Goddelijke Voorzienigheid #105

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 340  
  

105. Het innerlijke van het denken is vanuit de liefde van het leven en de aandoeningen ervan en de inzichten daaruit. Het uitwendige van het denken is vanuit die dingen die in het geheugen zijn, en die de liefde van het leven van dienst zijn voor de bevestigingen en voor de middelen tot het doel. De mens is vanaf de kindertijd tot aan de jeugd in het uitwendige van het denken vanuit de aandoening van weten, wat dan ook het innerlijke ervan maakt. Ook lekt iets door van begeerte en van de neiging daaruit vanuit de liefde van het leven die vanuit de ouders is meegeboren. Maar daarna ontstaat de liefde van het leven van hem al naar hij leeft, en de aandoeningen ervan en de inzichten daaruit maken het innerlijke van het denken van hem, en vanuit de liefde van het leven ontstaat de liefde van de middelen. De verkwikkelijke dingen daarvan en de daaruit vanuit het geheugen opgewekte wetenschappen maken het uitwendige van het denken van hem.

  
/ 340  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, 2017, op www.swedenborg.nl