat de Heer in de hemel tussen de engelen is, of dat Hij bij hen is zoals een koning is in zijn rijk. Hij is boven hen, voor het gezicht, in de Zon daar, maar naar het leven van de liefde en wijsheid van hen, in hen.

  
/ 340  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, 2017, op www.swedenborg.nl