Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #2253

Study this Passage

        
/ 10837  
  

2253. Dat de woorden ‘zult Gij ook ombrengen en de plaats niet sparen, om de vijftig rechtvaardigen, die in haar midden zijn’ de tussenkomst uit liefde betekenen, namelijk dat zij niet te gronde zouden gaan, blijkt uit de betekenis van vijftig en verder van de rechtvaardige, en ook van haar midden of van de stad, waarover eerder in nr. 2252, welke dingen alle tussenkomst insluiten en dat zij niet te gronde zouden gaan; wat de tussenkomst betreft, zie men eerder in nr. 2250;

dat het uit liefde geschiedde, blijkt eveneens duidelijk.

Bij de Heer was er toen Hij in de wereld was, geen ander leven dan het leven van de liefde jegens het gehele menselijke geslacht, dat Hij vurig begeerde tot in eeuwigheid te behouden; dit is het meest eigenlijke hemelse leven zelf, waardoor Hij Zichzelf met het Goddelijke verenigde en het Goddelijke met Zichzelf, want het Zijn zelf of Jehovah, is niets anders dan barmhartigheid, welke tot de liefde jegens het gehele menselijke geslacht behoort; en dit leven was een leven van louter liefde, dat nooit mogelijk is bij enig mens. Zij die niet weten wat het leven is en dat het leven van dien aard is als de liefde is, vatten dit niet; hieruit blijkt duidelijk, dat voor zoveel iemand de naaste liefheeft, voor evenzoveel hij van het leven van de Heer heeft.

(Referenties: Genesis 18:24)

  
/ 10837  
  
   Study this Passage

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl


Vertalen: