Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #4681

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 10837  
  

4681. En zij haatten hem en konden met hem niet tot vrede spreken; dat dit de verachting en de afkeer betekent, namelijk de verachting voor het Goddelijk Ware, dat door Jozef wordt uitgebeeld en de afkeer daarvan, staat vast uit de betekenis van haten, namelijk verachten; de haat immers betekent in de innerlijke zin niet de haat zodanig als deze is bij mensen die in haat verkeren; de betekenis immers van dat woord wordt verzacht naarmate het tot de hemel opklimt, omdat men in de hemel niet weet wat haat is; daarom is het de verachting die wordt aangeduid; en uit de betekenis van, ‘niet met hem tot vrede kunnen spreken’, te weten zich afkeren; tot vrede spreken immers is iemand wel willen, want onder vrede verstonden de Ouden in de hoogste zin de Heer zelf, in de innerlijke zin Zijn rijk en het leven daarin of het heil; in de uiterlijke zin echter het heil in de wereld of de gezondheid; het tegendeel ervan is niet met hem tot vrede kunnen spreken, dat wil zeggen, iemand niet wel willen, dus zich afkeren, hier van het Goddelijk Ware.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl