Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #3632

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 10837  
  

3632. De Goddelijke orde en vandaar de hemelse orde vinden haar uiteinde niet dan bij de mens in zijn lichamelijke dingen, namelijk in zijn gebaren, in zijn handelingen, gelaatstrekken, spraak, uiterlijke gevoelens en in de verlustigingen daarvan; dit zijn de uitersten van de orde en de uitersten van de invloeiing die dan hun einde vinden. Maar de innerlijker dingen die invloeien, zijn niet van dien aard zoals die in de uiterlijke dingen verschijnen, maar zijn van een geheel ander gelaat, van een geheel andere uitdrukking, van een geheel ander gevoelen en van een geheel andere lust. De overeenstemmingen leren van welke aard zij zijn en ook de uitbeeldingen waarover gehandeld is. Dat zij anders zijn, kan blijken uit de handelingen die aan de wil ontspruiten en uit de spraak die aan de gedachte ontvloeit; de handelingen van het lichaam zijn niet zodanig in de wil en de uitdrukkingen van de spraak zijn evenmin zodanig in de gedachte. Hieruit kan ook duidelijk blijken, dat de natuurlijke handelingen aan de geestelijke dingen ontvloeien, want de dingen die tot de wil en tot de gedachte behoren, zijn geestelijk; en dat deze geestelijke dingen op overeenstemmende, maar toch op andere wijze, worden afgebeeld in die natuurlijke handelingen.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl