Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #4690

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 10837  
  

4690. En zijn broeders zeiden tot hem; dat dit diegenen betekent die van het afgescheiden geloof zijn, staat vast uit de uitbeelding van de broers van Jozef, namelijk de Kerk die van de naastenliefde tot het geloof afbuigt en tenslotte het geloof van de naastenliefde scheidt, waarover de nrs. 4665, 4671, 4679;

de innerlijke mensen van die Kerk zijn aangeduid door de schoven in de droom, nrs. 4686, 4688.

Dat de broers van Jozef die Kerk uitbeelden, komt omdat zij in de naaste zin het uitbeeldende van de Kerk betekenen ofwel het godsdienstige dat bij de nakomelingen van Jakob werd ingesteld; en dezen kenden weliswaar niet iets ten aanzien van het geloof waarvan in de christelijke Kerk sprake is, maar over de waarheid; de waarheid was voor hen hetzelfde als het geloof voor de christenen; in de oorspronkelijke taal staat ook hetzelfde woord voor zowel het ene als het andere; maar de Joodse Kerk verstond onder de waarheid de geboden van de Decaloog en eveneens de wetten, de gerichten, de getuigenissen en de inzettingen die door Mozes zijn overgeleverd; de innerlijke dingen van de waarheid wisten zij niet en wilden die ook niet weten; de christelijke Kerk echter noemt de leerstellige dingen, die de innerlijke dingen van de Kerk zijn, en waarvan wordt gezegd dat zij moeten worden geloofd, het geloof; onder het geloof immers verstaat het gewone volk geen ander geloof dan het symbolische, of dat geloof dat de symbolische boeken leren; zij echter die denken dat de leerstellige dingen van het geloof of de wetenschap van die dingen niemand kan zaligen en dat weinigen in dat leven van het geloof zijn, noemen het geloof, het vertrouwen; maar deze mensen zijn boven het gewone volk en geleerder dan de anderen. Hieruit kan vaststaan dat hier in de innerlijke zin niet alleen wordt gehandeld over het uitbeeldende van de Kerk dat bij de nakomelingen van Jakob was ingesteld, maar ook over de christelijke Kerk, die daarop volgde; want het Woord van de Heer is universeel en omvat in het algemeen elke Kerk; het werd immers evenzeer door de Heer voorzien hoe het gesteld zou zijn met de christelijke Kerk als hoe het gesteld zou zijn met de Joodse Kerk, maar het meest nabij liggend met de Joodse, omdat die zin de naaste zin of de historisch innerlijke zin wordt genoemd en de andere de innerlijke zin.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl