Hemelse Verborgenheden in Genesis #363

Hemelse Verborgenheden in Genesis (Weevers vertaling)      

Study this Passage

Ga naar sectie / 10837  

← Vorige   Volgende →

363. Van welke aard de geloofsleer, die Kaïn heette, was, blijkt hieruit, dat de naastenliefde aan het geloof toegevoegd had kunnen zijn, maar dan zo, dat de naastenliefde had geheerst, niet het geloof. Daarom wordt eerst gezegd: zo gij wel doet, is er verhoging, wat betekent: zo gij wel wilt, kan de naastenliefde tegenwoordig zijn; wel doen betekent in de innerlijke zin wel willen, want het goede doen vloeit uit het goede willen voort; in de oude tijd maakten de handeling en de wil één uit; uit de handeling zag men de wil, omdat er geen huichelen bestond. Dat verhoging de tegenwoordigheid van de naastenliefde betekent, is duidelijk uit hetgeen vroeger van de aangezichten werd gezegd, namelijk, dat de aangezichten verheffen zoveel is als liefdadigheid hebben, en het vallen van de aangezichten het tegendeel.

(Referenties: Genesis 4:7)

Ga naar sectie / 10837  

← Vorige   Volgende →

   Study this Passage
From Swedenborg's Works

Inbound References:

Hemelse Verborgenheden in Genesis 2417, 3324


Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2017 op www.swedenborg.nl


Vertalen: