Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #3848

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

      |   
/ 10837  
  

3848. En hij gaf hem Rachel, zijn dochter, hem tot een vrouw; dat dit dan de verbinding van het goede met de aandoening van het innerlijk ware betekent, staat vast uit de uitbeelding van Jakob, namelijk het goede van het natuurlijke, waarover eerder; uit de uitbeelding van Rachel, namelijk de aandoening van het innerlijk ware, waarover eveneens eerder; dat tot een vrouw geven de verbinding is, is duidelijk. Omdat alle verbinding van het goede met het ware eerst in schijn voortgaat van uiterlijke tot innerlijke dingen in volgorde en tenslotte tot binnenste dingen, wordt daarom hier gezegd de aandoening van het innerlijk ware, want de aandoening zelf welke die van het ware is, vloeit vanuit het goede in; verbinding van het goede met de aandoening van het innerlijk ware is er pas dan, wanneer het goede van het natuurlijk wordt verbonden met het redelijk ware en door dit met het redelijk goede; deze verbinding wordt uitgebeeld door Jakob na de geboorte van de twaalf zonen, toen hij terugkeerde tot het huis van zijn moeder en vader, waarover in wat hierna volgt.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl