Goddelijke Voorzienigheid #299

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

      |   
/ 340  
  

299. 4. De Heer regeert de hel door tegenovergestelde dingen en Hij regeert de bozen die nog in de wereld zijn in de hel ten aanzien van de innerlijke dingen en niet ten aanzien van de uiterlijke dingen.

Wie niet weet hoedanig de hemel is en hoedanig de hel, kan in het geheel niet weten hoedanig het gemoed van de mens is. Het gemoed van de mens is zijn geest die leeft na de dood; de oorzaak is omdat het gemoed of de geest van de mens in de gehele vorm is waarin de hemel of de hel is; er is hoegenaamd geen verschil, alleen dat het ene, de hemel of de hel, een grootste is, en het andere, het gemoed een kleinste, of dat het ene de beeltenis en het andere de afdruk; daarom is de mens naar het gemoed of de geest in kleinste vorm òf een hemel òf een hel. Een hemel is hij die door de Heer wordt geleid en een hel is hij die door zijn eigene wordt geleid. Omdat het mij nu gegeven is te weten hoedanig de hemel is en hoedanig de hel, en het van belang is te weten hoedanig de mens is naar zijn gemoed of geest, wil ik beide kort beschrijven.

  
/ 340  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, 2017, op www.swedenborg.nl