Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #2306

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 10837  
  

2306. Wat de onschuld van de kleine kinderen, deze is, daar de kinderen nog zonder inzicht en wijsheid zijn, alleen maar een soort van bodem om de echte onschuld te ontvangen, welke zij bij graden ontvangen al naar gelang zij wijs worden. De aard van de onschuld van de kleine kinderen werd voor mij uitgebeeld door iets van hout, bijna zonder leven, dat levend wordt gemaakt naarmate zij door erkentenissen van het ware en aandoeningen van het goede vervolmaakt worden; daarna werd de echte onschuld uitgebeeld door een allerschoonst klein kind, ten volle levend en naakt, want de onschuldigen zelf die in de binnenste hemel zijn en dus de Heer het dichtst nabij, verschijnen voor de ogen van de andere engelen niet anders dan als kleine kinderen en wel naakt, want de onschuld wordt uitgebeeld door de naaktheid waarvoor zij zich niet schamen, zoals men leest over de eerste mens en zijn vrouw in het paradijs. In één woord: hoe wijzer de engelen zijn des te onschuldiger zijn zij en hoe onschuldiger, des te meer verschijnen zij voor zichzelf als kleine kinderen; dit is de reden dat de onschuld in het Woord door de kindsheid wordt aangeduid; maar ten aanzien van de staat van de onschuld in hetgeen volgt, door de Goddelijke barmhartigheid van de Heer.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl