Over het Woord (Janssens vertaling) #1

Over het Woord (Janssens vertaling)      

Study this Passage

Ga naar sectie / 26  

Volgende →

1. Een uitbeelding van de letterlijke zin van het Woord, waarin de geestelijke zin is.

1. Het werd mij [Swedenborg] gegeven grote beurzen te zien, die verschenen als zakken, waarin zilver in veel voorraad was verborgen; en omdat deze open waren, werd doorvat alsof iedereen het daarin gelegde zilver er uit kon nemen, ja het er zelfs aan ontroven; maar naast die zaten twee engelen, en deze waren wachters; de plaats waar de zakken waren weggelegd, verscheen gelijk als een krib in een stal. In de naastgelegen kamer werden zedige maagden gezien, met een kuise echtgenote; en nabij die kamer waren twee kleine kinderen, en gezegd werd dat met hen niet kinderlijk maar wijs gespeeld moest worden. Daarna verscheen een hoer, voorts een dood liggend paard. Het werd toen doorvat dat zo werd uitgebeeld, de letterlijke zin van het Woord waarin de geestelijke zin is. Die grote beurzen vol zilver betekenden de kennis van het ware in veel voorraad aldaar. Dat de zakken open waren, en evenwel door engelen bewaakt, betekende dat ieder daaruit erkentenissen van het ware kon te voorschijn halen, maar dat er voor gewaakt wordt, dat zij de innerlijke zin daarvan, waarin louter waarheden zijn, vervalsen. De krib in de stal waar de beurzen lagen, betekende de geestelijke onderrichting voor het verstand; dit betekent de krib, ook die waar de Heer geboren lag, want het paard betekent het verstand, vandaar is de krib de voeding daarvan. De zedige maagden die in de naastgelegen kamer werden gezien, betekende de ware dingen van de kerk, en de kuise echtgenote de verbinding van het ware en het goede, die overal in het Woord is. De kleine kinderen betekenden de onschuld der wijsheid daarin; zij waren engelen uit de derde hemel, die allen als kleine kinderen verschijnen. De hoer met het uitgebluste paard betekende de vervalsing van het Woord door de meesten heden, waardoor alle verstand van het ware werd verdorven; een hoer betekent de vervalsing, en een dood paard geen verstand van het ware.

(Referenties: Lucas 2:7, 2:12)

Ga naar sectie / 26  

Volgende →

   Study this Passage
From Swedenborg's Works

   Parallel Passages:

Apocalyps Onthuld 255

Leer over de Gewijde Schrift 26

Spiritual Experiences 3605

Ware Christelijke Religie 277


   Swedenborg onderzoeksmiddelen


Vertalen: