Hemelse Verborgenheden in Genesis en Exodus #2228

Door Emanuel Swedenborg

Bestudeer deze passage

  
/ 10837  
  

2228. Dat de woorden ‘alle natiën van de aarde zullen in hem gezegend worden’ betekenen, dat door Hem allen die in de naastenliefde zijn, zalig zullen worden, dit blijkt uit de betekenis van gezegend worden, namelijk begiftigd worden met alle goedheden die van hemelse oorsprong zijn, waarover in de nrs. 981, 1096, 1420, 1422; zij die begiftigd worden met goedheden uit hemelse oorsprong, dat wil zeggen, met hemelse goedheden en geestelijke goedheden, waarover kort hiervoor in nr. 2177, worden ook met het eeuwige heil begiftigd, dat wil zeggen, zij worden zalig; onder alle natiën van de aarde worden in de innerlijke zin diegenen verstaan, die in de goedheden van de liefde en de naastenliefde zijn, zoals blijkt uit de betekenis van de natie, namelijk het goede, nrs. 1159, 1258, 1259, 1260, 1416, 1849;

dat door alle natiën van de aarde niet allen over het gehele aardrijk worden aangeduid, kan eenieder duidelijk zijn, daar er zeer velen onder hen zijn die niet zalig worden, maar slechts zij, die in de naastenliefde zijn, dat wil zeggen, die een leven van de naastenliefde hebben verworven. Opdat het aan niemand verborgen zal blijven, hoe het met de zaligmaking van de mens na het overlijden is gesteld, zal dit in het kort gezegd worden: er zijn velen die zeggen, dat de mens zalig wordt door het geloof, of zoals het heet, wanneer men maar geloof heeft; maar het merendeel onder hen weet niet, wat geloof is; sommigen menen dat het louter een denken is, anderen dat het de erkenning is van iets dat geloofd moet worden, weer anderen dat het de gehele geloofsleer is die geloofd moet worden en weer anderen weer wat anders; zo dwalen zij al in de erkentenis van wat geloof is; dus in de vraag wat het is, waardoor de mens zalig wordt; maar toch is het niet louter een denken, noch een erkenning van wat geloofd moet worden, noch de erkentenis van alle dingen die tot de leer van het geloof behoren; niemand kan door deze dingen zalig worden, want zij kunnen niet dieper wortel schieten dan in het denken; het denken echter maakt niemand zalig, maar het is het leven dat men zich in de wereld door de erkentenissen van het geloof heeft eigen gemaakt; dit leven blijft, maar alle denken dat niet met iemands leven overeenkomt, vergaat, zodat het tot niets wordt. De hemelse gezelschappen zijn gevormd overeenkomstig de levens en nooit overeenkomstig de gedachten die niet tot het leven behoren; gedachten die niet tot het leven behoren, zijn geveinsd, en worden geheel en al verworpen. In het algemeen bestaat er tweeërlei leven: het ene hels, het andere hemels; het helse leven wordt tot stand gebracht door al die einddoelen, gedachten en werken, die voorkomen uit de eigenliefde, dus uit de haat jegens de naaste; het hemelse leven door al die einddoelen, gedachten en werken, die tot de liefde jegens de naaste behoren; dit leven is het, waarop alle dingen die geloof genoemd worden, hun streven gericht hebben, en het wordt door alle dingen die tot het geloof behoren, verworven. Hieruit kan blijken wat het geloof is, namelijk dat het de naastenliefde is; want tot deze leiden alle dingen, die leringen van het geloof worden genoemd. In de naastenliefde zijn al deze dingen en daarvan stammen al deze dingen af; de ziel is na het leven van het lichaam zoals haar liefde is.

  
/ 10837  
  

Nederlandse vertaling door Henk Weevers. Digitale publicatie Swedenborg Boekhuis, van 2012 t/m 2021 op www.swedenborg.nl