Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #2291

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 10837  
  

2291. Van welke aard hun tere verstand is, werd mij ook aangetoond, toen ik het gebed des Heren bad en zij toen in de voorstellingen van mijn denken invloeiden, namelijk dat het zó teer was, dat zij nauwelijks iets anders verstonden dan alleen de zin van de woorden, maar dat hun voorstellingen niettemin in deze tederheid tot aan de Heer toe geopend waren, dat wil zeggen, tot van de Heer uit; want de Heer vloeit in de voorstellingen van de kleine kinderen hoofdzakelijk vanuit de binnenste dingen; want nog niets heeft hun voorstellingen gesloten, zoals bij volwassenen het geval is, bij wie geen beginselen aanwezig zijn van het valse, gericht tegen het verstaan van het ware en ook geen leven van het boze, gericht tegen het ontvangen van het goede en dus tegen het tot wijsheid komen.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl