Over het Woord (Janssens vertaling) #3

Over het Woord (Janssens vertaling)      

Study this Passage

Ga naar sectie / 26  

← Vorige   Volgende →

3. Over het verschil in het algemeen tussen het natuurlijke, het geestelijke en het hemelse.

3. Er zijn drie hemelen, de laatste, de middelste, en de hoogste; in de laatste hemel zijn de natuurlijken, maar hun natuurlijke trekt vanuit het geestelijke, dat van de middelste hemel is, en vanuit het hemelse dat van de derde hemel is; in de tweede hemel zijn de geestelijken, en in de derde hemel zijn de hemelsen. Er bestaan ook intermediairen, die hemels-geestelijk worden geheten; verscheidene uit hen zijn predikers in de hoogste hemel.

4. Het verschil tussen het natuurlijke, het geestelijke, en het hemelse is zodanig dat een verhouding tussen die niet bestaat. Het natuurlijke kan op geen enkele wijze door een of andere nadering tot het geestelijke naderen, noch het geestelijke tot het natuurlijke; vandaar is het dat de hemelen onderscheiden zijn. Dit werd te weten gegeven vanuit veel ondervinding; meermalen werd ik gezonden tussen geestelijke engelen, en dan sprak ik met hen geestelijk, en hetgeen ik sprak hield ik dan vast met het geheugen. Maar wanneer ik terugkeerde in de natuurlijke staat, waarin elk mens in de wereld is, dan wilde ik vanuit het vorige geheugen dit te voorschijn halen, en het beschrijven, maar ik kon het niet, het was onmogelijk. De woorden waren niet bestaanbaar en zelfs niet de voorstellingen van het denken waardoor ik het zou kunnen uitdrukken; het waren geestelijke denkvoorstellingen en woorden, zozeer verwijderd van natuurlijke voorstellingen, dat zij deze zelfs niet in het minst benaderden. Wat wonderbaarlijk is, wanneer ik in die hemel was en sprak met engelen, wist ik niet anders dan dat ik op eendere wijze sprak als ik spreek met mensen; maar daarna werd bevonden dat de gedachten en de spraken zo ongelijk waren, dat zij niet benaderd konden worden, bijgevolg dat er geen verhouding is.

5. Er is een eender verschil tussen het geestelijke en het hemelse. Dat er een eender verschil is, werd mij gezegd; en dat het zodanig is dat er geen verhouding bestaat, noch een benadering. Aangezien ik hierin niet door eigen odervinding bevestigd kon worden, tenzij ik geheel en al een engel van de middelste hemel was, werd het aan enige engelen van de middelste hemel gegeven samen te zijn met engelen van de derde hemel, en dan daar te denken, en te spreken met hen, en ook met het geheugen de dingen vast te houden die zij gedacht en die zij gesproken hadden, en daarna in hun hemel terug te keren. Zij zeiden mij daar dat zij niet enige voorstelling noch enig woord van de vorige staat konden uitdrukken, en dat dit onmogelijk was. Ten slotte zeiden zij dat er niet een verhouding noch een benadering is.

6. Het werd mij derhalve gegeven enige malen tussen engelen van de middelste en van de hoogste hemel te zijn, en hen onder elkaar te horen spreken. Ik was toen in een innerlijk natuurlijke staat, verwijderd van wereldlijke en lichamelijke dingen, namelijk in de eerste waak na de slaap; en ik hoorde onuitsprekelijke en niet uit te drukken dingen, zoals men leest dat met Paulus is geschied. Soms werd ik gebracht in de doorvatting en in het verstand van de dingen die zij spraken; en de dingen die zij spraken waren vol arcana over de Heer, over de verlossing, over de wederverwekking, over de voorzienigheid, en over andere eendere dingen.

Daarna werd mij gegeven te verstaan, dat ik die dingen niet kon uitspreken en beschrijven met enig geestelijk en hemels woord, maar dat zij desondanks wel beschreven kunnen worden met de woorden van de natuurlijke taal, tot aan de redelijke bevatting toe. Gezegd werd dat er geen Goddelijk arcana bestaan die niet ook natuurlijk kunnen worden doorvat en uitgedrukt, ofschoon algemener en onvolmaakter; en dat zij vanuit de aandoening van het ware die dingen met hun redelijk verstand natuurlijk doorvatten, daarna terwijl zij geesten worden dezelfde dingen geestelijk, en op hemelse wijze als zij engelen worden, zowel doorvatten als spreken. Want één Goddelijke waarheid, natuurlijk doorvat en liefgehad, is zoals een kristallen of porseleinen vat, dat met wijn wordt gevuld; wijn overeenkomstig de kwaliteit van het ware, en met een smaak die overeenkomt met de aandoening van het ware.

7. Dat er zo'n onbegrensd verschil bestaat tussen het natuurlijke, het geestelijke, en het hemelse, staat vast uit de verschillen tussen de mensen en de engelen met betrekking tot de gedachten, de spraak, en de werkingen, voorts vanuit hun verschillende schrijfwijzen, waaruit als even zovele bevestigingen zal blijken, hoedanig het ene en het andere is, en hoe de vervolmakingen van alle dingen opklimmen en overklimmen uit de wereld in de hemel, en uit de ene hemel in de andere hemel.

8. Wat de gedachten aangaat: iedere gedachte van de mens met de afzonderlijke voorstellingen ervan, trekt iets uit ruimte, tijd en uit het materiële. Deze verschijnen in het natuurlijk licht of het licht der wereld; want niets kan zonder licht gedacht worden, zoals niets zonder licht gezien kan worden. Het natuurlijk licht, of het licht der wereld, is dood, omdat het is vanuit de natuurlijke zon, die zuiver vuur is. Evenwel vloeit in dat licht overal en voortdurend het hemelse licht in, en maakt dat levend, en geeft doorvatting en verstand van een ding. Het licht van de wereld alleen kan niets perceptiefs en verstandelijks geven, of enig natuurlijk of redelijk schijnsel brengen, maar het licht der wereld uit het hemels licht geeft en brengt het leven, omdat het hemels licht is uit de hemelse zon, die de Heer is en vandaar het leven zelf. De invloed van het hemels licht in het licht der wereld is zoals de invloed van de oorzaak in de uitwerking; hoedanig deze is, zal elders worden gezegd. Vanuit deze dingen blijkt hoedanig het natuurlijke denken is, of hoedanig de voorstellingen van de menselijke gedachten zijn, namelijk dat zij onscheidbaar samenhangen met ruimte, tijd, het persoonlijke, en het materiële; vandaar zijn die gedachten of voorstellingen zeer beperkt en begrensd, en dus grof en materieel te noemen. De gedachten van de engelen van de middelste hemel echter zijn alle zonder ruimte, tijd, het persoonlijke, en het materiële; daarom zijn zij onbeperkt en onbegrensd. De onderwerpen van hun gedachten zijn zoals de gedachten zelf: geestelijk. Daarom denken zij geestelijk en niet natuurlijk; wat echter de engelen van de hoogste hemel betreft, die hebben niet gedachten maar zij hebben doorvatting van de dingen die zij horen en die zij zien. In plaats van gedachten hebben zij aandoeningen, die gevarieerd worden bij hen zoals bij de geestelijken de denkingen gevarieerd worden.

9. Wat de spraken aangaat: de spraken van de mensen zijn zoals de voorstellingen van hun gedachten, want de voorstellingen van het denken worden woorden, terwijl zij heengaan in de spraak. Daarom neemt de spraak der mensen in elk willekeurig woord deel aan ruimte, tijd, het persoonlijke, en het materiële. De spraken van de engelen van de middelste hemel zijn ook eender als de voorstellingen van hun denken, want de woorden der spraak drukken die uit. De spraken echter van de engelen van de hoogste hemel zijn alle vanuit de varieering der aandoeningen; maar terwijl zij spreken met de geestelijke engelen, spreken zij eender, maar niet eender als wanneer zij onder elkaar spreken. Aangezien de spraak van de engelen zo anders is dan de spraak van de mensen, verschillen derhalve de spraken zodanig, dat zij niets gemeen hebben. Zij verschillen zoveel, dat de mens geen woord van een engel kan verstaan, noch omgekeerd. Ik heb de spraken der engelen gehoord en ik heb de woorden onthouden, en daarna onderzocht of dat woord samenviel met een of ander woord van de spraken of talen der mensen, en er was er niet één. De geestelijke spraak is één voor allen, en is elke mens ingeënt, en men komt daarin zodra men een geest wordt. Wat het schrift aangaat is het eender als hun spraak. Het schrift van de geestelijke engelen is ten aanzien van de letters eender als het schrift van de mensen in de wereld, maar elke willekeurige letter betekent een ding, zodat men zeggen zou als men dat in een natuurlijke staat zag, dat het louter letters zijn. Maar de schriften in de hoogste hemel zijn niet eender ten aanzien van de letters; zij hebben letters die zijn gegrift in verschillende krommingen, zoals de letters van de Hebreeuwse taal, maar overal gebogen; het louter rechtlijnige is niet daarin. Elke willekeurige letter ontwikkelt een ding waarvan zij doorvatting hebben vanuit de aandoening en niet uit het denken. Vandaar is het dat de natuurlijke niets begrijpt vanuit het schrift van een geestelijke, noch de geestelijke vanuit het natuurlijk schrift; noch begrijpt de geestelijke iets vanuit het hemels schrift, noch de hemelse iets vanuit het geestelijk schrift, tenzij hij met een geestelijke samen is.

10. Met hun aktiviteiten, die talrijk zijn, is het eender gesteld; hoe de geestelijken werken kan niet worden beschreven voor een natuurlijke; noch kan beschreven worden voor een geestelijke hoe de hemelsen werken; want zij verschillen zoveel als het denken, de spraken en de schriften.

11. Vanuit deze dingen kan vaststaan welk verschil er is tussen het natuurlijke, het geestelijke, en het hemelse, en dat het dusdanig is dat zij in het geheel niet samenstemmen, tenzij door overeenstemmingen. Dit is ook de oorzaak dat de mensen niet weten dat zij in gezelschap zijn met geesten, en de geesten dat zij in gezelschap met mensen zijn, terwijl er toch voortdurende verbinding is; want de mens kan niet één minuut leven tenzij hij naar het denken en aandoeningen temidden van geesten is; noch kan een geest en een engel één moment leven tenzij zij bij mensen zijn. De oorzaak is omdat er een voortdurende verbinding is uit eersten tot laatsten, aldus uit de Heer tot de mens; en de verbinding uit de schepping is gemaakt door overeenstemmingen, en vloeit in door de engelen en geesten. Al het hemelse vloeit in het geestelijke in, en het geestelijke in het natuurlijke, tot in het laatste ervan, dat het lichamelijke en het materiële is, daar houdt het stil en blijft bestaan. Zonder zo'n laatste, waarin de bemiddelende dingen invloeien, kan niets blijven bestaan, tenzij iets wat lijkt op een huis dat in de lucht is gebouwd. Daarom is het menselijk geslacht de basis en het fundament van de hemelen.

12. Dat er zulk een verschil is tussen het natuurlijke, het geestelijke, en het hemelse, weet niet enig engel. De oorzaak is omdat de engel niet van staat verandert of overgaat uit een geestelijke staat in een natuurlijke, en aldus de verschillen kan onderzoeken. Ik heb met hen over die zaak gesproken, en zij zeiden dat zij de verschillen niet wisten. Zij geloofden eender te denken, te spreken, te schrijven, en te werken, als in de wereld. Maar het werd hun getoond doordat hun staten veranderden, en zij nu eens in de ene en dan weer in de andere dachten om beurten; voorts eender zodat zij om beurten in de ene en de andere spraken, alsmede hun geschreven dingen lazen in de geestelijke staat en in de natuurlijke staat, eender met hun werken, en toen bevonden zij dat er een verschil is dat niet beschreven kan worden. Het werd gegeven over deze zaak de engelen zelf te onderrichten, omdat het mij toegestaan was in de ene en de andere wereld om beurten te zijn, en uit de ene de andere te onderzoeken; en daarna erkenden allen dat het zo is.

13. De gelijkenis echter van de natuurlijke, de geestelijke, en de hemelse staat, is in zulke dingen die voorwerpen zijn van het gezicht, de smaak, de reuk, het gehoor en van de tastzin van verschillend geslacht. Voor hun ogen verschijnen allen zoals mensen in de wereld; hun klederen verschijnen, hun huizen, tuinen of paradijzen, alsmede de velden, het land en het water, en de spijzen en de drank, bovendien de dieren, de vliegende dingen en de vissen in de wateren. Hun spraak wordt gehoord zoals in de wereld, ook gezang en muzikale modulaties; de smaak is eender, en ook de reuk; in één woord: alle dingen die verschijnen en die worden doorvat door de zintuigen. Maar nochtans zijn die dingen vanuit geestelijke oorsprong, en daaruit denken zij geestelijk over die dingen, en geven daaraan geestelijke namen. Al deze dingen zoals zij verschijnen en worden doorvat in de middelste en de hoogste hemel, kunnen naar de voortreffelijkheid van de vormen en harmonieën, en naar de vervolmaking, die overuitstekend is en transcendent, slechts onvolmaakt beschreven worden; en eigenlijk alleen in vergelijking met de volmaaktste dingen in de wereld, die evenwel onvolmaakt zijn ten \opzichte van de dingen die in de hemel zijn.

Ga naar sectie / 26  

← Vorige   Volgende →

   Study this Passage
Other New Christian Commentary

Vertalen: