Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #4997

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 10837  
  

4997. En hoe zou ik dat grote boze doen en zondigen tegen God; dat dit betekent dat er zo ontbinding en geen verbinding zou zijn, staat vast uit de betekenis van het boze en eveneens van de zonde, namelijk de ontbinding en geen verbinding, namelijk wanneer het geestelijk natuurlijk goede verbonden wordt met het niet geestelijk natuurlijk ware; zij zijn immers oneendere dingen en niet bij elkaar passend en die zich van elkaar losscheuren. Er wordt gezegd het boze doen en zondigen tegen God, omdat het boze in zich beschouwd en eveneens de zonde, niets anders is dan het van het goede ontbonden worden; het boze zelf bestaat ook in het niet één zijn. Dit blijkt uit het goede; het goede is de verbinding, omdat al het goede is van de liefde tot de Heer en van de liefde jegens de naaste; het goede van de liefde tot de Heer verbindt hem met de Heer en als gevolg daarvan met al het goede dat uit de Heer voortgaat; en het goede van de liefde jegens de naaste verbindt hem met de hemel en met de gezelschappen daar; zo wordt hij dus eveneens door deze liefde met de Heer verbonden, want de hemel is eigenlijk gezegd de Heer; Hij immers is het al in alle dingen daar. Het boze echter is het tegendeel; het boze is van de eigenliefde en van de liefde van de wereld; het boze van de liefde van zich ontbindt hem niet alleen van de Heer, maar ook van de hemel, want hij heeft niemand lief dan zichzelf en anderen alleen voor zoveel als hij hen in zichzelf beschouwt of voor zoveel zij één met hem maken; vandaar leidt hij de blikken van allen tot zich en wendt ze geheel en al van anderen af en het meest van de Heer; en wanneer meerderen dit doen in één gezelschap, dan volgt dat allen ontbonden zijn en eenieder de ander vanuit het innerlijke als vijand aanziet; en indien iemand tegen hem wat ook doet, haat hij hem en schept behagen in zijn verderf; niet ongelijk daaraan is ook het boze van de liefde van de wereld; deze immers begeert de rijkdommen en de goederen van anderen en begeert alle dingen van anderen te bezitten; vandaar eveneens vijandschappen en haatgevoelens, maar in mindere graad. Laat iemand, om te weten wat het boze en dus wat zonde is, er zich slechts op toeleggen te weten wat de liefde van zich en van de wereld is; en laat hij om te weten wat het goede is, er zich slechts op toeleggen te weten wat de liefde tot God en de liefde jegens de naaste is; daaruit zal hij weten wat het boze en vandaar het valse is en daaruit zal hij weten wat het goede en vandaar wat het ware is.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl